De gebeten reiziger, maar niet door dingo’s

Door: Harald

Blijf op de hoogte en volg Simone

06 April 2026 | Australië, Noosa Heads

22 maart

Na de trip op de Whitsunday Eilanden hebben we in het noordelijke deel van Queensland onze planning voltooid. Er is nu een flink stuk van de kustlijn waar wat minder bezienswaardigheden zijn. Althans, niet degene waar wij besluiten voor om te rijden. Vandaag gaan we dus een dag veel kilometers maken om op onze volgende bestemming te komen.

We slapen een beetje uit na de leuke, maar vermoeiende, dag van gisteren, pakken na het ontbijt onze spullen in en gaan op weg. We remmen nog even af bij de Woolies (Woolworths, onze favoriete supermarkt in Australië), want je weet nooit waar je de volgende tegen gaat komen. Met een lekkere koffie en ook nog een goed sapje zijn we helemaal klaar voor de rit.

Wat we ook hebben gedaan is een vliegennet scoren. Deze keer niet voor op ons hoofd zoals in de woestijn, maar voor de grote achterdeur van onze bus. Hoewel we blij zijn met de airconditioning zouden we het ook wel eens lekker vinden als er iets meer frisse lucht de bus in kan. Zeker nu het langzaam wat beter weer wordt en minder regent kunnen de deuren wat vaker open. Vannacht slapen we zelfs zo ongeveer aan het strand dus wie weet kunnen we ze dan wel open laten en met het geluid van de golven in slaap vallen.

Maar goed, Australië is niet het land om zomaar je deur open te laten. Niet dat dan je spullen gejat worden, maar de insecten zijn hier nou niet allemaal van het type dat je ze in je bed wilt hebben. Vandaar dus deze aankoop, hopelijk kunnen we die vanavond nog installeren.

Ik weid een beetje uit over een en ander, maar dat komt eigenlijk doordat ik over de rest van de dag niet veel te vertellen heb. We rijden een dikke 700 kilometer en komen terecht in Town of 1770. Het dorp heeft z’n bijzondere naam te danken aan het feit dat Captain Cook, de Britse ontdekkingsreiziger, hier in 1770 voor het eerst aan land ging. Inmiddels is het een surfdorpje aan een prachtige baai.

Ondanks dat we afspraken zo min mogelijk bij donker te rijden ontkomen we vandaag niet aan een uurtje ingespannen in het duister turen, maar Simone brengt ons netjes op de plaats van bestemming, waar we na een lekkere maaltijd op tijd ons bed opzoeken, moe van een reisdag. Het vliegennet is geïnstalleerd, dus vallen we in slaap met het geruis van de golven. Dat naast ons de vleerhonden kibbelen in de boom en vruchtjes op de grond gooien deert ons niet, ook dat geluid is welkom.

23 maart

Zo lekker als we in slaap vielen, zo heerlijk worden we ook weer wakker. Vogels, de zee en hier en daar wat campinggeluid. We maken een ontbijtje wat we meenemen naar dertig meter verderop, want met zo’n mooi strand voor onze neus willen we daar wel even gebruik van maken. We zitten een heerlijk halfuurtje op het zand met thee, havermout en vermaak van alle kajakkers, zwemmers en varende voorbijgangers.

Dan pakken we in en verkennen de omgeving nog een beetje verder. Simone ging hier zestien jaar eerder surfen, maar dat laten wij nog even zitten. Wel zoeken we het weer eens hogerop, want we hebben een uitzichtpunt gevonden hoog op de rotsen, waar je mooi zicht hebt op de zee. Gaat ook nooit echt vervelen. We vinden ook nog een leuke kleine wandeling die je door het regenwoud én langs de kust voert. Er zouden flinke aantallen vlinders moeten zitten, maar dat valt wat tegen. Als we uitgewandeld zijn, zoeken we nog even uit wat we nog willen doen hier, maar het antwoord is; niet veel. Als een ander leuk wandelgebied ook nog eens dicht blijkt te zijn, besluiten we nog wat verder zuidelijk af te gaan zakken.

Dus tanken we de auto af, nemen zelf nog wat brandstof (koffie) en gaan er vandoor. Eigenlijk zou logischerwijs onze volgende pleisterplaats Bundaberg moeten zijn. Vanaf daar willen we iets bijzonders gaan doen, maar dat kan pas over 3 dagen. Daarom passeren we Bundaberg, rijden nog een uurtje door en strijken neer in Hervey Bay. Onderweg komen we langs enorme boomgaarden die we niet direct herkennen. Het blijken macadamiabomen te zijn. Specifiek deze streek staat blijkbaar bekend om zijn enorme macadamiaproductie.

In Hervey Bay zoeken we de camping op en houden ons de avond verder rustig. Op tijd naar bed, want de wekker gaat vroeg!

24 maart

K’gari is een enorm eiland voor de kust van Hervey Bay, 123 kilometer lang en 15 kilometer breed. Het eiland heeft een totaal unieke biodiversiteit omdat het een zandeiland is. De bodem is dus puur en alleen zand, en K’gari is daarmee het grootste zandeiland ter wereld.

Je kunt met de ferry naar K’gari, je auto meenemen en zelf rondtoeren, maar daarvoor heb je een stevige 4WD nodig, zoiets als we eerder hadden gehuurd. Helaas lukt dat voor ons nu dus niet, maar gaan we met een georganiseerde tour. We melden ons bij de veerboot en hebben een rustige overtocht naar K’gari, wat overigens tot 2023 bekend stond als Fraser Island. Daarna kreeg het officieel de naam die de Aboriginal gebruikten, en wij nu dus ook. Op het eiland aangekomen stappen we in bij Dean, een praatgrage veertiger die veel te vertellen heeft. Dat is maar goed ook, want het is een groot eiland dus er moet hier en daar nog best wat afstand worden afgelegd. Die tijd leukt Dean dan op met wat wetenswaardigheden.

De eerste stop van de dag is Lake McKenzie, een kristalhelder meer midden op het eiland. Bijzonder eraan is dat het water in dit meer puur regenwater is. Er komt geen grondwater omhoog via de bodem en er is geen enkele rivier of ander stroompje dat hierin uitkomt. Dat zorgt ervoor dat het water zo puur is, dat er maar heel weinig leven in voorkomt. We dobberen hierin een goed uurtje rond en verbazen ons over het zand, wat bijna alleen maar uit kwarts bestaat en zo fijn is dat je je sieraden ermee kan oppoetsen.

Een ander onderdeel van deze dag is een rit over

75 mile beach, het enorm lange strand aan de oostzijde van het eiland. Hier mag je dus met de auto op, zoals op wel meer stranden in Australië. Het bijzondere hier is dan wel weer dat dit strand als officiële weg te boek staat, waar alle normale verkeersregels van kracht zijn en boetes kunnen worden uitgedeeld. De maximumsnelheid is op de meeste stukken 80 km/u want er zijn geen badgasten. Sowieso leent het weer zich daar vandaag niet voor, maar bij beter weer wordt het ook zeker niet aangeraden vanwege de grote aantallen haaien die het water hier jaarrond bevolken. Om van de kwallen maar weer te zwijgen…

We toeren rond over het strand en houden halt bij een scheepswrak. De Maheno is een bekend beeld en vaak een van de eerste foto’s die je ziet als je K’gari opzoekt. Het schip is gestrand tijdens een cycloon in 1935 en ligt sindsdien langzaam te vergaan op het strand. Het roestende karkas biedt een mooi plaatje tegen de oceaan erachter. We maken nog een stop bij Eli Creek, een kraakhelder stroompje dat zich vanuit het binnenland over het strand naar de zee slingert. Wij waden er doorheen en hebben het er ondertussen over dat we nog best een dingo zouden willen zien. Dingo’s zijn K’gari’s belangrijkste roofdier en staan symbool voor het eiland, dus de kans lijkt hier toch wel groot.

En uiteraard, zoals dat soms gaat wanneer je het erover hebt, terug op het strand zien we in de verte iets op het zand liggen. Ik denk nog dat het geen dingo is, maar het blijkt er wel degelijk een te zijn. Hij ligt lekker te chillen op het zand en trekt zich weinig aan van de mensen om zich heen. De meesten bevinden zich ook wel aan de andere kant van de creek, dus bijna niemand heeft in de gaten dat hier een dingo ligt. We maken wat foto’s, maar wel van een afstand. Het blijft een wild dier en we zijn veelvuldig gewaarschuwd; ondanks dat ze op een leuke hond lijken, zijn ze hartstikke gevaarlijk. Confrontaties tussen dingo’s en mensen hebben vaker wel dan niet een vervelende afloop.

We gaan alweer op de terugweg, en net als eerder vandaag voert Dean ons eerst over 75 mile beach en daarna door het dichtbegroeide regenwoud. Hij vertelt honderduit over de bijzonder flora en fauna, maar ook over de historie van houtkap die hier tot begin jaren ‘90 plaatsvond. We nemen niet alles wat Dean vertelt voor zoete koek aan, want als we wat nazoeken blijken sommige verhalen wel iets anders te liggen.

Als laatste wandelen we in toch wel sneltreintempo door een stukje van het regenwoud. Wijzelf zouden hier graag wat meer tijd voor hebben genomen of wat verder de bossen in zijn gegaan, maar dat blijkt niet aan deze rondleiding besteed. Sowieso hebben we wel een klein beetje het gevoel dat we gehaast over het eiland worden gejaagd. Nu is dat wel het gevolg van een dagtour, je kan ten slotte ook meerdere dagen op het eiland verblijven, toch denken we dat het ook op een iets rustiger tempo had gekund.

We hebben wel een prachtige dag op K’Gari gehad, daar doet dit niks aan af. Het was heel bijzonder omdat juist alles qua natuur net anders is dan op het vasteland, omdat het een zandeiland betreft. Ook het weer zit mee, want waar de dag alle potentie had om te verregenen, kregen we alleen buien als we droog in de bus zaten. Als de zon ons dan onderweg terug naar het vasteland op een prachtige zonsondergang trakteert is onze dag meer dan geslaagd!

25 maart

Op naar Bundaberg! We gaan weer een stukje rijden, helaas een stukje terug naar waar we vandaan komen. Gelukkig niet al te ver, dus na een sloom ochtendje en een dik uurtje rijden komen we in Bundaberg, bekend als de fruitschaal van Australië. Maar naast fruit zien we in deze streek ook nog steeds eindeloze velden met suikerriet. Daar maken ze hier iets enorm lekkers mee; Bundaberg rum, vermaard om zijn rijke smaak.

Daar willen wij meer van weten, dus hebben we een rondleiding geboekt door de destilleerderij. In een uurtje worden we meegenomen in de geheimen (nou ja, waarschijnlijk niet alle) van de Bundaberg rum. We proeven melasse die als basis dient voor de rum. Melasse is een donkere, stroperige vloeistof die overblijft als bijproduct als je suiker gaat produceren uit de suikerriet die hier groeit. Het smaakt sterk, maar wel lekker, en beetje naar drop.

Uiteraard krijgen we ook een en ander te zien in de hallen waar het productieproces plaatsvindt, maar belangrijker nog, we mogen ook proeven. Niet teveel uiteraard, want we moeten nog rijden, maar genoeg om wat lekkers uit te zoeken en mee te nemen.

Even verderop in deze straat in Bundaberg staat ook het hoofdkantoor van een ander vermaard bedrijf, namelijk typisch Australische frisdranken, ook al simpelweg genaamd ‘Bundaberg’. Al de hele reis drinken we verschillende varianten hiervan, waarvan de bekendste lemon, lime [e-38] bitters en gemberbier (alcoholvrij) zijn. Deze laatste is zelfs in Nederland te koop. Omdat we dit merk regelmatig drinken is het des te leuker om een bezoekje te brengen, nu we hier toch zijn. Helaas is het niet zo uitgebreid als bij de rumdestilleerderij, maar we lezen toch een en ander over de geschiedenis van het bedrijf en de wijze waarop ze hun dranken produceren.

Na deze uitstapjes houden we ons verder rustig. We rijden langs de supermarkt en zoeken onze camping voor deze avond op. Die staat vlak buiten Bundaberg aan de kust, in een dorpje dat Burnett Heads heet. Op een mooi plekje, uitkijkend over de graslanden, brengen we de avond door. Hier en daar wat bijtende vliegjes die op ons zitten mogen de pret niet drukken, toch?

26 maart

Het is vandaag tijd om nog eens het Great Barrier Reef te verkennen. Dit bekende rif strekt zich uit over 2300 kilometer langs de Australische oostkust, dus er zijn heel veel plekken waar je er naartoe kan om te snorkelen. Voor het gemak is het gebied opgedeeld in drie delen, noord-, centraal- en zuidrif. In het centraal gedeelte snorkelden we een paar dagen geleden al, bij de Whitsundays. Vandaag gaan we naar het meest zuidelijke gedeelte bij Lady Musgrave Island.

Vanuit Burnett Heads vertrekt een ferry naar Lady Musgrave, een onbewoond eiland midden in de koraalzee. We hoorden al van locals dat het geen makkelijk boottochtje is omdat je meer dan 80 kilometer over open zee vaart voordat je er bent. Toen we zo’n zelfde tocht in Bremer Bay moesten maken werden we allebei zeeziek werden en kon ik de hele tocht niet meer overeind komen van ellende. Dat willen we proberen te voorkomen, dus nemen we allebei vooraf flink wat pilletjes in de hoop dat dat zal werken.

Nou, en werken doet het! We gaan ruim twee uur met hoog tempo over de golven door de koraalzee, zonder een centje (buik)pijn. Om ons heen zijn anderen minder gelukkig, dus we zijn blij met de goede voorzorgsmaatregelen. Even na half tien meren we aan bij Lady Musgrave Island. Nou ja, er vlakbij dan.

De ferry- en tourorganisatie heeft hier een groot ponton neergelegd, waarvandaan activiteiten plaats kunnen vinden. Wellicht laat men bezoekers niet zonder begeleiding op het eiland vanwege de beschermde natuur daar. We bezoeken het eiland wel, nadat we met een glasbodembootje daar naartoe worden gebracht. Het bootje maakt uiteraard eerst een ronde over het mooie koraal, maar dat willen we later zelf wel van dichtbij bekijken. Toch is ook dat leuk, met name de schildpadden die daar al de revue passeren.

Ook de wandeling over het eiland is interessant, waarbij een maritiem bioloog een en ander vertelt over de bijzondere natuur en de vele vogels die hier leven en nesten maken. Overigens kreeg het eiland de naam Lady Musgrave dankzij deheer Musgrave die het eiland voor zijn lieftallige vrouw kocht als cadeautje. Dat zijn nog eens verrassingen…!

Na de wandeling en de lunch is het dan echt tijd om zelf het water in te gaan. We laten ons een goede snorkel en een paar flippers aanmeten en duiken erin! Leuk aan deze locatie van het rif is dat er een keertje geen gevaarlijke kwallen huizen. We kunnen hier dus gewoon in ons zwemkleding het water in en hoeven ons niet in een volledig bedekkend pak te hijsen.

Al gauw zien we dat het koraal hier in iets betere staat is dan noordelijker, waar we eerder snorkelden. Veel koraal heeft het de laatste jaren zwaar te verduren gehad door opwarming van de aarde en dus ook het zeewater, maar ook tropische stormen hebben over het hele rif schade aangericht. Maar hier dus wat minder, lijkt het. Het zeeleven is prachtig, met enige regelmaat zwemmen de complete scholen vissen om ons heen, en het water is kraakhelder.

We zwemmen een tijdje rond en gaan op weg naar een van de ’turtle cleaning stations’. Dit zijn vlakke stukken koraal waar grote zeeschildpadden langskomen om hun schild te laten schoonmaken. Ze gaan dan rustig liggen op het koraal en kleine visjes komen dan de algen en kleine micro-organismen van het schild af eten. Op die manier worden de visjes gevoed, krijgt de schildpad een schoon dak en wij fantastisch uitzicht op deze zeewezens. We krijgen er al gauw eentje in het zicht, wat een leuke beesten zijn het toch. We zagen ze al eerder bij Ningaloo en op de Filippijnen, maar het blijft leuk om ze te zien of zelfs een stukje met ze op te zwemmen.

We zetten er tempo achter, want waar we hoopten op meer tijd om te snorkelen, heeft het ochtendprogramma ervoor gezorgd dat we later in het water lagen dan we wilden. Dus zwemmen we nog verder, en krijgen uiteindelijk niet minder dan vijf schildpadden te zien in een krappe anderhalf uur. Eentje daarvan is zelfs een zeer zeldzame karetschildpad, die ze hier niet veel zien. Wat een leuke middag, tussen het koraal en alle kleine en grote kleurrijke vissen. Pas als we een seintje krijgen dat we echt het water uit moeten om terug te gaan varen naar het vasteland klimmen we er met tegenzin uit. Hier hadden we ons zo nog een paar uur kunnen vermaken.

De terugreis verloopt net zo voorspoedig als in de ochtend en vanaf het voordek worden we nog getrakteerd op meer leven uit de zee, want de dolfijnen en zelfs een zeeslang komen langs de boot. In de avond doen we rustig aan, want zo’n dag blijft vermoeiend. Maar wat zijn toch die vervelende prikvliegjes bij onze kampeerplek?

27 maart

Als ik in de ochtend wakker word verga ik van de jeuk op mijn benen. Ik negeer het eerst nog een beetje maar als we zitten te ontbijten en ik naar mijn benen kijk, zie ik tientallen rode bultjes. Een kleine telling brengt me tot meer dan honderd op beide benen, enkels en voeten. Wat blijkt? Die vervelende prikvliegjes van de afgelopen dagen, dat waren knuts, ofwel sandflies. Ze hebben alleen mij te grazen genomen, Simone is er genadiger vanaf gekomen. De komende drie dagen smeer ik me suf, maar de jeuk is abnormaal! Simone moet me er regelmatig aan helpen herinneren niet te krabben als ik het weer eens gedachteloos doe.

We gaan vandaag weer een stukje verder afzakken naar het zuiden, richting einddoel Sydney. Daarvoor moeten we nog wel een stevig stukje dus doen we dat stukje bij beetje. De volgende stop; Noosa en het nabijgelegen Lake Cootharaba. We gaan onderweg en rijden in de middag Noosa in. Het kustplaatsje bestaat uit twee delen, Noosaville en Noosa Heads. Wij gaan naar het tweede deel, waar ook een mooie wandeling start.

De Coastal Walk voert, niet geheel verrassend, langs de kustlijn van Noosa. Het eerste deel brengt ons langs een aantal prachtige stranden, maar al snel gaat het pad wat meer omhoog en staan we uiteindelijk op een prachtig uitzichtpunt. Het schijnt dat je hier regelmatig dolfijnen kunt spotten in de oceaan dus daar gaan we wel even voor zitten, maar helaas laten ze zich aan ons niet zien.

We lopen verder over het pad en zien mooie uitzichten, gecombineerd met de zonsondergang die weer eens prachtig licht over de oceaan en het landschap werpt. Langs het pad op de terugweg klauteren we nog naar beneden naar een ‘fairy pool’, een poeltje in de rotsen waar de oceaan bij elke golf vers water achterlaat. Zoiets zagen we ook al een paar keer eerder, maar dit keer hebben we onze zwemkleding niet mee om een duik te nemen.

Als we de wandeling erop hebben zitten brengen we ons huis op wielen naar de kampeerplaats die we hebben geboekt. Het is een plekje in het natuurgebied dat de Noosa Everglades wordt genoemd. Dit en het gelijknamige gebied in Florida zijn wereldwijd de enige twee die zich zo mogen noemen. En omdat we midden in deze mooie natuur verblijven, hebben we vandaag ook voor het eerst met deze bus geen stroom. Maar, zo is ons verzekerd, dat moet geen punt zijn. Een volle batterijmoet zeker twee dagen meegaan.

Helaas blijkt dat al snel niet zo te zijn. Terwijl ik in ons kleine keukentje een snelle Indiase curry klaarmaak, en daarvoor uiteraard wel de afzuigkap aanzet, valt alle stroom uit. De batterij blijkt wel volgeladen, maar kan niet heel veel vermogen aan. Zelfs als we later alleen de leeslampjes aan zetten en verder bijna geen stroom verbruiken blijft het af en toe uitvallen. Het is overkomelijk, maar wel onhandig en zeker niet wat we te horen hadden gekregen bij het ophalen. Het afmaken van het eten lukte uiteindelijk gelukkig wel, de curry smaakte heerlijk!

28 maart

Vlak voor zonsopkomst gaat onze wekker, want we slapen op een iconisch plekje. Bij Lake Cootharaba is het begin van de dag prachtig, dus we schieten wat kleren aan en zoeken een plekje aan de waterkant, waar we lang niet de enigen zijn. We worden met z’n allen beloond met een wonderschone dageraad, waarbij de zon zijn best doet het meer zo mooi mogelijk op te lichten. Helaas is het enige dat ontbreekt een groepje kangoeroes die hier een kijkje komen nemen. Dat schijnt af en toe ook nog wel te gebeuren rond deze tijd, maar vandaag slapen ze schijnbaar uit.

Slapen doen wij ook nog een uurtje. We kruipen gewoon nog even lekker terug en staan heel wat beter uitgeslapen weer op. Dan moeten we bedenken wat we kunnen doen, want we willen hier nog even het water op, het liefst wat dieper de everglades in, maar hebben daar nog niet echt een plan voor. Helaas werkt onze impulsieve mindset ons hier weer eens een keertje tegen, want de leuke rondvaarten zijn volgeboekt en de motorbootjes allemaal verhuurd. We komen er uiteindelijk op uit dan maar een stukje te kajakken op het meer in de middag.

We lunchen wat en doen rustig aan. Terwijl we wachten kijken we ook nog even verder en boeken een nieuw slaapplekje voor later vanavond, niet al te ver bij Noosa vandaan, aan de Sunshine Coast. Als we dat geregeld hebben, is het tijd om te gaan peddelen en stappen we in onze kajak. Het weer zit de laatste dagen weer wat meer mee. De laatste buien zagen we op K’gari, en de zon schijnt elke dag uitbundig. Het is dus absoluut geen straf om hier lekker rond te varen.

De everglades zijn een prachtig natuurgebied met veel leven in en rond het water. We zien prachtige adelaars boven ons in de lucht zweven en genieten van de rust op het meer. We mogen helaas niet al te ver weg, waarschijnlijk omdat veel mensen hun eigen peddelkwaliteiten wat overschatten en er veel te lang over doen om terug te komen. Wij lopen wel al heel snel tegen onze beperking aan van waar we heen mogen, maar ach, so be it! We hebben onze lichaamsbeweging wel weer gehad.

We dobberen nog wat rond, en Simone laat haar drone nog maar eens wat rondjes vliegen. Kajakfoto’s hadden we ten slotte nog niet. Na bijna anderhalf uur vinden we het mooi geweest en roeien we onszelf terug naar het strandje waar we de kajak weer inleveren. We gaan op pad naar Dicky Beach, het kustdorpje waar we vanavond slapen. Het is niet ver, maar drie kwartier, maar we nemen onze tijd om deze kustweg af te leggen. En hij is wel mooi, maar haalt het ook niet helemaal bij waar we eerder wel eens kwamen, zoals de Great Ocean Road en de mooie kustweg in het tropische noorden. Wat ons ook opvalt is dat we meer en meer in dichter bevolkt gebied komen. De dorpjes die hier liggen zijn praktisch aan elkaar gegroeid, en de huizen liggen vaak tegen elkaar aan gedrukt. Wel op een prachtige heuvel aan de kust, uitkijkend over de oceaan, dat dan weer wel.

Met een tussenstopje bij de winkel voor een hapje eten komen we aan in Dicky Beach. We hebben een camping uitgezocht vlak aan het strand en als we onze deuren openzetten om te gaan slapen, horen we de golven ruisen. Fijn om weer eens zo in slaap te vallen en dat het kan dankzij ons ingenieuze vliegennet!

Reageer op dit reisverslag

Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley

Simone

Wij zijn Harald en Simone, twee reislustige Dutchies. Van stedentrips en vakanties in Europa, tot verre reizen met onze backpacks, we zien graag zoveel mogelijk van de wereld. We nemen jullie graag mee op reis.

Actief sinds 25 Mei 2013
Verslag gelezen: 79
Totaal aantal bezoekers 54744

Voorgaande reizen:

14 December 2025 - 18 April 2026

4 maanden in Australië

31 Mei 2024 - 23 Juni 2024

Azie met een speciale reden!

14 Mei 2023 - 26 Mei 2023

Tweede kans IJsland

13 Oktober 2019 - 27 Oktober 2019

IJsland, land van vuur en ijs

22 Januari 2019 - 08 Maart 2019

Backpacken door Argentinië, Bolivia en Peru

17 November 2018 - 24 November 2018

Ierland

11 September 2016 - 29 September 2016

Dominicaanse Republiek

23 Juni 2014 - 19 Juli 2014

Vietnam

30 Mei 2013 - 14 Juni 2013

Marrakech - werken en bijtanken

23 Mei 2013 - 27 Mei 2013

Londen UEFA

Landen bezocht: