Duivelse hitte en gehoornde duivels

Door: Harald

Blijf op de hoogte en volg Simone

16 Februari 2026 | Australië, Perth

1 februari

Cape Range lijkt dan wel in weinig op eerdere nationale parken waar we verbleven of doorheen reden, het heeft er ook één ding mee gemeen; de wind is een onvoorspelbare factor. Midden in de nacht steekt er een stormachtige wind op die twee dingen doet; ons wakker maken en verkoeling brengen. Het tweede is fijn, want heet is het al dagen in ons daktentje. Het eerste zorgt wel voor een behoorlijk gebroken nacht, want we slapen nauwelijks. Net zo plotseling als hij opstak gaat de wind na een uurtje ook weer liggen, en we slapen tot de zon ons echt uit bed brandt! Als verkoeling starten we de dag met een duik in de zee.

Simone heeft een plekje gevonden om het rijke vogelleven van het park te bekijken, dus gaan we rustig aan de weg op, want het belooft vandaag weer ruimschoots meer dan 40 graden te worden.

Onderweg passeren we een plek die Oyster Stack heet, daar hadden we gisteren al over gelezen. Je kunt er, alleen bij hoogtij, goed snorkelen. Het koraal ligt hier zo’n beetje direct bij de kust, dus als we erachter komen dat we precies nu nog een uurtje het water in kunnen hier, remmen we af en doen de zwembroek voor de tweede keer vandaag aan.

Dat was geen verkeerde keuze! Een strand heb je hier niet echt, maar je stapt vanaf de rotsen een metertje omlaag het water in. Een meter of tien voor ons zien we de donkere vlekken van het koraal in het water al, maar ook om onze voeten verzamelen zich al scholen met geelzwarte en groenwitte vissen. Om beurten zwemmen we door het koraal, aangezien we maar één snorkel mee hebben. We kijken onze ogen uit, het is bijna net zo mooi als een paar dagen geleden tijdens de snorkeldag op het rif.

Om even voor enen zakt het tij zover dat we hier niet meer mogen snorkelen, dus komen we het water uit en drogen ons af. Hoewel, afdrogen is bijna niet nodig. Het is inmiddels 42 graden, dus opdrogen doen we bijna onmiddellijk. Die temperatuur ontneemt ons wel het geplande bezoekje aan het vogelspotplekje. We rijden er naartoe en vinden ook de spottersplek maar het is gewoonweg te heet, zelfs als we een klein beetje schaduw vinden.

We zien maar één optie, en dat is terug naar het strand en het water in vluchten. Alleen daar is het enigszins uit te houden, dus rijden we naar Sandy Bay, een strandje vlakbij onze kampeerplek. Het is (het wordt eentonig) een prachtig strand in een baai met kraakhelder water, waar we in gaan zitten om af te koelen. We komen er een uur lang niet meer uit en genieten van het uitzicht op het rif en de verkoeling. Als we tegen zonsondergang denken aan opstappen breekt het welbekende wildlife-uurtje aan. Simone ziet een dolfijnenvin uit het water komen, waarna er een enorme pijlstaartrog naast ons komt liggen en zich begraaft in het zand. Alleen zijn stekel meet al een meter of twee. Luttele minuten later nestelt een kleiner broertje zich naast hem, terwijl een andere soort zich tussen hen door beweegt. We sluiten af met in de verte nog een dolfijn die z’n vin af en toe uit het water steekt.

Hoewel de hitte nog steeds om ons heen zindert, hebben we besloten nog een nacht in het national park te blijven kamperen. Het voelt als een juiste manier om zo tegen het einde van onze tijd in west-Australië de ontberingen het hoofd te bieden zoals we dat de hele maand hebben gedaan. En eerlijk is eerlijk, heet is het overal toch wel. Voor het koken hoeven we niet veel moeite te doen vandaag, we hadden namelijk voorgesorteerd op een situatie als deze en twee kant en klare maaltijdsalades meegenomen.

Als we net klaar zijn met eten lijken de dreigende luchten die we al even ten noorden van ons zagen zich uit te breiden, en flitst het onweer af en toe door de lucht. Het lijkt erop dat er nog een buitje over gaat komen, zou dat de oh-zo welkome verlichting brengen?

2 februari

De dreigende onweerswolken brachten inderdaad een flinke bui gedurende de nacht. Toch is er van verkoeling geen enkele sprake. De daktent heft wel aan alle kanten open gestaan zodat de kleine zuchtjes wind er doorheen konden blazen, dus het was te doen. Simone kreeg daardoor wel een natte rug van de regendruppels… We worden ook vroeg wakker, maar dat is niet zo erg. We willen namelijk een korte wandeling maken en dat kun je maar beter zo vroeg mogelijk doen tijdens een hittegolf. We zetten koers naar Yardie Creek, een rivier die vanuit het gebergte door het national park naar de zee stroomt. Door de erosie gedurende al die jaren is er een prachtige kloof uit de rotsen gesleten waar je een mooie wandeling kan doen.

Tijdens de wandeling zien we één van de bomen langs de rivier helemaal tjokvol hangen met vleerhonden, dat zijn grote vleermuizen die ze hier fruitbats noemen. We zagen ze al eerder tijdens onze reis af en toe vliegen in de avonden, maar hier hangen ze dus met tientallen in een boom. Je zou denken dat ze dan wel slapen, maar ze maken met z’n allen een hoop herrie.

Een poosje later stuiten we verderop nog op een rotswallaby, een heel kleine variant op de kangoeroe (en ook klein voor een wallaby). Hij komt zelf even bij ons langs hupsen als we van het uitzicht staan te genieten. We hebben ons laten vertellen dat ze behoorlijk zeldzaam zijn en zeker overdag bijna niet gezien worden.

We sluiten onze tijd in Cape Range af met nog één snorkelsessie bij de Oyster Stacks. We hebben zo genoten van al het zeeleven en de bonte verzameling vissen die we de afgelopen tijd zagen, dat we deze kans niet voorbij konden laten gaan. Na een uurtje of anderhalf is het echt tijd om te gaan en zetten we de auto op weg naar Exmouth, waar we vanavond nog een nachtje zullen doorbrengen. Het is inmiddels wel alweer gigantisch heet, dus nadat we hebben geluncht en de sleutel van onze motelkamer (ja, het was nu echt te warm geworden om nog te kamperen) hebben opgehaald rusten we een poosje uit, in het verkoelende klimaat van de airco. We hebben vanavond namelijk nog wat op de planning…

Al enige tijd kijken we hiernaar uit; we gaan op pad met twee parkrangers die alles weten over schildpadden. We zitten namelijk midden in het nestelseizoen. De vrouwtjes komen aan land in deze tijd van het jaar en gaan op het strand hun nesten graven. Omdat dit seizoen vrij lang duurt, hebben we vanavond kans op zowel eieren leggende schildpadden, als uitkomende eieren en de gang van jonge schildpadjes naar de zee.

We verzamelen met een man of 20 bij een van de stranden in de buurt, waar we veel uitleg krijgen over hoe het nestelseizoen werkt, maar ook heel veel instructies over hoe we moeten bewegen (of niet bewegen) als we schildpadden en jonkies tegenkomen, zodat we dit niet verstoren.

Na de instructies en uitleg gaan we het strand op, waar we eigenlijk nog niet eens zo ver onderweg zijn, als we stil moeten staan van de voorste ranger, en gelijk de eerste instructie in de praktijk moeten brengen; ga zitten en doe alsof je een rots bent…

In de branding is namelijk een enorme zeeschildpad te zien, die duidelijk haar weg naar de kustlijn aan het maken is. Dat houdt in dat ze een poging gaat doen om eieren te leggen en als ze mensen ziet of hoort zal ze rechtsomkeert maken. Zo’n poging kost veel kracht, dus als het niet lukt kan dat slecht nieuws zijn voor haar eieren.

Deze heeft geen last van ons en ze is langzaam maar zeker haar weg op het strand aan het maken. Met haar flippers duwt ze zichzelf voorwaarts, elke keer drie of vier slagen en weer een poosje rust, dus het gaat niet snel. Als ze na een half uurtje ver genoeg is gaat ze graven, dat gebeurt met haar voorste flippers. Elke minuut zie je dan een paar grote wolken zand voorbij komen, en ze graaft een gat van ongeveer een meter diep.

Ondertussen is het op het strand een drukte van jewelste. Niet met mensen, maar met andere schildpadden. Op een zeker moment zijn er wel 7 schildpadden die zich tegelijk aan de kustlijn laten zien. Lang niet allemaal gaan ook aan land zoals de eerste, maar sommige ook wel.

Dan is het tijd voor het nest; met haar achterste flippers en staart gaat ze onder het zand graven, net zolang tot ze tevreden is met het holletje voor haar eieren. Dit is het moment dat we, kruipend en heel zachtjes, de schildpad van achter kunnen benaderen. Met rood licht kunnen we dan van dichtbij zien wat er gebeurt. Het wachten is tot ze eieren gaat leggen, en jawel, ongeveer anderhalf uur nadat ze aan land ging is dat moment daar. Van dichtbij zien we hoe ze ei na ei in het nest laat vallen, zonder dat we haar storen. Dit is namelijk voor haar het moment dat ze het minste last heeft van beweging om zich heen. Uiteraard doen we wel nog muisstil en gebruiken rood licht. Later, vlak voor we naar huis gaan, zien we zelfs nog een tweede schildpad graven en eieren leggen.

Als we genoeg gezien hebben lopen we voorzichtig nog een stukje over het strand. We wilden namelijk ook heel graag een jonkie net uit het ei zien. We kletsen over hoe magisch het was wat we net hebben aanschouwd, en dat dat het niet zien van een zogenaamde hatchling meer dan goed maakt. Maar dan, jawel, komt er uit Simones ooghoek een klein beestje uit de duinpan en hobbelt zo snel hij kan naar de zee. We dopen hem om tot Billie en moedigen hem aan. Even lijkt hij vast te lopen op een kuiltje, maar daar komt hij zelf uit. Zelfs als hij ondersteboven valt is hij volhardend en weet weer overeind te krabbelen. Onder onze aanmoedigingen bereikt hij de waterlijn en met een klein aanloopje is hij verdwenen voor een mooi leven in de oceaan. Het maakt deze avond compleet!

3 februari

Vandaag is het echt het begin van het einde van onze Western Australia Tour; we gaan beginnen aan de terugreis naar Perth.

We zorgen in de ochtend er nog voor dat we alle afwas hebben gedaan en met een lekkere kop koffie van ons favoriete bakkertje in Exmouth gaan we onderweg. We stoppen we alleen nog in de Charles Knife Canyon, een prachtige vallei aan de westkant van het gebergte wat onderdeel is van Cape Range. We spelen nog even met de drone, maar ik moet op een zeker moment zelfs de parasol uit de auto pakken om Simone te beschermen tegen de zon. Vandaag belooft de heetste dag van deze hittegolf te worden en dat voelen we inderdaad al snel.

Als we bijna gesmolten zijn gaan we maar terug naar de auto. We hebben nog 4,5 uur te gaan in deze etappe naar Carnarvon. We hebben besloten de 13,5 uur van deze terugreis op te splitsen in drie delen. Dat is op zich reistijd die wel in twee of zelfs één dag te proppen is, maar gezien de verwachting qua weer willen we liever niet teveel van onszelf eisen en kiezen we voor een iets relaxter tempo.

Dat blijkt een wijze keuze want de temperatuur loopt op tot duizelingwekkende waarden. Volgens de BOM zou het bij Minilya, waar we even tanken en een sanitaire pauze houden, 47 graden zijn. De teller in onze auto geeft echter zelfs 52 graden aan… hoe dan ook, het is heter dan ooit tevoren op onze trip en dat voelen we. En we klagen niet over onze auto, maar we merken dat de airco echt hard moet werken om dit nog acceptabel koel te houden. Ook het zonnepaneel en de accu die ons van stroom voor bijvoorbeeld de koelkast voorzien hebben het lastig.

We houden vol en krijgen Carnarvon in zicht. Deze stad sloegen we onderweg naar het noorden over (buiten een stopje voor boodschappen), omdat we hoorden dat het niet veel soeps was. Die mening deelden we toen, en dat doen we nu nog. We verblijven er ook echt maar een snel nachtje op weg naar Perth.

Wat we wel nog doen, een paar kilometer voor Carnarvon, is de afslag nemen naar Quobba Beach. We hebben namelijk opgezocht dat hier schildpadden nestelen en dus ook hatchlings kunnen zitten. Aangezien we gisteren allemaal nieuwe vaardigheden als schildpadspotters hebben opgedaan, wilden we nog één poging doen om hatchlings te zien. Helaas is het resultaat van deze actie in één woord samen te vatten; Niets... geen baby-schildpadjes en geen moeders aan land.

Dus vertrekken we maar, blij met alles wat we de avond ervoor wel hebben gezien. Als ik een paar kilometer onderweg ben moet ik uitwijken naar links voor iets kleins op de weg en ga direct ook in de remmen…

Al een flink aantal weken in WA doen we af en toe, op de plekken die daarvoor geschikt lijken, pogingen om een Thorny Devil te spotten. Dit zijn heel kleine hagedissen, in het Nederlands woestijnduivels genaamd, die enorm moeilijk te vinden zijn omdat ze erg goed zijn in zich camoufleren en verstoppen. Als je het niet weet zien ze eruit als een takje of hoopje dorre bladeren. Al heel vaak hebben we gedacht er een te zien op de weg. Dus als ik tegen Simone zeg dat het onze geluksdag is, denkt ze nog stiekem dat ik het niet goed zag. We lopen langzaam terug en zien inderdaad een stekelig beestje midden op de weg zitten. Dat vinden deze reptielen heerlijk om zich aan te warmen, maar het is ook gevaarlijk omdat ze zich als een kameleon qua kleur aanpassen aan hun omgeving. Daarbij zijn ze niet erg snel, dus als er een auto aankomt, komen ze vaak niet op tijd weg.

We lopen een paar rondjes om deze stekelige vriend heen en maken wat foto’s. Hij houdt ons in de gaten maar lijkt zich ook niet al te druk te maken over onze aanwezigheid. We laten hem maar lekker zitten en hopen dat hij op tijd weer de benen neemt voordat er nog een auto aankomt.

Als laatste worden we een stuk verderop nog een keer verrast door het lokale wildlife; een familie rennende emoes. We hadden er al eens over gehoord, emoes willen soms wel eens met je meerennen terwijl je voorbij rijdt en dat besluiten deze vader en 3 jongen te doen. Ik blijf dus doorrijden, heel voorzichtig, maar op een zeker moment stoppen ze weer. Als ze een minuutje later weer beginnen te sprinten is me duidelijk wat ze willen en stop ik de auto. Met een grote grijns op ons gezicht zien we de emoes vlak voor onze auto, op volle sprintsnelheid, de weg oversteken. Wat een leuke afsluiter van deze reisdag!

4 februari

Dit is de langste dag van onze reis naar Perth. We leggen zo’n zeven uur af, van Carnarvon naar Jurien Bay. Omdat we eerder samen afspraken dat we in de basis niet meer bij donker willen rijden gezien alle dieren die hier wonen en in de nacht actief worden, zorgen we dat we voor 18:00 uur in Jurien Bay zijn. Stops meegerekend betekent dat dus dat we niet te vroeg, maar ook zeker niet te laat weer vertrekken, met een ontbijtje achter de kiezen en een volle tank diesel.

We doden de tijd door de afgelopen weken nog eens de revue te laten passeren; wat deden we goed en wat zouden we in de toekomst anders doen in deze vorm van reizen. Dat is voor ons wel belangrijk, omdat we ook aan de oostkust van plan zijn om er een kampeertrip van te maken.

We gaan ook de hoogtepunten nog eens na, en komen tot de conclusie dat we veel prachtige dingen zagen en meemaakten, maar ook was er wel eens een tegenvaller.

Ook kijken we vooruit; we hebben nog zo’n tweeënhalve maand te gaan, waarvoor we allerlei ideeën hebben, maar nog geen vastgelegde plannen. Dat is aan de ene kant fijn, want we hebben veel vrijheid. Toch brengt het ook een bepaalde druk, want we moeten hier wel snel beslissingen over nemen. De oost- en zuidkant va Australië heeft het momenteel zwaar met hitte, overstromingswaarschuwingen en bosbranden. In het midden van het land is het ook nog altijd gigantisch heet. We houden goed rekening met dat soort zaken als we vooruit plannen, dus hebben nog genoeg om over na te denken.

In Jurien Bay komen we aan op een vertrouwd plekje, hier brachten we al eens twee nachten door op weg naar het noorden. De hitte van toen en de afgelopen dagen is gelukkig veel minder, dus we kunnen tijdens de allerlaatste nacht nog één keer in de daktent slapen. Ook voor ons diner kiezen we voor vertrouwd; een heerlijke Fish ’n Chips van de bistro aan de boulevard.

5 februari

Perth; here we come! We gaan de laatste tweeënhalf uur afleggen. Na het ontbijt vegen we de daktent uit, want daar heeft zich nogal wat zand verzameld. Terwijl we dat doen raken we aan de praat met een vriendelijke Australiër die ons vraagt hoe onze daktent beviel. Hij wil er namelijk zelf een kopen voor zijn vistrips. We keuvelen wat heen en weer en als we laten vallen dat we een aantal dingen, zoals onze matrastopper en parasol, wegdoen na vandaag heeft hij daar wel oren naar. Ons plan was om het naar een kringloopwinkel te brengen, maar als deze man ze kan gebruiken scheelt dat weer een ritje. Zelfs ons kookstelletje slijten we nog aan hem. De zijne ging namelijk die ochtend kapot…

Onderweg naar Perth rijden we voor het eerst in een maand weer eens een stuk snelweg. Dat is ook een gekke gewaarwording na al die duizenden kilometer tweebaansweg. De allerlaatste stop is een broodnodige; de carwash! We hebben tussendoor ook nog wel een keer afgespoeld, maar er zit toch nog een behoorlijke hoeveelheid stof, zand, modder en vuil op de auto. We geven hem een heerlijke wasbeurt en spoelen goed na, waarna we ook de stofzuiger nog maar even door de cabine halen. We leveren hem in elk geval schoner in dan we hem kregen, daar zijn we van overtuigd.

Na 7026 kilometer is het avontuur met de 4WD ten einde, en stappen we over op ‘nieuwe’ manier van transport. Met al onze bagage in een Uber naar ons hostel; ik vind het maar wennen… We installeren onszelf in Fremantle, waar we een maand geleden ook al eens een paar uurtjes over de markt struinden. We hebben een fijne kamer in het hostel wat gevestigd is in de oude gevangenis van de stad, gebouwd halverwege de 19e eeuw en tot 1991 als zodanig in gebruik. Inmiddels is het gedeeltelijk museum en dus gedeeltelijk hostel. Grote delen van het pand zijn nog steeds goed als gevangenis herkenbaar, en sommige kamers zijn zelfs in de oude cellen gesitueerd.

Na de lange terugreis van de afgelopen dagen doen we vandaag verder lekker rustig aan en maken plannen voor de komende dagen, want we zijn nog niet helemaal klaar in West-Australië.

6 februari

Na onze chillavond en lekker bijtijds naar bed, staan we op en pakken onze spullen in. We pakken licht, en de rest van onze bagage gaat in een, oh nee, drie lockers. Daarna lopen we naar de haven van Fremantle en stappen daar op de boot. We varen naar Rottnest Island, 30 minuten voor de kust.

Rottnest Island, je zou kunnen denken; met wat fantasie klinkt dat toch best een beetje Nederlands… dan heb je volkomen gelijk! Eind 17e eeuw was het namelijk de Nederlandse VOC-kapitein Willem de Vlamingh die hier eens aan land ging kijken toen hij langsvoer. Hij was best onder de indruk van dit eilandje, maar kwam hele vreemde beesten tegen. Met zijn beperkte kennis van het lokale wildlife dacht hij dat het hier vol zat met ratten en rapporteerde terug naar Nederland dat hij op een Rattennest-eiland was geweest.

Wat onze Willem niet wist, is dat hij oog in oog was komen te staan met de quokka’s. Dit zijn kleine, aan kangoeroes verwante beestjes, die veel aandoenlijker zijn dan de knaagdieren waar de kapitein ze voor aanzag. Ze komen voor in het zuidwesten van WA, maar met name in grote aantallen op Rottnest. Wij hopen in elk geval een paar quokka’s te zien, maar dat moet gaan lukken, is ons aan alle kanten verteld.

Rottnest is ongeveer vergelijkbaar met Texel qua grootte, en niemand mag zijn auto hier mee naartoe nemen. Er rijden bussen over het eiland, en wat parkrangers zijn de enigen die zich hier in een auto mogen bewegen. Dat betekent dus lopen, of fietsen! Dat laten wij ons geen twee keer zeggen! We huren twee fietsen, zetten de verplichte helm op en gaan op pad.

Als we de eerste kilometers hebben afgelegd nemen we de vergelijking met Texel gauw terug, want we moeten stevig heuvel-op en heuvel-af. Wel zien we dat wij Nederlanders toch een streepje voor hebben op veel mensen uit andere delen van de wereld, want menigeen moet heuvel-op afstappen en verder lopen. Wij redden het over het algemeen op wilskracht (en een pufje voor Simone van haar astma-medicijnen). We komen al snel langs mooie strandjes, waar je het koraal vanaf de kust al kan zien liggen. Bij een van de stranden ligt zelfs nog het wrak van een vissersboot, half uit het water stekend.

We strijken uiteindelijk neer op Salmon Beach, waar we onze zwemkleding aantrekken om eens even een rondje te snorkelen. Ook hier kun je het koraal al bijna aanraken vanaf het strand, dus we gaan maar eens onder water kijken. We vinden het erg mooi, maar zijn bang dat rondjes op het Ningaloo-rif ons een klein beetje verwend hebben gemaakt. Toch hebben we het goed naar de zin en vermaken we ons lange tijd onder water. Ik zie zelfs nog een uit de kluiten gewassen stingray op een wat dieper deel!

Terug op het strand valt ons op dat een groepje jonge Australiërs naar de rotsen iets verder richting de duinen staan te kijken. We lopen er even langs, en er blijkt een flinke dugite te liggen, een behoorlijk giftige slangensoort die veel voorkomt op dit eiland. We laten hem maar lekker in de zon liggen bakken, terwijl wij opdrogen en ons weer omkleden na het zwemmen. Terwijl we dat doen valt mij op dat de slang inmiddels weg is, maar besteed daar verder geen aandacht aan. Totdat ik op één been sta om mijn sokken aan te trekken en ik iets langs en zwarts op een centimeter of 20 van mijn voet voorbij zie glibberen… dat is me iets te dichtbij van het goede. Gelukkig scheiden hier onze wegen en verdwijnt de slang tussen de rotsen.

We fietsen verder langs de kustlijn en genieten van de uitzichten. We komen langs de vuurtoren en zijn inmiddels een kilometer of tien van de haven verwijderd. Wat ons opvalt is dat we meer en meer de paden voor onszelf hebben. Het loopt tegen 5 uur en veel Australiërs en andere toeristen maken hiervan een dagtrip. Wij hebben echter besloten dat we hier op het eiland willen slapen, om er zo ten volle van te kunnen genieten. Daarom boekten we een kamer bij het lokale hostel en hebben we nu alle tijd om rustig de andere kant van het eiland te verkennen.

Nu het tegen de avond loopt is de kans om quokka’s te spotten ook veel groter, en dat gebeurt dan ook vrij snel. Ze lopen langs fietspaden onder de bomen, in de duinen en zelfs tussen de winkeltjes, cafe’s en restaurants in de haven. Sommige zijn echt wel wat schuwer, maar de meesten hebben totaal geen angst voor mensen en kuieren gewoon lekker tussen het volk door. Daar zit wel het gevaar voor deze beestjes, want de verleiding om ze te aaien en te voeren is voor veel mensen niet te weerstaan. Dat is dan weer totaal niet de bedoeling, want er kunnen allerlei ziektes worden overgedragen. Daarnaast worden ze van het eten wat jij en ik eten vaan hartstikke ziek. We hebben een aantal keer mensen daar vriendelijk op gewezen…

Simone vermaakt zich in elk geval opperbest met haar camera en deze fotogenieke dieren. Terwijl we ook de noordkant van het eiland nog een beetje beter verkennen stappen we ook regelmatig even af voor een fotosessie met de eilandbewoners. Waar we in het begin de quokka’s nog telden, zijn we er maar mee gestopt toen we na het eten de 120 passeerden.

We kijken naar de zonsondergang op het Little Parakeet Bay, waar we stiekem nog even met de drone vliegen, en besluiten het dan echt voor gezien te houden voor vanavond. We bemachtigen het allerlaatste tafeltje bij het beste restaurant van Rottnest en doen ons tegoed aan de heerlijkste Italiaanse gerechten, voor we ons bed opzoeken.

7 februari

We hebben de wekker vroeg gezet, want Simone wil nog één keer van de mogelijkheid gebruik maken om onze fluffy vrienden op de foto te zetten. Als de zon opkomt en het opwarmt gaan ze beschutting zoeken, dus is vroeg in de ochtend nog onze enige optie. Gisteravond zagen we niet minder dan 30 quokka’s rond ons hostel op het grasveld, en ook nu hoeven we slechts 20 meter te lopen om een hele kolonie te spotten.

Na een fotosessie van een half uurtje kruipen we nog heel even terug onder de wol, want 6 uur vinden we iets te vroeg na de 20 kilometer fietsen van de dag ervoor. Die kilometers voelen we trouwens ook als we later die ochtend weer op onze fiets stappen. Deze zadels zijn duidelijk niet zo goed als die op onze Hollandse fietsen, want onze billen hebben weinig zin meer om erop te zitten.

We ontbijten bij de beste bakker van het eiland, waar we ons gelukkig prijzen dat we op een vrijdag zijn gekomen. Want vandaag, zaterdag en dus weekend, is het nu al onnoemelijk druk! Ook op de fietspaden, waar nogmaals bewezen wordt dat niet-Nederlanders niet altijd even goed zijn in fietsen, regels volgen en/of voor zich blijven kijken… Alleen onze bellen voorkomen een aantal botsingen.

Uiteindelijk kiezen we ervoor om, voor we de ferry terug naar Fremantle nemen, nog een uurtje in het museum door te brengen. Hier wordt meer verteld over de donkere kanten in de geschiedenis van Rottest, want in de afgelopen twee eeuwen hebben de Britten hier enkele duizenden mannen en jongens gevangen gehouden, zonder uitzondering van Aboriginal-afkomst. Honderden van hen overleefden dit niet. We merken dat op veel plekken tegenwoordig aandacht is voor deze donkere bladzijden in het bestaan van Australië. Ook wordt bijvoorbeeld steeds prominenter de originele naam van een plek gebruikt en niet degene die de Britten eraan gaven. Zo wordt Rottnest ook aangeduid als Wadjemup.

Het is een begin, zullen we maar zeggen…

Terug in Fremantle reizen we direct met onze spullen door naar Perth en nemen nog een nachtje onze intrek in het heerlijke QT-hotel waar we begin januari ook verbleven. Omgeven door alle luxe, na het maandje campingleven geen straf, brengen we de middag door. We relaxen en bereiden de volgende stap van onze reis voor, want morgen is het tijd voor een nieuw hoofdstuk.

Om onze tijd in WA feestelijk af te sluiten heb ik iets leuks uitgezocht om Simone mee te verrassen. Als we na het eten door het uitgaanscentrum van Perth lopen neem ik haar mee een straatje in, waar ik even moet zoeken naar de ingang. Als we het gevonden hebben kloppen we aan en wordt Simone om een wachtwoord gevraagd. Die heb ik die middag gekregen en haar verteld dat ze die nodig zou hebben, dus Simone zegt de magische woorden “The Mute Mule”, en de deur zwaait open.

We komen in een donkere, gezellig drukke ruimte terecht, waar vier barkeepers de show stelen met hun cocktailmix-kunsten. Dat op zich is al een feestje, maar ik had Simone beloofd dat er gedanst ging worden en de cocktailbar heeft geen dansvloer. Dus als we de barkeeper nogmaals een geheim wachtwoord geven komt er een shotglaasje met een golden ticket eronder op de bar te staan. De barkeeper knikt naar het einde van de zaak en gaat verder met zijn werk.

Met het golden ticket in de hand bewegen we ons naar een donkere gang waar de uitsmijter ons voorgaat naar…. Een 70’s discobar, compleet met discoballen, foute uitfits van de barkeepers en natuurlijk Saturday Night Fever. We vermaken ons een dikke twee uur op de dansvloer en lachen om en met de gekke Australiërs. Want een feestje bouwen kunnen ze!

Na nog een afzakkertje aan de bar, waar ware cocktailmeesterwerken voorbij komen, lopen we terug naar ons hotel. Western Australia zit er echt op nu… nieuwe avonturen staan om de hoek te wachten!


  • 16 Februari 2026 - 22:03

    Gert Altena:

    Wat een fantastische reis maken jullie! En heel fijn dat jullie dit middels de leuke reisverslagen willen delen. Ben heel benieuwd wat er nog gaat komen. Veel plezier verder.

Reageer op dit reisverslag

Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley

Simone

Wij zijn Harald en Simone, twee reislustige Dutchies. Van stedentrips en vakanties in Europa, tot verre reizen met onze backpacks, we zien graag zoveel mogelijk van de wereld. We nemen jullie graag mee op reis.

Actief sinds 25 Mei 2013
Verslag gelezen: 23
Totaal aantal bezoekers 51076

Voorgaande reizen:

14 December 2025 - 18 April 2026

4 maanden in Australië

31 Mei 2024 - 23 Juni 2024

Azie met een speciale reden!

14 Mei 2023 - 26 Mei 2023

Tweede kans IJsland

13 Oktober 2019 - 27 Oktober 2019

IJsland, land van vuur en ijs

22 Januari 2019 - 08 Maart 2019

Backpacken door Argentinië, Bolivia en Peru

17 November 2018 - 24 November 2018

Ierland

11 September 2016 - 29 September 2016

Dominicaanse Republiek

23 Juni 2014 - 19 Juli 2014

Vietnam

30 Mei 2013 - 14 Juni 2013

Marrakech - werken en bijtanken

23 Mei 2013 - 27 Mei 2013

Londen UEFA

Landen bezocht: