De Zuidelijke Oceaan is niet voor watjes

Door: Harald

Blijf op de hoogte en volg Simone

20 Januari 2026 | Australië, Albany

4 januari

Zo, dat is een voorlopig laatste keer wakker worden in een ‘normaal’ bed, vanaf nu gaat het kampeeravontuur van een maand beginnen. We hebben nog een laatste keer alle apparatuur zoveel als we konden opgeladen, want wie weet hoe goed of slecht dat de komende tijd gaat lukken.

We doen de laatste boodschapjes en proberen nog een passende gasfles te vinden voor onze kookbranders, waarvoor zelfs retro te veel eer is. Als dat niet lukt laten we het er maar even bij zitten, we willen gewoon op pad!

Dus off we go! Deze eerste etappe moet ons vanuit Perth via Busselton gaan leiden naar het gebied Margeret River, zo’n 270 kilometer zuidwaarts. De vorige dag hebben we de daktent even uit- en ingeklapt om te kijken hoe dat in elkaar steekt. Schijnbaar hebben we dat toch net niet goed weer opgeborgen, want na korte tijd op de snelweg fladdert een van zijflappen vrolijk naast ons in de wind. Even gauw fixen op de vluchtstrook en we kunnen weer verder, maar dit soort dingen is toch altijd even wennen.

Tot aan Busselton rijden we over wegen die vergelijkbaar zijn met de Nederlandse snelwegen, 2 banen in elke richting en een flinke middenberm. Het lijkt alleen hier en daar wat Amerikaans met zijwegen die als kruisingen op de snelweg aansluiten, en dus niet als op- en afritten.

In Busselton maken we een stopje en rijden naar de Busselton Jetty. Dit is een lange steiger (bijna 1.9 kilometer) en daarmee de langste van het zuidelijk halfrond. Hij werd gebouwd voor de scheepvaart maar is tegenwoordig alleen nog voor plezierdoeleinden in gebruik. Je kunt hem aflopen, of een door zonne-energie aangedreven treintje nemen, dus besluiten we eerst met de trein te gaan en terug te wandelen.

Het treintje is een beetje een gimmick. Het personeel neemt de taken zeer serieus dus de plaatsen worden toegewezen door een conducteur en de machinist geeft het sein om te vertrekken door te roepen “All aboard!” Traag wordt dan in twintig minuten de steiger afgereden en ondertussen worden er wetenswaardigheden verteld. Als we uitstappen nemen we de tijd voor wat leuke foto’s aan het uiteinde, zo midden in de Indische oceaan, en zakken we uiteindelijk af in het aquarium wat hier staat. Deze bevindt zich dus onder de steiger, waar je tot een meter of 10 afdaalt onder de waterspiegel en al verrassend veel zeeleven voorbij ziet komen. We spenderen een half uurtje met de koralen en visjes voordat we teruglopen over de jetty. Door deze timing doen we dat vlak voor zonsondergang, wat een mooie aanblik geeft.

Omdat het tegen etenstijd loopt en we nog zo’n vijf kwartier moeten rijden besluiten we toch maar aan de lokale fish ’n chips te gaan op het strand. Geen straf, tegen deze prachtige luchten. Zelfs de drone mag nog even vliegen.

Het laatste deel van de route leggen we grotendeels in de duisternis af, wat ervoor zorgt dat we extra voorzichtig moeten doen. We hebben geen zin in een tweede onvrijwillige ontmoeting met het lokale wildlife. Zonder kleerscheuren bereiken we onze kampeerplek, de Deepdene Farmstay. Ook hier pikkedonker, dus het opzetten van onze kampeerspot gaat wat moeizaam maar het lukt. De toiletten (ecologische compostvariant) vinden we licht intimiderend, het zijn golfplaten hokjes die onder en boven open zijn. Dus al het Australische insectenleven kan erin kruipen… we hebben gelukkig niets gezien.

5 januari

Bij daglicht is de kampeerplek een stuk vriendelijker dan de avond ervoor. Het is een enorm stuk land, zo’n drie voetbalvelden, met veel bomen en her en der verspreid wat kampeerders met kleine of grotere campers, caravans of andere kampeervormen zoals de onze.

We ontbijten lekker in onze campingsetup; stoeltjes en tafeltje onder de bomen met yoghurt en veel fruit, daarna gaan we op pad. Margaret River is een streek die naast wijn bekend staat om haar mooie kustlijn, stranden en grotten. Hiervan ligt het meeste in het Naturaliste-Leeuwin National Park, wat zich uitstrekt van Cape Naturaliste tot Cape Leeuwin. Dit National Park willen we de komende dagen een beetje gaan verkennen.

We rijden eerst ietsjes noordwaarts richting Cape Naturaliste. De eerste stop is Indujup Natural Spa, een soort lagune tussen de rotsen, vlak aan de kust. Hier staat het water zo diep dat je erin kunt poedelen, maar het leukste aan deze plek is nog wel dat de oceaan aan de andere kant tegen de rotsen slaat en daarmee elke keer voor nieuwe aanvoer van water in de lagune zorgt, met meer of minder kracht. De ene keer dus een klein stroompje, de andere keer een grote golf met een flinke waterval tot gevolg.

We poedelen wat en vermaken ons bij de golven, waarna we nog een stukje verder doorrijden. Onze magen knorren al een beetje, dus lunchtijd is ook niet meer ver weg. Simone’s oog valt op een cafeetje langs de weg waar lavendel de specialiteit lijkt te zijn. In Cape Lavender Teahouse is werkelijk alles paars! We bestellen de lavendelscones en een lekkere quiche en zitten heerlijk te smullen. De koffie is zo lekker dat we nog een tweede ronde halen, en dan kan ik een bolletje lavendelijs natuurlijk niet weerstaan. Zeker een aanrader als je hier eens langs komt :)

We rijden door naar het noordelijkste punt van het park, Cape Naturaliste. Hier ligt een leuk parkje en staat een mooie vuurtoren. We beklimmen hem niet, want we weten dat er een dag later een andere bijzondere vuurtoren op ons wacht. Wel genieten we van het uitzicht over de Indische Oceaan, voordat we aan de terugreis beginnen. Tijdens die rit remmen we nog een keertje af in het Boranup Forest. Dit is een bos bestaande uit de lokale eucalyptusboom die ze hier Karri noemen. De Karri-boom staat erom bekend dat hij tot 70 meter hoog kan worden, dat is de op twee na hoogste ter wereld. De weg waar we op rijden slingert zich heel kort ook door dit bos, en het geeft een magisch beeld om tussen deze woudreuzen door te rijden. Uiteraard remmen we ook nog even af om een klein wandelingetje te maken. Later komen er nog meer en grotere van dit soort prachtige bossen voorbij, dus houden we het bij een kort stopje.

We zetten koers terug naar de kampeerplek, om een simpel maaltje in elkaar te zetten. Omdat het kookplaatje nog steeds niet operationeel is, houden we het bij een combinatie van twee lekkere salades. Omdat we ook lekker bijtijds terug zijn op de camping hebben we even de tijd om bij daglicht wat meer orde in onze kampeeruitrusting aan te brengen. Dat geeft weer een goede basis voor de volgende dag.

6 januari

We maken een vliegende start vandaag! We pakken onze kampeerauto in, maken ontbijt om mee te nemen en trekken onze zwemkleding aan. We gaan namelijk naar Hamelin Bay, op een kwartiertje rijden. Hier willen we een vroege duik nemen en misschien wel grote smooth stingray’s zien. Deze enorme pijlstaartroggen komen vaak rond de ochtenduren bij de kustlijn zwemmen en zijn leuk om te zien. Wel op afstand, want hoewel niet agressief wil je niet in aanraking komen met de pijlstaart...

We sturen daarom de drone de lucht in, want van bovenaf zijn ze veel mooier te zien dan staand op het strand. Al snel zien we een klein exemplaar, een adelaarsrog, met zijn vleugel op het water slaan vlakbij de kustlijn. Leuk om te zien hoe dichtbij hij komt, maar we zijn op zoek naar zijn grotere broers en zussen. Maar ook die laten niet lang op zich wachten. Vanaf het strand lijkt het een zwarte vlek met zeewier die zichzelf voortbeweegt, maar met de drone zien we van bovenaf heel duidelijk dat het een grote rog is. Machtig mooi om te zien hoe gracieus hij zich door het water beweegt. We vliegen lekker rond en mensen wijzen ons al gauw op vermeende roggen, zodat we erboven kunnen vliegen om te zien of het klopt. We hebben een heerlijk uurtje, waarna we ons ontbijt soldaat maken en zelf ook nog maar eens een rondje gaan zwemmen. Uiteraard voorzichtig, je weet maar nooit wat er ineens naast je zwemt.

Dan gaan we door naar iets anders; door de jaren heen zijn er in dit gebied vele grotten uitgesleten in het kalksteen. Hiervan zijn er een flink aantal te bezoeken. Bij de ene kun je er een heel kruip-door sluip-door avontuur van maken, maar andere zijn wat gemakkelijker te verkennen. We kiezen voor het laatste en bezoeken de Jewel-cave, die bekend staat als een van de mooiste van het gebied. We dalen af in de grot en zien hier mooie steenformaties, terwijl we van alles uitgelegd krijgen over het ontstaan en de ontdekking van deze grot. Als na een uurtje de tijd erop zit en we in één keer de hele weg die we daarvoor in fases omlaag gingen, nu omhoog lopen, lopen we ineens te puffen en hijgen als oude mensjes… we snappen er niks van, dit is niks geks om te doen voor ons. Ook de gids loopt naast ons te hijgen en vertelt ons, tussen de ademteugen door, dat het zuurstofgehalte in de grot heel laag ligt. Zelfs zo laag dat ze dagelijks meten hoeveel mensen er die dag in de grot kunnen worden toegelaten. Ja, dan is het niet gek dat we even buiten adem zijn.

Als we weer normaal op adem zijn rijden we richting Augusta, het dorpje wat het meest zuidelijk ligt. Daar is het inmiddels tijd voor de lunch dus aangezien we ons huis en keuken tegenwoordig altijd bij ons hebben smeren we een paar boterhammen, die we oppeuzelen met een mooi uitzicht; Cape Leeuwin.

Je leest het goed, niet voor het eerst en niet voor het laatst komen we Nederlandse verwijzingen tegen. Hier is de kaap vernoemd naar het schip wat voor het eerst, voor zover bekend, deze wateren rondvoer. Dat was in 1622 dus de Leeuwin, een VOC-schip, op zoek naar Nederlands-Indie, maar de navigatie had het laten afweten. We brengen een uurtje door in het museum bij deze landtong, wat voornamelijk gaat over de vuurtoren.

Daarna beklimmen we de vuurtoren, want blijft toch altijd leuk om van binnen te zien. Maar uiteraard gaat het met name om het fenomenale uitzicht waarop we hier getrakteerd worden. Eindeloze vergezichten over de bocht waar de Zuidelijke en Indische oceaan op elkaar botsen. En hoe bizar het ook lijkt, je kunt hier daadwerkelijk de twee zeeën elkaar zien raken, want links en rechts staan zichtbaar verschillende stromingen die op elkaar klappen.

Na dit bezoekje is de middag al een flink eind gevorderd en besluiten we nog een nachtje op onze farmstay te blijven slapen. De volgende stop is namelijk meer dan twee uur rijden, dus dan kunnen we beter morgen op tijd weggaan en dit dan afleggen. We halen bij de lokale super nog een lekker maaltje, maar het nog niet operationeel zijn van ons kookplaatje hindert ons wel. Dus we moeten het simpel houden met een reeds gebraden kippetje, coleslaw en avocado’s. Geen straf, maar we nemen ons vast voor om morgen verandering in deze situatie te gaan aanbrengen.

7 januari

Vanochtend breken we ons kampje echt op. De eerste kampeerervaring in WA is goed bevallen en we zijn benieuwd naar de rest van deze maand. We gaan onderweg naar de zuidkust, in het bijzonder het gebied dat southern forests heet. De exacte bestemming weten we nog niet, maar zien we gedurende de dag wel even.

De eerste uurtjes verandert het landschap om ons heen langzaam in een echt bosachtige omgeving. De hoge eucalyptusbomen die we eerder zagen worden steeds frequenter. We kunnen ons steeds beter voorstellen wat een rampzalige gevolgen bosbranden hier kunnen hebben voor deze natuurgebieden. We krijgen ondertussen af en toe berichten vanuit Nederland met de vraag of wij last hebben de bosbranden die in Australië woeden. Dat is niet zo, in WA is op dit moment niet veel gevaar, maar dat kan zomaar omslaan want één vonkje is daarvoor genoeg. Langs de weg staan borden met daarop het huidige risiconiveau, welke bestaan uit Moderate, High, Extreme en Catastrophic… die laatste zal standje grillpan zijn. Wij zien voor nu alleen maar de eerste twee.

We remmen af middenin een prachtig bos met opnieuw hoge eucalyptusbomen. Hier staan vier van dit soort woudreuzen vlak naast elkaar exact op een rij. Dat is bijzonder, want meestal hebben dit soort bomen geen directe buren van dezelfde grootte omdat ze veel voedingsstoffen uit de grond nodig hebben. Vanwaar deze uitzondering is nog steeds niet helemaal duidelijk. We hebben het leuke wandelpad door deze bossen voor onszelf en strekken de benen door de natuur hier te verkennen, waarna we doorrijden naar Manjimup.

Dat is de grootste plaats in een omtrek van zo’n 200 kilometer met jawel, maar liefst 5000 inwoners. Het blijft bizar als je bedenkt hoe dunbevolkt delen van deze staat zijn. In Manjimup heb je echter wel zo’n beetje alles van wat je maar nodig zou kunnen hebben in het dagelijks leven. Daarom strijken we hier neer voor koffie en een goede lunch. Als we die op hebben besluiten we te kijken of we hier ook een oplossing voor onze retro-brandertjes kunnen vinden. De eerste kampeerwinkel waar we naar binnen lopen biedt geen uitkomst, ze kijken met hoog opgetrokken wenkbrauwen naar onze branders en verwijzen ons door naar de buren. Helaas ook daar geen succes, maar ons oog valt op een andere kookstel; een pitje met een zeer gangbaar en makkelijk navulbaar gasbrandertje. Voor 30 Australische dollar (€ 17,-) besluiten we niet meer op zoek te gaan naar moeilijk gedoe. Wat we er na deze maand mee doen? Wie dan leeft, wie dan zorgt…

Nu er gekookt kan worden, worden de menukeuzes een stuk uitgebreider, dus we doen gelijk een boodschap, waarna we doorrijden naar de vlakbij gelegen King Jarrah. Opnieuw zo’n grote eucalyptusboom, maar deze heeft wel extreme vormen aangenomen. 48 meter hoog, maar met name de stam is met 2,5 meter breed echt gigantisch.

Ook hier maken we een leuke wandeling door het bosgebied wat erbij in de buurt ligt. Het is ook warm vandaag, dus de schaduwrijke bospaden zijn geen straf.

Inmiddels is de dag al een eind gevorderd, dus zoeken we een kampeerplek. Die vinden we, opnieuw bij een lokale farmstay, maar we moeten er nog wel drie kwartier voor rijden. Die route brengt ons door Pemberton, waar we afremmen bij de lokale wasserette om voor het eerst sinds the Blue Mountains weer eens een wasje te draaien. Allemaal van die zaken waar je toch een beetje over na moet blijven denken als je zo reist als wij doen, want je ondergoed raakt ook wel eens op…

Zo komen we bij onze nieuwe kampeerplek, waar ik me uitleef op ons kookstelletje en een pasta carbonara in elkaar vouw, terwijl Simone zich verliest in het fotograferen van het lokale wildlife, want op amper honderd meter van onze slaapplaats dartelen de paarden en een emoe door de velden. Als we uiteindelijk gaan eten staan ze er nog steeds, diner met uitzicht dus!

8 januari

We worden wakker na een gebroken nacht, we hebben het namelijk gigantisch koud gehad waardoor we midden in de nacht wakker werden. Na een aantal warmere nachten in Margeret River koelde het hier veel meer af dan we hadden verwacht. Dat was even een misrekening en zorgt ervoor dat we duf zijn en wat langzaam opstarten. Uiteindelijk gaan we op pad en rijden we terug naar Pemberton, waar we even bij de lokale Railway Company willen kijken. Deze bieden een rit aan door het bos, richting een mooie waterval, maar het blijkt volgeboekt voor vandaag. Nog een tegenvaller dus, en even weten we niet goed wat we willen doen. Ook dat hoort bij reizen zonder plan, want het loopt niet altijd gestroomlijnd. In de rest van deze omgeving is niet zoveel te doen om een dag langer te blijven en te wachten op de treinrit van morgen. Dat is ook nog eens zonde van onze tijd, dus we besluiten nog één ding te doen in Pemberton en dan door te trekken naar het zuiden.

We nemen een heerlijke duik in de Pemberton pool, een openbare zwemvijver tegen de achtergrond van een bos vol hoge eucalyptusbomen. Hier poedelen we lekker even rond en maken leuke dronebeelden van onze duik. Het is echt verkoelend, want ondanks onze koude nacht is het nu weer stevig opgewarmd. Na een lunch uit het vuistje bij het water starten we de motoren en vervolgen onze weg langs de zuidkust. We hebben de kampeerplaatsen niet voor het uitkiezen in deze streek, dus we zijn blij met een van de laatste plekjes op een natuurcamping, zo’n 170 kilometer verderop. Daar willen we de volgende dag een aantal leuke plekken bezoeken, dus we nemen het maar zoals het is en beschouwen dit verder als een reisdag.

We zijn nog geen half uurtje onderweg als we Northbrook passeren en ik flink in de remmen moet voor een drietal kalfjes op de weg. We staan snel stil en de kalfjes lijken wat verloren. Simone stapt uit en hoort direct het geloei van heel veel koeien en kalfjes, want de rest van de kudde blijkt aan de ‘goede’ kant van het hek in paniek over hun verloren zonen en dochters. Simone probeert ze de goede kant op te krijgen, terwijl ik bij de nabijgelegen boerderij aanklop om de boer te waarschuwen. Als me dat is gelukt en ik terugkeer bij Simone zijn er meer mensen gestopt en lopen er inmiddels ook steeds meer kalveren over de weg. Met hulp van wat lokalen die wel weten hoe je zoiets oplost (lees: luid toeterend de kudde opjagen), lukt het Simone alle kalfjes weer in de wei te krijgen. Vanaf dat moment beschouw ik haar maar als gediplomeerd McLeod’s Daughter.

Onderweg worden we nog verrast door de schoonheid van Mount Frankland National Park, wat we doorkruisen. Het is een uitgestrekt gebied met enorme eucalyptusbossen. Het maakt deze route zeker een plezier om te rijden. Het andere wat ons verrast is… regen! We krijgen een paar flinke plensbuien op ons autodak, de eersten sinds Kakadu, rond de kerstdagen. Dat is even wennen, ook voor de auto, die even stevig moet ontwasemen van al dat vocht.

We bereiken ons kampeerplekje, zetten ons kamp op en dit keer slaat Simone aan het kokkerellen en zet een heerlijk broodje hamburger in elkaar. Dat koken op 1 pitje gaat ons prima af! We maken het maar niet te laat, na de gebroken nacht ervoor. Gewapend met extra kleding, voor het geval we het weer zo koud krijgen, zoeken we onze dakkoffer-tent op.

9 januari

Ditmaal zonder koude rillingen staan we op, de betere voorbereiding heeft ons geholpen want het was wel opnieuw aan de frisse kant in de nacht. Na ontbijt- en inpakbezigheden zetten we koers naar de Giant Treetop Walk. In de hoge eucalyptusbomen heeft men namelijk een mooie wandeling uitgezet, maar zoals de naam doet vermoeden doe je dit over steigers door de toppen van de bomen. We horen dat we weer eens mazzel hebben; de voorgaande dagen waren behoorlijk druk, maar vanochtend is het uitzonderlijk rustig. Dat houdt in dat we er extra van kunnen genieten, en we doen er het dubbele van de tijd over. Op het hoogste punt sta je liefst 40 meter boven de grond om uit te kijken over het hele bos. Halverwege de wandeling raken we aan de praat met een van de medewerkers. Ze blijkt een Nederlandse vader te hebben die uit Utrecht kwam, waar ze wel eens op familiebezoek is geweest. Ze vind het leuk even over Nederland en Utrecht met ons te kletsen.

Ook op de ‘begane grond’ van het bos kun je leuk wandelen. Sommige boomstammen van de echt grote bomen zijn onderin zelfs gespleten en hol van binnen, waardoor je er tussendoor kunt lopen. Als we klaar zijn lopen we automatisch nog langs de start van de Treetop Walk, waar het nog altijd rustig is. We besluiten het rondje nogmaals te lopen, zo leuk vonden we het!

Daarna gaan we toch maar verder op onze route, we rijden naar de zogenaamde Conspicuous Cliffs. Daar wandelen we opnieuw wat af, naar verschillende uitzichtpunten op de kliffen. Dat is waar we voor het eerst sinds de vuurtoren bij Cape Leeuwin weer oog in oog staan met de zee. Opnieuw is duidelijk dat met deze zee niet te spotten valt, er zit bijzonder veel kracht achter de golven en het strand onder ons leent zich totaal niet voor een duik. De Zuidelijke Oceaan is niet voor watjes, dat mag wel duidelijk zijn. De uitzichten zijn er overigens niet minder fraai door.

Als laatste nemen we de weg richting Albany, en stappen nog één keer uit namelijk bij het bekende punt van de Elephant Rocks en Green Pool. Vooraf werd ook hier voor enorme toeristische drukte gewaarschuwd maar het valt ons mee. Nee, we zijn niet alleen, maar we worden ook niet overlopen. Elephant Rocks is een strand, waar enorme grijze rotsen uit de zee oprijzen en de kustlijn vormen. Met veel fantasie zou je er olifantenruggen in kunnen zien, vandaar waarschijnlijk de naam. Aan de andere kant van de landtong vind je vervolgens Green Pool, een door diezelfde soort stenen afgeschermde baai waarin je redelijk normaal zou kunnen zwemmen. Sommige mensen doen dat, maar wij brachten onze zwemkleding niet mee en vinden het bovendien behoorlijk aan de koele kant voor een duik.

Als we teruglopen naar de auto gaan we even langs het toilet. Hier wijst iemand ons op een hoopje stenen vlakbij het pad waar een vrij kleine opgerolde zwarte slang in de lage begroeiing ligt. Het is de eerste keer deze reis dat we een van de vele slangen rechtstreeks zien. Er wordt wel op enorm veel plekken flink voor gewaarschuwd, met name als er een beetje natuur in de omgeving is. Bijvoorbeeld op onze eerste farmstay in Margeret River, waar de eigenaresse ons aanraadde een leuke wandeling te maken langs de weilanden, maar niet zonder specifieke waarschuwing voor slangen.

We bekijken dit exemplaar en maken zelfs nog een foto van toch niet al te ver weg. Als ik later opzoek wat voor slang wie hier nu eigenlijk hebben gezien, blijkt dat we oog in oog stonden met een Tigersnake, één van de meest dodelijke soorten die Australië rijk is… oeps!

We rijden uiteindelijk door naar Albany, waar we de komende twee nachten doorbrengen. We staan nu eens op een camping die wat toeristischer aanvoelt, omdat dat een van de weinige plekken was die er nog beschikbaar was. Toch hebben we een prima plekje met voldoende ruimte en zonder directe buren. Waar we met name eens heel blij mee zijn is het gebrek aan muggen! De eerste vijf nachten van ons kampeeravontuur zijn we elke avond belaagd door allerhande insecten, maar met name de vele, vele muggen hebben ons goed gepest! Onze benen en armen zitten onder de muggenbulten. Maar hier in Albany hebben de muskieten er schijnbaar niet zo’n zin in, wat wij dan weer helemaal geen probleem vinden.

10 januari

We worden uitgeslapen en lekker laat, na negenen, wakker. We hebben nog niet echt veel op de planning vandaag, maar het vele rijden waren we even beu, daarom blijven we sowieso een tweede nacht in Albany. Dat geeft even wat ontspanning en als Simone mij zegt dat ze eigenlijk wel even een half uurtje aan yoga wil doen, besluit ik mijn hardloopschoenen aan te trekken. Zo brengen we allebei een ochtendje sportend door, terwijl we even niet nadenken over verder reizen, nieuwe plekken ontdekken en volgende bestemmingen uitzoeken. En eerlijk; ik kan een hardloopsessie langs de kustlijn van Albany van harte aanbevelen!

Zo gaan we opgeladen met nieuwe energie op pad, we hebben nog een klein boodschapje te doen en moeten even naar de Telstra-winkel, de Australische KPN, om iets te regelen voor onze mobiele abonnementen. Door onze sportieve ochtendjes hebben we nog maar een klein bodempje gelegd en besluiten we lekker te gaan brunchen bij een lokale Italiaanse lunchroom, waar ze naast broodjes en pizza’s ook heerlijke smoothies en koffie maken!

In de middag gaan we er toch nog even op uit. We rijden het Torndirrup National Park in wat vlakbij Albany op een schiereiland ligt. Hier zijn, alweer, een paar prachtige stranden en rotsige kustlijnen en we starten onze route bij een uitzichtpunt wat The Gap heet. Hier is een diepe kloof ontstaan in de rotsen, waar de ruige zuidelijke oceaan vrolijk tegenaan beukt. Het platform waar je op staat om dit te zien hangt ook nog eens tientallen meters boven de zichtbaar onder je voeten kolkende oceaan. Niet iedereen vindt dit even comfortabel, maar wij vermaken ons er prima mee. We sturen de drone nog maar eens de lucht in en maken een paar fantastische video’s, hoewel het kleine apparaatje zichtbaar moeite heeft met de wind die er staat.

Als we even uitgewaaid zijn en de drone weer veilig is geland, gaan we door naar een plek die de ‘blowholes’ heet. De oceaan slaat ook hier vervaarlijk op de rotsen, maar dat zien we niet, want over die rand kunnen we niet kijken. Als de golven echter krachtig genoeg zijn zou het water op de bovenliggende rotsen uit een aantal kieren en scheuren moet opspuiten. Daarvoor is de oceaan vandaag weer net niet krachtig genoeg, we horen een aantal keren de golven onder ons op de rotsen slaan, maar het water komt niet door naar boven. Toch is ook hier de drone weer even uit de tas gekomen om de golven te kunnen zien, we hebben de smaak met dat ding wel te pakken.

Als laatste bezoeken we nog Misery Beach. Hoewel de naam niet vrolijk is - in vroeger tijden werden door de walvisvaarders hier vangsten gedood en ontleed - is het er wel echt prachtig! Blauwe zee, wit zand en vriendelijke golven, reden voor het nationaal toerismebureau om het strand in ’22 uit te roepen tot Australisch mooiste. Toch geldt hier ook wel een waarschuwing; ga niet te ver de zee in, de stromingen zijn verraderlijk en krachtig. We houden het bij met de voetjes in de golven. Zo zien we hier tegen het einde van de middag de zon zakken en rijden we terug naar Albany, 25 minuten verderop.

Omdat we al even aan het kamperen zijn en onze kookkunsten goed hebben laten zien, nemen we een avondje vrij van het kokkerellen en eten bij een hoog aangeschreven restaurant in de buurt genaamd Rock Salt. Hier runnen de chefs Rosa en Michelle de keuken en ze zetten ons een heerlijk maal van oesters, barramundi en lamsschenkel voor, een absolute aanrader voor wie een goed restaurant zoekt in Albany. Chef Michelle is zelf kok en gastvrouw van die avond en ze maakt er een echt feestje van als perfecte afsluiter van onze tijd in deze omgeving.


  • 20 Januari 2026 - 14:56

    Gerda:

    Oh wat een heerlijk uitgebreid verslag weer ! Wat maken jullie toch veel mee en wat blijft het leuk om lekker mee te mogen lezen. Dank dat jullie daar ook tijd voor vrijmaken, een fijne win win situatie, jullie hebben je reisverslag om later na te lezen en wij genieten nu van een afstand mee ! [e-1f44d][e-1f3fb][e-1f618]

Reageer op dit reisverslag

Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley

Simone

Wij zijn Harald en Simone, twee reislustige Dutchies. Van stedentrips en vakanties in Europa, tot verre reizen met onze backpacks, we zien graag zoveel mogelijk van de wereld. We nemen jullie graag mee op reis.

Actief sinds 25 Mei 2013
Verslag gelezen: 334
Totaal aantal bezoekers 54744

Voorgaande reizen:

14 December 2025 - 18 April 2026

4 maanden in Australië

31 Mei 2024 - 23 Juni 2024

Azie met een speciale reden!

14 Mei 2023 - 26 Mei 2023

Tweede kans IJsland

13 Oktober 2019 - 27 Oktober 2019

IJsland, land van vuur en ijs

22 Januari 2019 - 08 Maart 2019

Backpacken door Argentinië, Bolivia en Peru

17 November 2018 - 24 November 2018

Ierland

11 September 2016 - 29 September 2016

Dominicaanse Republiek

23 Juni 2014 - 19 Juli 2014

Vietnam

30 Mei 2013 - 14 Juni 2013

Marrakech - werken en bijtanken

23 Mei 2013 - 27 Mei 2013

Londen UEFA

Landen bezocht: