Alleen in het national park en zwemmen met manta's

Door: Simone

Blijf op de hoogte en volg Simone

05 Februari 2026 | Australië, Exmouth

25 januari

In slaap vallen met het geluid van de zee is naar mijn mening een van de fijnste dingen die er zijn. Maar wakker worden tussen de Ibissen en Galahs (rozebuik-kaketoes) is toch ook wel heel bijzonder. Ze hebben zich rond onze auto verzameld. Als ik dan ook nog de kraan een beetje voor ze open zet zodat ze wat kunnen drinken, is het natuurlijk helemaal feest.

Toch blijven we niet te lang hangen. We rijden naar Denham, het dichtstbijzijnde plaatsje en ontbijten met zicht op de oceaan. Normaal gesproken is het hier al niet groot, maar is er nog wel wat te doen. Nu is het hier vrijwel een spookstad: het meeste is dicht, want het is enorm rustig. Gelukkig kunnen we nog koffie halen en zijn de supermarkten open. EN een heel klein winkeltje dat wordt gerund door een Britse dame, ze noemt zichzelf ‘the mad potter of Denham’, want ze doet aan pottenbakken. Haar winkeltje staat vol met snuisterijen en ik koop er een schattig plaatje waar ‘I love you’ op staat. We hangen het aan de achteruitkijkspiegel van onze 4WD. Vanwege de uitbouw achterop is de achteruitkijkspiegel toch al decoratie in plaats van functioneel en nu is het in elk geval nog leuk om naar te kijken.

De supermarkten in Denham hebben een zeer bescheiden assortiment, dus het duurt even voor we alles kunnen vinden dat we nodig hebben. Als we vragen of er achter nog hamburgerbroodjes liggen, blijft de medewerker zo lang weg, dat we vermoeden dat hij het erbij laat zitten en zijn intrek heeft genomen in de vriezer. Maar na ruim tien minuten komt hij triomfantelijk terug, mét burgerbroodjes in zijn hand. Het zijn soms de kleine winstpunten die ertoe doen…

Bij Eagle Bluff zijn drie uitkijkpunten waar we alvast kunnen genieten van het zeeleven. Er glijden stingrays en verschillende soorten haaien voorbij. We staan er metershoog boven, maar toch is het goed te zien, want het is hier opnieuw kraakhelder. Ik stel voor dat Har me hier mag achterlaten, want ik vind het zo enorm genieten! Maar dat vindt hij geen goed idee, misschien maar beter ook, wellicht raak je er na een tijdje op uitgekeken?

We vervolgen de weg naar Monkey Mia, of ‘Irrabuga Mia’, zoals de aboriginals het noemen. Wat zoveel betekent als het huis van de dolfijn. Het zal niemand verrassen dat er hier flink wat dolfijnen zitten. Ze worden al tientallen jaren gevoerd, een inmiddels vijftig jaar lopende traditie, die ooit startte met vissers die hun vangst deelden met de dolfijnen. Inmiddels is het uitgegroeid tot een toeristische attractie die elke ochtend plaatsvindt. Wij zien dieren liever wild, dus slaan deze toeristische actie over.

Voor nu hebben we de middag aan onszelf. We zetten de auto neer op ons kampeerplekje (voor het eerst in tijdens weer eens midden tussen de andere kampeerders, het is hier een echte trekpleister) en gaan snel naar het strand. Eten mee, snorkel en GoPro in de tas en gaan! Nog voor we een teen in het water hebben gestoken zien we een dolfijn voorbij zwemmen in relatief ondiep water. Reden om snel in het kraakheldere water te duiken. We poedelen wat en als het aan het eind van de dag -zoals inmiddels gebruikelijk- rustiger wordt komt er een schildpad voorbij schuiven. We mogen een stukje met hem mee zwemmen, maar hij vindt het minder leuk als Harald iets te dicht bij komt, naar zijn zin. Hij zwemt om Harald heen en daarna laten we de schildpad lekker gaan. Voor Har is het nu welletjes geweest, maar ik wil graag in het water blijven. Dat betaalt zich uit, want de dolfijnen besluiten voor onze neus op jacht te gaan. Het is een magisch gezicht met de ondergaande zon erbij. Helemaal geen slechte dag zo!

26 januari

Onze buren breken hun kamp al vroeg op, inclusief stofzuiger om het zand uit de tent te krijgen. Dat ze zo vroeg al zo productief zijn mag een klein wonder heten, want middenin de nacht woonden ze nog een digitale kerkdienst bij, inclusief meezingen. Het was op zijn minst bijzonder te noemen, maar ze zijn in elk geval toegewijd.

Aangezien we toch al wakker zijn, nemen we het er maar van. Terwijl ik yoga doe op het strand, duikt Harald nog maar eens met de snorkel het frisse water in. Nog voor negen uur ’s ochtends hebben we onze lichaamsbeweging er al op zitten!

De emu’s die op de camping rondlopen zijn een ware attractie. Normaal zijn emu’s best wild en houden ze wat afstand van mensen, maar hier hebben ze ontdekt dat er veel eten te halen valt, dus struinen ze rustig tussen de tenten door. De Australiërs noemen dat ook wel ‘bin chooks’, ‘vuilnisvogels’. Een koosnaam die eerder alleen de Ibis toekwam, maar nu dus ook voor emu’s kan worden gebruikt.

Even verderop, waar gevist wordt, dobbert ook een groep pelikanen rond. De gids voor dit gebied zei dat je geluk moest hebben om ze tegen te komen, maar niets is minder waar, ze zijn totaal niet schuw en hebben het opperbest naar hun zin. Terwijl Harald koffie haalt, ga ik los met mijn camera. Maar echt tijd om lang te blijven hangen is er niet, althans, we hebben meer te doen: we gaan naar Francois Peron, een bijzonder National Park dat precies tussen hier en Denham ligt.

Voor we wegrijden moet ik nog even wachten op een emu op de parkeerplaats. Het zijn mooie beesten, maar deze kijkt me wel heel intens aan. Als hij een soort inspectieronde om de auto heen loopt, duik ik dan ook maar weg, bang dat hij anders keihard tegen de ruit gaat pikken. Harald moet er hartelijk om lachen en ik toch ook wel, maar wel pas als ik de emu steeds kleiner zie worden in de zijspiegel.

Bij het inrijden van het National Park staat een klein hutje met heel veel informatie: nummers om te bellen als er wat misgaat, getijden, informatie voor de campgrounds. Het is ook de plek waar je je park fee betaalt, gewoon in een envelopje met je naam erop. Het geld stop je erin en je deponeert het in een houten vakje dat eens in de zoveel tijd wordt leeggemaakt. Het gaat hier allemaal op basis van vertrouwen, maar schijnbaar werkt dat systeem. Je betaalt hier ook voor je camping, maar helaas is het ons niet gelukt een plekje te bemachtigen. Alles staat op bezet, wat betekent dat het volgeboekt zou moeten zijn. We hebben wel gehoord dat dat systeem niet altijd even goed werkt, dus we hopen stiekem in het park toch nog een plekje te vinden.

Maar eerst moeten we een stuk rijden door het zand om bij het punt te komen waar we onze banden wat kunnen leegpompen. Harald heeft het helemaal uitgezocht en al snel rijden we met zachte banden over een flinke zandweg. Deze weg is echt typisch zoals wat je voor je ziet als je denkt aan een Australische weg: diep donkerrood zand, met stofwolken en saliekleurige (grijs-groene) bosjes zover het oog reikt. We beseffen ons vrijwel onmiddellijk: dit is heel afgelegen en heel erg vet!

We komen nauwelijks anderen tegen, maar gelukkig wel precies op het moment dat het misgaat. Je kunt in dit national park alleen rijden met een 4WD en die hebben wij, toch komen we ineens vast te zitten in het diepe zand. De man en vrouw die stoppen zijn Australiërs en van alle gemakken voorzien. Het duurt ongeveer een halve seconde voor ze tot de conclusie komen: die bandenspanning moet nog VEEL VERDER omlaag. Ze hebben er ook een apparaatje voor bij zich. Nog geen tien minuten later vouwt deze bijna twee meter lange Australier (met baard en stevig gebouwd) zich in onze auto, die nog op standje Simone van 1.62 meter staat. Stoel naar achter, auto handmatig in de versnelling en we zijn los. Ze wachten nog even om te kijken of het inderdaad beter gaat. Zodra wij kleiner worden, vervolgen zij ook hun weg. Het is een teken van de vrijgevigheid van de Australiërs.

Na 42 kilometer hobbelen door het rode zand komen we uit bij Cape Peron, het meest noordelijke punt van het national park. Beeld je een dieprode kustlijn in, die rafelig gevormd is, met grille punten, waar een kristalhelder blauwe zee tegenaan beukt en omhoog sprayt. Het is moeilijk te omschrijven hoe vreselijk mooi het hier is. We zijn de enigen hier en genieten van hoe akelig mooi (mijn woorden) het hier is. Ik denk dat het de meest unieke plek is waar we ooit hebben staan uitwaaien.

Daarna rijden we door naar Skipjack Point, een uitkijkpunt met twee platformen, waarbij je aan de ene kant een baai in kijkt, terwijl je aan de andere kant open zee ziet. In de baai zitten vogels en dolfijnen jagen hier op een heel bijzondere manier: ze achtervolgen de vissen tot die op het strand liggen. Dan laten ze zichzelf ook stranden op het strand om te kunnen eten, waarna ze zichzelf weer terug laten zakken het water in. Ze doen dat alleen bij hoog water, overdag. Wij hebben niet de mazzel dat we dit spektakel mogen aanschouwen, maar de manta ray die ik zichzelf uit het water zie lanceren maakt veel goed! Ook zwemmen hier weer veel haaien rond en we zien zelfs een krab onder ons lopen. Klinkt misschien niet spectaculair, maar met hoe hoog wij staan (en dus hoeveel meters we naar beneden kijken) moeten het best flinke jongens zijn, die haaien en zelfs ook de krabben.

We rijden hierna naar een van de campings die hier vlakbij liggen. De Australiërs die ons hielpen zeiden al heel casual dat we best gewoon een kampeerplekje ergens in het park kunnen confisqueren. Mocht iemand dan moeilijk doen, dan kunnen doen alsof we het allemaal niet goed snapten. Een beetje oenig, maar wellicht het proberen waard, al voelt het gek. Maar bij aankomst blijkt de camping helemaal leeg. Het is inmiddels eind van de middag, precies zo’n tijd dat veel mensen het voor gezien houden en gaan chillen op hun kampeerplek. Een paar lege plekken waren nog logisch geweest, maar een hele volgeboekte camping die leeg blijft, da’s echt gek… We overleggen, denken na en besluiten terug te rijden naar het uitkijkpunt. Alleen daar hebben we een heeeeeel klein beetje internet, net genoeg om nog wat uit te kunnen zoeken, als we geluk hebben. In de rest van het park doet alleen ons SOS-signaal het.

We zoeken wat op en zien opnieuw posts online van mensen die zeggen dat het boekingssysteem van het park niet goed werkt. Als in: je kunt het boeken, voor best weinig geld, maar in de praktijk blijkt vaak dat mensen niet komen opdagen. Zeker met de warmte van de afgelopen dagen helemaal niet zo gek, plus het is Australia Day, een nationale feestdag. Wellicht hadden mensen ineens andere verplichtingen. We denken dat het echt wel zou zijn aangegeven als de camping gesloten zou zijn en kunnen niks geks vinden qua onderhoud of andere zaken, dus gaan we terug naar de camping en maken ons klaar voor een nacht helemaal alleen op de camping. Dat voelt in eerste instantie een beetje onwennig, gek, we zijn een beetje op onze hoede. Maar al snel went het, zelfs als het donker wordt. We zien eigenlijk geen gekke beesten, ook geen ongedierte, maar de wind steekt wel op. We houden het vroeger dan normaal voor gezien en duiken in het pikkedonker onze tent in. Terwijl de wind om ons tentje raast, vallen we in slaap. We schrijven het maar toe aan de locatie van het national park, ver weg van alles. Ik wordt ’s nachts nog een paar keer wakker en vraag me dan steeds weer af of ik nou een emu voorbij hoor schuiven…

27 januari

We worden wakker met het geluid van de golven op het strand en nog altijd de wind die rond de auto blaast. We hebben prima geslapen, maar niet zo lang als normaal. We schrijven het toe aan de onwennigheid van het slapen in het national park. Maar het was wel een hele bijzondere ervaring. Inmiddels zijn we er ook aan gewend dat we helemaal alleen zijn geweest. Hoewel… We hebben ze niet gezien, maar niet ver van de tent staan emusporen. Ook op het strand zijn ze te zien, ze lijken redelijk vers en behoorlijk groot, maar de emu’s zelf zijn op dit moment in geen velden of wegen te bekennen,.

We gaan opnieuw naar het uitkijkpunt van de manta rays. We hebben wat uitzoekwerk gedaan en hopen de dolfijnen nog te kunnen spotten in de baai. Terwijl we uitstappen, stopt ook de auto van een tour. Deze mensen zijn in alle vroegte vertrokken om het park in te trekken. Het voelt ergens een beetje gek om ineens weer andere mensen om ons heen te hebben.

Hier blijkt ook meteen dat het niet aan de locatie van de camping lag dat we zoveel wind voelden, het uitzichtpunt is veranderd in een punt, want van uitzicht op het water is geen sprake meer. De wind blaast dat het een lieve lust is en maakt dat je in het water niets voorbij ziet zwemmen. We houden het dan ook snel voor gezien.

We rijden verder naar een aantal uitzichtpunten en hebben op de meeste plekken nog altijd de uitzichten voor onszelf. We voelen ons ook een stuk zekerder met de platte bandjes (voor de kenners: 14 PSI in plaats van de 38 waarmee we op de weg rijden) en maken wat mooie video’s en foto’s met de drone terwijl we rondcrossen.

Bijzonder is de stop bij Big Lagoon: een lagune met rood zand en knalblauw water, het lijkt haast wel nep. Maar dat is het niet. De foto die ik heb toegevoegd is niet bewerkt, ik zweer het plechtig. We zien een grote hagedis/kleine varaan op het strand lopen, heel bijzonder. Maar echt zin om te zwemmen hebben we niet… Er zitten hier steenvissen (potentieel dodelijk), het waait hard en we zijn ook gewoon een beetje gaar van vannacht. Bovendien is het uitzicht ook prachtig zonder dat je het water in gaat.

We besluiten dat het goed is en als we het park uitrijden kijken we vol bewondering naar de banden die vollopen en de auto weer optillen. Bizar hoe snel je gewend raakt aan het zicht op de platte bandjes. Bij het uitrijden van het park blijkt dat ons envelopje met geld al is opgepikt en de cash voor de overnachting hebben we niet bij ons. We mailen de beheerders maar dat we toch zijn blijven slapen en vragen ook terloops hoe het kan dat het park uiteindelijk verlaten was. Maar op dat antwoord zullen we even moeten wachten.

We willen eigenlijk terug naar Nanga Bay, naar de camping waar we eerder stonden waar Harald over schreef, maar kunnen een scenic route net buiten het park toch niet weerstaan. Hier stoppen we bij Little Lagoon en de bijbehorende Creek. Zoals de naam doet vermoeden is dit het kleine zusje van de Big Lagoon. Het is opnieuw waanzinnig mooi, dus voor de zoveelste keer die dag slingeren we de drone de lucht in, terwijl we genieten van het moois om ons heen. Het is bijna saai, want het lijkt haast wel of alles mooi is. Of nou ja, alles… Bij het uitkijkpunt hier langs de kust waar we eerder heerlijk rustig haaien en roggen konden spotten, worden we bijna van het pad geblazen en ondertussen gezandstraald. Eenmaal op de camping kiezen we een plekje dat wat meer beschut is, lekker tussen de andere mensen in. Maar het blijkt tevergeefs. Het waait zo ontzettend hard, dat we haast het gevoel hebben dat de tent wordt opgetild. Het blijken barre omstandigheden, die we nu echt niet meer kunnen toeschrijven aan het National Park.

Lichtpunt van de avond is Sammy, de tijdelijke beheerder van het park. Zij en haar man werken voor de organisatie achter deze camping en vervangen de vaste beheerders wanneer die op vakantie gaan. Zo reizen ze de hele westkust af. Ze komt een praatje maken, net als een paar dagen geleden. Als ze hoort dat we eigenlijk zijn vergeten om ontbijt te halen, staat ze een paar minuten later voor onze neus met een doos met 3 eitjes erin. ‘I want you to be able to have some brekkie (ontbijt) tomorrow.’ En bewijst daarmee opnieuw hoe gastvrij Australiërs zijn.

28 januari

Met de wind in de rug vouwen we de daktent in en zetten koers richting Coral Bay, een klein kustplaatsje bijna bovenin het noord-westen van Australië. Het is een lange route, waarbij het alleen al een paar uur (bijna 3) kost om bij Carnarvon te komen. Hier is de laatste grote supermarkt en we zijn van tevoren gewaarschuwd om veel water en eten mee te nemen omdat dat verder noordelijk nog wel eens een uitdaging kan zijn. Zelfs in deze supermarkt zijn de schappen vaak leeg, zegt men. Maar we hebben mazzel en kunnen dus groots inslaan.

Coral Bay is nog 2,5 uur verder rijden. En hoe verder we komen, hoe minder andere mensen we zien. Beeld je langgerekte stukken asfalt in, met aan weerszijden rood zand. Ook zien we weer grote termietenheuvels, die zagen we voor het laatst toen we in het Northern Territory waren bij Kakadu. Er staan ook veel waarschuwingsborden langs de weg, want hier komen niet alleen emu’s en kangoeroes voor, maar er lopen ook wilde geiten en koeien. En ook die kunnen zomaar de weg oversteken. Waar ik vooral geiten zie en ook echt moet afremmen omdat er een paar de weg oversteken, wordt het vanaf het moment dat Harald achter het stuur kruipt echt desolaat. Op een gegeven moment trekt hij de conclusie dat hij in bijna een uur tijd 1 auto en 1 koe is tegengekomen. En verder is het hier het grote niets…

Coral Bay is een afslag waar je zo aan voorbij rijdt als je er niet naartoe wilt gaan. Het is een weg die langzaam kringelend naar een ieniminie stadje leidt: er wonen hier zo’n 250 mensen, maar het kunnen er ook net een paar meer of minder zijn. Verder zijn hier een paar campings en een resort in aanbouw en veel mooie natuur. We parkeren de 4WD en lopen nog net voor de zon ondergaat naar het strand. We zijn de hele dag onderweg geweest en het is heerlijk om de benen even te strekken.

Terwijl we onze tenen in het water steken worden we verrast door een stingray, die hier heerlijk in de lagune aan het rondstruinen is, ongetwijfeld op zoek naar een lekker hapje. Hij is zo dichtbij, dat we er bijna op waren gaan staan. Als de zon achter de horizon verdwijnt, lopen we naar de tent en maken een lekker maaltje op de barbecue. Het waait hier nog wel, maar gelukkig niet meer zo hard als vanochtend.

29 januari

We hebben enorm zin in een stranddag. Sowieso is de sfeer hier fijn, dus we boeken de camping gelijk voor twee nachten bij. Bij de receptie ligt ook een klein board waarop je kunt leunen tijdens het zwemmen en een schaduwtentje. We mogen ze een paar dagen lenen. Ook verkassen we naar een wat schaduwrijker plekje. In plaats van middenop een veld zonder schaduw, parkeren we tussen de palmbomen. Heel tropisch.

Maar eerst halen we koffie en lopen we langs bij een van de tourorganisaties. Je kunt hier het hele jaar door snorkelen met zeedieren. Whale Sharks en walvissen zitten er momenteel niet, maar vanwege het rijke zeeleven zitten de schildpadden en manta rays hier jaarrond, dus je kunt nog steeds het water op. We overleggen wat en lopen nog langs bij wat andere tourorganisaties voor vergelijkend warenonderzoek. Dan blijkt dat we in het ultieme laagseizoen zijn beland: de scholen zijn weer begonnen, bovendien is het heel warm en is er hoger risico op cyclonen. De Australiërs laten dit stuk van het westen dan ook links liggen, dus gaan veel mensen die hier in de toeristische industrie werken zelf met vakantie of wordt onderhoud gepleegd aan de boten. Alleen de organisatie waar we het eerst bij langsgingen zou nog kunnen uitvaren morgen. We besluiten maar snel te boeken, in de hoop dat meer mensen zich bij onze boot aansluiten.

Daarna is het echt tijd om naar het strand te gaan. We zwemmen wat, drogen op, lezen, nemen opnieuw een duik en komen zo deze heerlijk luie dag door. Eind van de middag lopen we nog even naar de tour-office en zijn blij verrast dat onze snorkeltocht vertrekgarantie heeft! We eten bijtijds en duiken vroeg de daktent in, morgen belooft een bijzondere dag te worden.

30 januari

In alle vroegte eten we een snel ontbijt en lopen de camping af. Op de hoek staan de mensen die ons gaan meenemen het Ningaloo Reef op al klaar. Het Ningaloo Reef is het grootste ‘fringing reef’ ter wereld. In het Nederlands een kustrif, dat direct aan de kustlijn van continenten of eilanden vastgroeit. Het Ningaloo Reef is 260 kilometer lang en op veel plekken direct bereikbaar vanaf het strand. Het heeft een UNESCO-status, want er zijn hier ruim 200 koraalsoorten en ruim 500 vissoorten. Bovendien is de natuur hier heel divers en bijzonder, waardoor het die status heeft gekregen.

Hoewel je er dus vanaf het strand bij kunt komen, stappen wij op een boot. Dit keer hebben we sterke zeeziekte-tabletjes gekocht en ingenomen, want je weet maar nooit. Al snel blijkt dat dat niet nodig was geweest: zo ruw als de zuidzee was, zo kalm is de Indische Oceaan hier.

We starten met snorkelen bij een ‘cleaning station’. Dat wil zeggen: de rest van de groep en Harald. Ik heb enorm moeite om m’n ademhaling onder controle te krijgen. We hebben een paar jaar geleden in de Filipijnen gesnorkeld en dat ging op z’n zachtst gezegd slecht, doordat ik een slechte snorkel kreeg. Maar het heeft z’n weerslag op hoe ik me vandaag voel. Gelukkig is daar schipper Chris die me op m’n gemak brengt terwijl de rest al verder het water op gaat. Nog voor ze terug zijn, lig ik ook lekker te snorkelen.

Harald heeft ondertussen wat heel moois gezien: rijke koralen en verschillende rifhaaien. Die haaien gaan naar een bloemkoolvormig stuk koraal, waar ze vervolgens stil liggen en door allerlei vissen en garnalen worden schoongemaakt. Het is een bijzonder gezicht, laat ik me vertellen.

Daarna is het tijd voor het grotere werk: we zijn hier om de manta rays in het water te zien. We worden erop voorbereid dat we met militaire precisie moeten werken zodra we ze zien. Het kan even duren, maar de manta’s zijn onvoorspelbaar. Ze kunnen chill door het water glijden, maar ook hard doorzwemmen. De manta’s hier zijn zo’n 4 meter spanwijdte en kunnen 10 - 35 kilometer per uur zwemmen. Dus als wij treuzelen, zijn ze al meters ver bij ons vandaan.

De afgelopen weken was het zoeken naar de manta’s, zeggen de mensen van de tour, maar nog voor onze uitleg erop zit, worden ze al gespot en moeten we het water in. Wij zitten in de tweede groep die het water in gaat (we gaan in twee groepen van 6 mensen). Terwijl wij al klaar staan, bewijzen de Zwitsers in de eerste groep dat ze al jaren geen militaire dreiging hebben meegemaakt, want ze doen er voor ons gevoel eeuwen over om zich klaar te maken.

Als de eerste groep een paar minuten in het water ligt, wordt er nog een manta gespot en laten wij ons snel in het water plonzen. Het is een werkelijk magisch gezicht om een manta ray door het water te zien glijden. Het is wel duidelijk wie hier thuishoort. Met de rust van een dier dat precies weet wat het doet en waar het thuishoort, glijdt de manta voor ons uit, draait dan, komt weer onze kant uit en draait om ons heen. Het is een beetje vergelijkbaar met een adelaar die zich laat meevoeren op de wind, maar dan onder water. Omdat het voor ons onder water ook helemaal stil is, geeft het een heel sereen gevoel.

En dan worden we beloond, want we zien niet 1, niet 2 maar 3 manta’s. En ze voeren ook nog een ‘courting ritual’ uit, wat zoveel betekent als dat we een vrouwtje zien, dat de aandacht heeft van twee mannetjes. De manta’s draaien op een gegeven moment rondjes om elkaar heen, een soort dans om te bepalen of het mannetje het vrouwtje kan bekoren.

We liggen uiteindelijk ruim een uur in het water en kunnen uitgebreid genieten van de manta’s, zonder dat ze last van ons lijken te hebben. Daarom was deze organisatie ook fijn, ze hebben een eco-label, wat onder meer betekent dat ze heel erg bezig zijn met het welzijn van de manta’s. Ze letten op dat we genoeg afstand houden. Zo mag je bijvoorbeeld niet boven de manta’s zwemmen, al hebben de manta’s daar op sommige momenten lak aan en schuiven rustig onder ons door.

Na de lunch gaan we nog een derde keer het water in. We zwemmen langs prachtige koralen en dan worden vooraan de groep wat schildpadden gespot. De begeleiders proberen Har en mij ervan te overtuigen naar ze toe te komen, maar wij hebben nog meer mazzel: een schildpad is weggegaan toen hij de groep zag aankomen en zwemt nu rustig bij ons in de buurt. We zwemmen minutenlang met onze privé schildpad en verbazen ons ook hier over de souplesse waarmee de schildpad door het water heen beweegt.

Daarna zwemmen we nog een halfuur langs prachtige koralen, zien meer vissen dan ik kan tellen en stappen met een zeer voldaan gevoel weer de boot op. Eigenlijk hadden we hier nog uren kunnen blijven, maar inmiddels zijn we al bijna de hele dag onderweg en is het toch echt tijd om terug naar de wal te gaan.

31 januari

Na deze bijzondere ervaring hebben we het gevoel dat we Coral Bay hebben uitgespeeld. We stappen opnieuw in voor een rit van anderhalf uur naar Exmouth. Het meest noord-westelijk gelegen stadje hier aan de kust. We komen een paar auto’s tegen, maar verder is het opnieuw een rit met vooral langgerekte stukken weg.

In Exmouth verbazen we ons erover dat de supermarkt gewoon voldoende eten en drinken heeft. Geen idee of dat anders is als het hier drukker is, maar wij hebben toch het gevoel dat mensen schromelijk overdreven toen ze zeiden dat er niets te krijgen was hier.

Harald scoort nog een nieuwe zwembroek en ik krijg van hem een vissershoedje, geen overbodige luxe, want het is hier bloedheet. Er is opnieuw een hittegolf van kracht en het kwik stijgt alweer boven de 40 graden. In deze hoek is het ook vrijwel windstil, vanwege de ligging. Gelukkig gaan we hier snel weer weg, we rijden via de noordelijke punt naar national park Cape Range. Hier hebben we wél een plekje kunnen bemachtigen op een van de campings. Het is hier ook meteen een paar graden koeler. Maar niet zo koel dat we in de bloedhitte op een strand willen gaan zitten… Bij het visitor centre kopen we een goedkope parasol en daarna strijken we neer bij Turqoise Bay. Het strand dankt z’n naam aan de kleur van het water, dat inderdaad turkoois is. We zien een schildpad zwemmen als we komen aanlopen, daarna blijft het rustig wat wildlife betreft, maar het is toch lekker om te kunnen poedelen.

Als de zon ondergaat, rijden we naar de camping. We zien al snel een kangoeroe en daarna nog een, die op dezelfde manier voor de auto schiet als de wallaby die we aanreden aan het begin van onze reis. Ik zie hem net op tijd, waardoor het Harald nog precies lukt in de ankers te gaan en de kangoeroe te vermijden. Gelukkig maar.

Op deze camping staan wel andere mensen, inclusief een beheerder. Ash en zijn vrouw staan hier vrijwillig elk jaar een paar maanden en houden in de gaten dat alles goed gaat. Ze hebben ook een eigen wifi-verbinding, dus misschien kunnen ze zelfs wat remote werk doen, we zijn vergeten het te vragen.

Harald maakt een heerlijke carbonara terwijl de zon langzaam ondergaat en de lucht van geel, naar oranje en paars laat verkleuren. Pas als de zon onder is, verdwijnen ook de vliegen, die hier ineens in grote getalen zitten. We horen dat het ook hier hard heeft gewaaid de afgelopen dagen, maar het tij lijkt nu gekeerd en we moeten ons voorbereiden op hete temperaturen vanwege de hittegolf. Hoe we dat gaan doorstaan in ons daktentje, moeten we nog maar even gaan zien…

Reageer op dit reisverslag

Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley

Simone

Wij zijn Harald en Simone, twee reislustige Dutchies. Van stedentrips en vakanties in Europa, tot verre reizen met onze backpacks, we zien graag zoveel mogelijk van de wereld. We nemen jullie graag mee op reis.

Actief sinds 25 Mei 2013
Verslag gelezen: 130
Totaal aantal bezoekers 51098

Voorgaande reizen:

14 December 2025 - 18 April 2026

4 maanden in Australië

31 Mei 2024 - 23 Juni 2024

Azie met een speciale reden!

14 Mei 2023 - 26 Mei 2023

Tweede kans IJsland

13 Oktober 2019 - 27 Oktober 2019

IJsland, land van vuur en ijs

22 Januari 2019 - 08 Maart 2019

Backpacken door Argentinië, Bolivia en Peru

17 November 2018 - 24 November 2018

Ierland

11 September 2016 - 29 September 2016

Dominicaanse Republiek

23 Juni 2014 - 19 Juli 2014

Vietnam

30 Mei 2013 - 14 Juni 2013

Marrakech - werken en bijtanken

23 Mei 2013 - 27 Mei 2013

Londen UEFA

Landen bezocht: