Vliegen in de outback, druppels in de jungle
Door: Harald
Blijf op de hoogte en volg Simone
25 Maart 2026 | Australië, Daintree
8 Maart
Zoals gezegd, Uluṟu is een bijzondere rots. Hij is heiliger dan heilig voor de Aboriginals, en daarnaast ook nog eens prachtig. Met name als de zon gaat spelen met het licht, bij zonsondergang en zonsopkomst. De eerste pakten we gisteren al mee, voor de tweede staan we nu heel, heel vroeg op en rijden naar het punt waar je op Uluṟu kijkt en de zon in je rug opkomt, zodat je ziet hoe het licht op de rots valt. Net als de avond ervoor is het machtig mooi. Wel is het iets sneller voorbij dan de zonsondergang, omdat de zon al snel fel gaat schijnen verandert het licht niet zo veel meer als de zon op is.
We ontbijten op de parkeerplaats. Omdat we bijtijds zijn opgestaan en naar deze plek zijn gereden is dat er nog niet van gekomen. Helaas is echt rustig ontbijten en koffie maken er niet bij, want de vliegennetten die we gisteren kochten zijn nu bijna non-stop nodig als we ook maar heel even buiten zijn. We waren hier en daar wel gewaarschuwd, en bijvoorbeeld op onze laatste kampeerplek in WA (bij Exmouth) zaten ook wel veel vliegen. We dachten alleen zonder vliegennetje deze reis door te kunnen komen, maar hier is dat echt niet meer mogelijk. We hebben ons erbij neergelegd, de komende dagen hebben we zo’n ding op ons hoofd zodra we buiten zijn.
Nadat we in de auto ons ontbijtje hebben gegeten rijden we naar een andere kant van de rots, waar je dagelijks kunt aansluiten bij een wandeling terwijl een Aboriginal parkranger je van alles vertelt over de tradities rondom Uluṟu en welke betekenis sommige plekken hebben. We hebben de afgelopen tijd natuurlijk al best wel veel geleerd over de Aboriginal-cultuur, maar juist op deze plek met zoveel betekenis is het voor ons heel waardevol om van een ‘traditional owner’, zoals Aboriginals ook worden genoemd, te horen wat Uluṟu voor hen betekent.
Zodoende neemt Leroy ons een uurtje of twee op sleeptouw langs de meest betekenisvolle plekken van deze monoliet, zoals de plek waar maaltijden bereid werden en waar de senioren zich verzamelden voor en tijdens ceremonies. Daarnaast vertelt hij over rituelen die het volwassen leven inluiden, maar ook over de jacht en waarom de waterpoelen daarbij belangrijk waren. Als we klaar zijn, zijn we weer een heel stuk wijzer over de cultuur. We wandelen daarna zelf ook nog een ander stuk van de base walk, waarbij je aan de voet van Uluṟu erom heen kan lopen en van dichtbij kunt zien hoe enorm deze rots is, maar ook dat er een spirituele kracht van uit gaat.
Omdat we vroeg op waren en de temperaturen in de middag over de 35 graden gaan, zorgen we dat we wat rustiger aan doen. We maken nog een rondje door het cultural centre en zien ook hoe stukje bij beetje toerisme het gebied wel heeft veranderd. Gelukkig lijkt er nu een betere balans te zijn tussen ceremoniële doeleinden en bezoekers. We gaan terug naar onze camping en houden ons vanwege de hitte de rest van de dag rustig, met een baantje zwemmen, een gezellig belletje met Koos en Irene in Malaga en een lekker maaltje. Buiten koken in de outback voelt nog net zo leuk en vertrouwd als in het westen.
9 Maart
Opnieuw staan we vroeg op. Je moet hier eigenlijk wel, want als je iets actiefs wilt doen (zoals wij) kan dat niet in de hitte van overdag. De belangrijkste hikes mag je zelfs na 9 uur niet meer starten, omdat je dan te laat klaar bent en je een deel van de tijd in de brandende zon loopt.
Wij gaan vandaag naar het andere deel binnen dit gebied, de rotsformaties van Kata Tjuṯa. Ook dit geldt als een heilige plek binnen de Aboriginalcultuur en was ooit een rots uit één stuk zoals Uluṟu. Jaren van erosie hebben rots uiteindelijk doen splijten waardoor het grillige landschap ontstaat waar wij vandaag doorheen gaan hiken. Deze tocht heeft de naam ‘Valley of the Winds’-trail en voert 7,5 kilometer door de vallei tussen de heuvels door. Er zijn stukken die wat steiler zijn, maar daar zitten meestal trapjes. Andere delen voeren je tussen de rotsen, maar ook deels door heel dicht begroeid bos. De regen van de afgelopen weken heeft ervoor gezorgd dat alles in bloei staat en er tien keer meer begroeiing is dan normaal, dus is het af en toe echt kruipen en sluipen door de bush.
Ondertussen hebben we zicht op dit mooie landschap om ons heen, maar er staan ook regelmatig bordjes waarop wordt verzocht niet te fotograferen omdat het een zeer betekenisvolle plek is voor de Anangu, de Aborignalstam die hier te boek staan als de traditionele bewoners. Foto’s maken doen we dus maar weinig, en niet van die plekken. Ik vind het een majestueus gebied, waarin je echt gegrepen wordt door de spirituele lading die er hangt. Misschien is het echt zo, misschien zit het tussen mijn oren, maar indrukwekkend is het wel.
Inmiddels zijn we goed bezweet en komen terug bij onze auto. We rijden terug naar Yulara voor een kop koffie en we maken lunch, want we hebben een rit voor de boeg van zo’n 350 kilometer. We gaan naar een ander natuurgebied, genaamd Watarrka National Park, om morgen weer een prachtige hike te lopen door de King’s Canyon. De rit daarnaartoe doen we dus in de middag, zodat we het warmste deel van de dag in de airco kunnen doorbrengen.
Als we al een flinke tijd onderweg zijn en een heuveltje over rijden, zien we dat er op het diepste punt daaronder een flinke laag zand midden over de weg ligt, waar een auto in vaststaat. We remmen af en nemen een kijkje, zoals dat hoort in de outback. Als je iemand op dit soort plekken naast zijn auto ziet, of een auto staat stil op een vreemde plek, is het gebruik om te checken of alles ok is. Je wilt namelijk niet stranden op dit soort compleet verlaten plekken.
Het blijkt hier te gaan om een Deens echtpaar wat dacht dat ze dit zandbakje wel konden doorkomen in hun sedan. En het moet gezegd, ze waren er bijna doorheen, maar op de laatste meters groeven de banden zich toch diep in het zand en was er geen beweging in te krijgen. Gelukkig hebben wij hier inmiddels een klein beetje verstand van, dus helpen we ze een handje. We graven de voorbanden een klein beetje uit en leggen er karton onder uit onze 4WD. De man vertrouwt zichzelf niet meer zo en geeft mij de sleutels met een hoopvolle blik.
Als ik vervolgens flink gas geef en de automatische versnellingsbak even uitschakel zodat hij lekker veel toeren kan maken schiet de auto zo los. Ze zijn erg dankbaar voor onze hulp en wij zijn blij dat we nu hetzelfde voor anderen konden doen als weken geleden voor ons werd gedaan in het park Francois Perón. Oh en wij? Wij kwamen hier met onze dikke 4WD natuurlijk spelenderwijs doorheen…
We rijden hierna nog een uurtje om op onze camping te komen. Onderweg spotten we nog een aantal brumbies, wilde paarden, die we eind december voor het laatst zagen in Kakadu. Ook bij de Kings Canyon is de zonsondergang fantastisch, waar we vanaf ons kampeerplekje prachtig zicht op hebben.
10 maart
We doen vandaag de Kings Canyon Rim Walk, het bekendste pad van deze bergketen. Simone deed het zestien jaar geleden al eens en het eerste stuk staat haar nog steeds levendig op het netvlies. Je stijgt zo’n 300 meter in de eerste kilometer van de wandeling door de trappen te beklimmen, zodat je de hele vallei bovenlangs kan volgen.
Die eerste kilometer werd door Simone’s gids destijds ‘heartattack hill’ genoemd, waar Sim gretig ‘asthma-attack hill’ van maakte. Maar het gaat ons prima af en binnen een minuut of tien staan we bovenaan de vallei. Het gebergte loopt in een U-vorm, of in het Engels een ‘horseshoe bend’, dus we gaan een mooie ronde hieromheen wandelen. Het gebied staat bekend om de prachtige uitzichten op het eerste deel en dat is niet gelogen. Terwijl we vorderen komen we heel weinig mensen tegen, want opnieuw is het devies; niet starten na 9 uur, want dat brengt enorme risico’s met zich mee. Veel mensen houden het daarom bij de kortere wandelingen door het dal in de heetste maanden.
Als we ongeveer halverwege zijn dalen we af in een vallei, die de Garden of Eden heet. Het is inderdaad een oase in de woestijn, met permanent water, wat meer schaduw en een uitbundige plantengroei. Het laatste deel van de trail voert weer over de bovenkant van de vallei en door de heuvels van zandsteen. Ook aan deze plek worden door de Aboriginals bijzondere verhalen verbonden, dus is respect op zijn plaats en blijven we netjes op de aangegeven paden.
Omdat we elke dag op tijd opstaan om de hitte voor te zijn, is het opnieuw nog niet heel laat als we weer terug zijn bij ons startpunt. Net als gisteren gaan we de kilometers die we vandaag moeten maken in de middag rijden, dat beviel ons prima. We maken nog een snel stopje op onze camping waar we even het zweet van ons afspoelen. Bijkomend voordeel; even geen vliegen, die houden schijnbaar niet van douchen.
We rijden terug naar Alice Springs, want we zijn klaar voor onze volgende etappe. Morgenochtend leveren we de auto in en gaan we ons weer verplaatsen. Tegen het begin van de avond zijn we weer terug waar dit deel van onze reis begon, in heel korte tijd legden we meer dan 1200 kilometer af in de outback, waar de afstanden altijd groot lijken te zijn. Dat zagen we eerder in WA en nu hier opnieuw. Maar het was een prachtige ervaring die echt bij onze trip hoort.
11 maart
Als omstreeks 4 uur deze middag ons vliegtuig de daling inzet naar Cairns, hebben we er al een hele dag op zitten, maar voor ons gevoel hebben we niks gedaan. Dat is toch een beetje het leed van zo’n reisdag, je bent gewoon een hele dag kwijt aan een vlucht van twee uurtjes. Het terugbrengen van de 4WD, vervoer naar de luchthaven, inchecken en lang wachten op een vertraagde vlucht.
Maar goed, we zijn dus in Cairns, het noorden van de staat Queensland. Het is de laatste staat die we gaan bezoeken, en daarmee hebben we ze ook op één na allemaal gehad. Alleen de Capital Territory waar Canberra ligt staat niet in onze reisplannen.
In het (tropische) noorden van Queensland is het op dit moment ook regen- en cycloonseizoen. Dat merken we al tijdens de landing, want het vliegtuig moet zich minutenlang door een dikke laag bewolking werken voor de landingsbaan in zicht komt en daarbij blijft zelfs een flits van de bliksem ons niet bespaard.
In Cairns nemen we onze intrek in een leuk hostel midden in de stad en doen dezelfde avond nog een verkenningsrondje van het centrum. We eindigen bij de nightmarkets waar we ook een lekker avondmaaltje scoren. Morgen maar meer van Cairns zien, eerst even een nachtje bijslapen van een lange dag waarin we toch weinig deden.
12 maart
We beginnen met een wat langere wandeling door het centrum van Cairns. Sommige dingen zijn herkenbaar voor Simone van 16 jaar eerder, maar ook weer heel veel niet. Sowieso is op de meeste plaatsen het eerste wat ze zegt meestal “in mijn herinnering was het veel kleiner!” Als we het dan opzoeken blijkt dat vaak wel een terecht gevoel, want veel plaatsen hebben zich in 16 jaar tijd behoorlijk ontwikkeld.
Lopend langs de boulevard komen we uit bij de lagoon. Dat zagen we eerder, in Darwin maakte men ook zo’n ‘strand naast de zee’. Helaas is het bittere noodzaak want dodelijke kwallen, krokodillen en haaien zijn hier alom aanwezig in het zeewater. We belanden uiteindelijk in het reuzenrad naast de lagoon, omdat we wel in zijn voor een leuk uitzicht over de zee, de omliggende heuvels en de stad zelf. Het is hartstikke rustig dus we gaan wel zes keer rond. Even vermoeden we dat we gegijzeld worden, maar we mogen er uiteindelijk toch uit.
In Cairns zijn wat leuke dingen te doen, maar het draait toch voornamelijk om tochten naar het Great Barrier Reef, dat is uiteraard de grootste trekpleister hier. Die bewaren wij voor wat later, dus wij bezoeken de twee (kleine) musea die de stad rijk is. De ene gaat over de regio, de historie en het belang van de landbouw hier. Het is namelijk suikerriet-land, dat gaan we later onderweg nog zien. Het andere museum is meer een kunstgalerie, met een klein aantal vaste en wisselende werken. Er hangt zelfs werk van een (ons onbekende) Nederlandse schilderes.
Dat we naar binnen zijn gegaan is geen toeval, want boven ons hoofd zijn de hemelsluizen open gegaan. De tropische buien vallen zo’n beetje elke dag, dus we wachten op wat beter weer om nog verder te lopen. Dat komt gelukkig snel genoeg, en we wandelen op ons gemakje terug naar ons hostel om nog even een wasje te doen voor het kamperen weer van start gaat.
Voor ons diner belanden we uiteindelijk bij PJ O’Brien’s, de lokale Ierse pub. We kiezen daarvoor omdat juist die Sim nog goed voor de geest staat, vanwege de goedkope maar lekkere daghap en de pubquiz waar ze aan meedeed. De dagschotel is zestien jaar later niet aan de inflatie ontsnapt, maar nog steeds lekker!
13 maart
Het kampeerleven gaat weer van start! We hebben de voorbije maanden wat ervaring opgedaan met verschillende vormen van vervoer die je daarvoor in Australië kan gebruiken. Daardoor weten we nu goed wat we nodig hebben en wat de mogelijkheden zijn. Het weer aan de oostkust is daarin een grote factor. Waar we in WA met onze daktent en 4WD goed uit de voeten kunnen -want warm, nauwelijks regen en veel ‘avontuurlijke’ wegen- lijkt Queensland daar minder geschikt voor vanwege de tropische buien en het feit dat het regenseizoen volop bezig is. We merkten het de afgelopen twee dagen al.
We gaan dus voor binnen slapen in een campervan en ook de mogelijkheid van binnen eten. Dus niet zoals aan de Great Ocean Road, waar we ons bed moesten ombouwen tot tafel als we binnen wilden eten. De onze heeft bed en tafel los van elkaar. De tussenpersoon waar we boekten raadde het ons overigens af, want; “everybody eats outside!” Onthoud dat advies nog even…
Als we ons in ochtend melden bij de vestiging van THL, die niet minder dan 6 verschillende brands van kampeerauto’s hebben, kijken we onze ogen uit. Wat een schier onmogelijke hoeveelheid voertuigen hebben ze hier. De onze staat al klaar, maar als we rondje er doorheen maken blijken ze de verkeerde te hebben klaargezet. We hadden al zo’n voorgevoel en belden er meerdere keren over. Gelukkig geven ze gauw toe een vergissing te hebben gemaakt en komt het juiste model voorrijden, wat zelfs nog een nieuwer model blijkt te zijn.
Als we wegrijden is het toch wel even wennen, want het gevaarte is 7 meter lang en 3,20 hoog. Gelukkig piept hij lekker hard als we achteruit rijden, dus mensen kunnen niet om ons heen. Zo’n eerste dag is toch even uitvogelen, kijken of je nog wat nodig hebten boodschappen halen. Dat doen we dus in Cairns, want daar hebben we alles bij de hand. Rondje over de markt voor verse groenten en fruit, en nu we er toch zijn halen we een sugarcanejuice die je hier op elke straathoek ziet. Smaakt opperbest!
Na de markt halen we het overig nodige nog bij de supermarkt en zijn we klaar om te gaan. We weten inmiddels dat dit soort dagen altijd sneller voorbij gaan dan je denkt, dus hebben we vooraf geen plan gemaakt, behalve dat we naar het noorden rijden. Het Daintree regenwoud dat daar ligt is het oudste ter wereld en een prachtige omgeving. Het zag er even naar uit dat het niet zou kunnen vanwege overstromingen, maar gelukkig kunnen we toch een deel bezoeken. Alleen het noordelijker gelegen Cape Tribulation moeten we schrappen omdat de veerpont die je over de rivier brengt is weggespoeld. Het is dus echt wel bar en boos geweest.
We rijden uiteindelijk naar Palm Cove, een dorpje met een prachtig strand en een mooie camping die daar bijna direct aan ligt. Als we een mooi plekje hebben, maken we daar gelijk maar even een wandeling en zien dat we toch zelfs even kunnen zwemmen. Er is namelijk een deel van de zee afgezet met stingernetten zodat de gevaarlijke kwallen hier niet kunnen komen. Het is overigens ook best handig tegen krokodillen en haaien. Ja lezers, de mooiste stranden ter wereld zijn niet perse de leukste…
Toch hebben we het een half uurtje goed naar onze zin in de golven, de zee is heerlijk van temperatuur en het is fijn om het tropische zweet even weg te spoelen. Het is namelijk al de hele dag warm, broeierig en benauwd, de buien die de hele dag door al vallen helpen daar niet bij. Ook in de zee krijgen we de nodige regendruppels om extra nat te worden, buiten eten zit er direct de eerste avond al niet in dus we zijn blij met ons binnenzitje. Ook als we gaan slapen horen we geen golven, krekels of andere natuurgeluiden, maar niets anders regen op ons dak.
14 maart
Wat hebben we een lekker bed in onze campervan! Dat comfort was ook een van de redenen om voor deze optie te kiezen, want we hebben deze auto weer zo’n 4 weken en dan is een lekker bed wel heel fijn. Ook fijn is dat het in de loop van de nacht droger is geworden en we staan op met een zonnetje. We kunnen zelfs heerlijk buiten ontbijten.
We doen heel rustig aan vanochtend, want we hebben nog niet veel op de planning vandaag. Dus als Simone nog eens een paar van haar favoriete kookaburra’s spot komt de camera tevoorschijn. Er zit hier zelfs een andere soort, dus wie weet hebben we daar nog mazzel mee. We rijden nog een stuk noordwaarts vandaag en willen overnachten in Daintree Village, het verst dat we kunnen komen onder de huidige omstandigheden.
Daarvoor gaan we een prachtig stuk afleggen genaamd The Great Barrier Reef Drive. Net als z’n bijna gelijknamige grote broer in het zuiden van het land (de Great Ocean Road) kronkelt de weg zich langs de kust. De slogan van deze streek is ‘Where the rainforest meets the reef’, ze hebben geen ongelijk want het is een prachtige omgeving waar jungle en strand elkaar letterlijk aanraken. Wij genieten met volle teugen van elke bocht en laten de drone weer eens een keertje opstijgen. Helaas neem de bewolking meer en meer de overhand en begint het weer steeds meer te regenen. Eerst buitjes, maar later ook wat langere tijd plenzen.
We zijn inmiddels bijna in Mossman, waar we naar de bekende kloof Mossman Gorge gaan. We hebben afgesproken hier nogmaals de ervaringen en verhalen vanuit de oorspronkelijke bewoners te beluisteren terwijl we een wandeling door het diepe regenwoud hier maken. Bij het cultureel centrum worden we opgewacht door Levi die ons meeneemt, diep het national park in. Normaal gesproken kun je slechts in een beperkt deel van het park wandelen, maar wij worden meegenomen naar een andere plek. Daar doet Levi een zogenaamde smokeceremony, waarmee hij deelders, past and present, toestemming vraagt om ons toe te laten op hun grond. Blijkbaar is het in orde, want we mogen blijven. Er is thee gezet met lekkernijen, waarna we aan de wandel gaan. Levi laat zien welke soorten wapens werden gebruikt ter verdediging, voor de jacht of zelfs voor straffen. Ook komen we langs plekken waar gevaarlijke planten groeien, de ene haakt zich vast aan je huid en is pijnlijk als je hem direct verwijderd. Als je echter even wacht laten de haakjes vanzelf los, dus heet deze plant toepasselijkwait-a-while.Een andere plant veroorzaakt hevig brandende irritaties, vele malen erger dan een brandnetel. Later leren we zelfs dat dit maanden kan aanhouden als je ermee in aanraking komt. Oppassen dus maar!
Levi laat ons de plaats zien waar huwelijken werden voltrokken, maar het absolute hoogtepunt volgt op het laatst, waarbij hij traditionele lichaamsschilderingen aanbrengt op zijn eigen arm, door het gebruik van diverse natuurlijke grondstoffen zoals oker en klei. Hij legt uit waar de verschillende vormen voor staan en dat dit nog steeds een serieus aspect is van de Aboriginal-cultuur. Heel mooi en interessant om te zien.
We hebben het gelukkig helemaal droog gehouden tijdens deze trip, maar als we op eigen gelegenheid nog wat rondlopen bij de woeste Mossman river gaan de hemelsluizen compleet open. Binnen een dertigtal seconden zijn we doorweekt. We houden het dus maar voor gezien en trekken droge kleren aan als we weer in onze campervan terug zijn.
We rijden gelijk ook door naar Daintree Village voor onze overnachtingsplek. We checken in op de camping van Michael en Elaine, die op hun land aan de rivier een paar plekken hebben. Van Michael mogen we kiezen, beneden aan de rivier, of tien meter hoger bij de keukens en terrassen. Ik vraag Michael of we wel beneden kunnen staan gezien de vele regen. De rivier staat al behoorlijk hoog. Maar ik krijg te horen dat ik “unreal” ben, en mocht het toch misgaan komt hij ons wel waarschuwen. We doen het toch maar niet en zetten onze bus hoog en droog…
We denken nog even na over de dag van morgen, want wat komen we nou eigenlijk hier doen? We besluiten het dan maar even te zien, wie weet is er nog een leuke boottocht te maken op de rivier en spotten we dan wat krokodillen, altijd leuk. En anders hebben we Daintree Village gezien, kan ook niet iedereen zeggen toch?
Ondertussen plenst het buiten door, en door, en door….
Reageer op dit reisverslag
Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley