Heet, golven en een hittegolf - Reisverslag uit Denham, Australië van Simone Vogel - WaarBenJij.nu Heet, golven en een hittegolf - Reisverslag uit Denham, Australië van Simone Vogel - WaarBenJij.nu

Heet, golven en een hittegolf

Door: Harald

Blijf op de hoogte en volg Simone

30 Januari 2026 | Australië, Denham

18 januari

Voor het eerst in bijna twee weken worden we wakker van de zon op onze daktent, die de temperatuur binnen snel doet oplopen. Dat hebben we sinds Margaret River niet meer zo ervaren. De wind die de afgelopen avond en nacht zo sterk opstak heeft ons gelukkig niet wakker gehouden, mede omdat we de loshangende hengsels die je gebruikt om de tent dicht te klappen, tegenwoordig vastzetten met vier ijzeren wasknijpers. We worden, soms ook noodgedwongen, steeds handiger in het kamperen.

We zijn bijtijds opgestaan, want we hebben iets op de planning staan waar we al even op hebben moeten wachten, maar de gelegenheid deed zich nu voor. We krijgen namelijk een rondleiding bij Wave Rock van Michael. Nu hebben we de rots gisteravond natuurlijk al gezien en beklommen, maar Michael stamt af van Aboriginals en gaat ons de omgeving laten zien door de ogen van zijn voorouders, en vertellen wat deze plaats voor hem en zijn voorouders bijzonder maakt.

Als eerste lopen we een stuk door de bossen in het gebied. Michael wijst al direct op wat bijzondere begroeiingen en het spoor dat het water achterlaat door de bossen. Als we verder lopen hupsen er twee kangoeroes op hun gemak voor ons uit door de struiken, alsof ze even kwamen checken wie er op bezoek kwamen en nu hadden gezien dat het in orde was.

We komen bij een rotsformatie die Hippo’s Yawn wordt genoemd, en als je ervoor staat snap je wel waarom, het lijkt inderdaad op een soort nijlpaard die zijn bek openspert. Michael staat echter niet zo stil bij die naam, hij vertelt ons dat het plek van verlichting was voor de oorspronkelijke bewoners, omdat er vaak medicijnmannen huisden en in de grot een natuurlijke tocht wordt gecreëerd door de open achterzijde. Ook legt hij ons uit dat men vroeger op dit soort plekken de hemel en sterren bestudeerde, door op verschillende momenten op exact dezelfde plaats naar de hemel te turen en zo de veranderingen waar te nemen.

Zo wandelen we verder en gaan we al gauw van de gebaande paden af, terwijl de verhalen en uitleggen van Michael ons om de oren vliegen. Wat een plezier om met deze man op stap te zijn en op deze manier meer te leren over de Aboriginalcultuur. De twee uren vliegen voorbij, en we sluiten af bij de bekende Wave Rock, maar dan gezien door de ogen van de oorspronkelijke Australiërs. Na de wandeling nemen we afscheid van Michael, dat hadden we niet willen missen.

Daarmee besluiten we ook alweer onze tijd bij in Hyden en bij Wave Rock. Er is hier niet veel meer te doen en ook niet in de omgeving, dus we gaan nogmaals een lange etappe rijden. We zetten koers naar de westkust, ten noorden van Perth. We wisten van tevoren dat we deze oversteek een keer moesten maken, omdat we zijn gestart in Perth. Dus tanken we de Nissan af en gaan we op pad voor een uur of 5 rijden.

Onderweg regelen we alvast een kampeerplekje en we besluiten, bijna op de bestemming, om een omwegje te nemen voor zonsondergang bij de zogenaamde Pinnacles in de Painted Desert. Dit zijn velden met rotsen, die hier midden in de woestijn lijken te zijn neergelegd. Het schijnt dat ze soms nog nieuwe vinden als de wind het zand ergens weer eens wegblaast, of ze verdwijnen weer onder een nieuwe laag zand. En daarbij is men nog altijd onzeker over hoe ze zijn ontstaan. Het is in elk geval een mooie bezienswaardigheid. We rijden met de auto er tussendoor, want er is een pad aangelegd door de woestijn waardoor je er dichtbij kan komen. Aanraken wordt wel afgeraden omdat ze behoorlijk fragiel kunnen zijn. We wachten op de zonsondergang die hier inderdaad spectaculair mooi is. Daarna leggen we de laatste 40 kilometer af naar onze slaapplek. Dit doen we bijzonder voorzichtig, omdat we door het donker over een heel rustige weg rijden en er veel wilde dieren in de omgeving zitten. Dat blijkt ook, want we moeten uiteindelijk een flink aantal keer in de remmen voor kangoeroes, maar we bereiken zonder brokken onze kampeerplek.

19 januari

We gaan vandaag vroeg op, want onderdeel van de farmstay waar we verblijven is een tochtje door het achterland van de boerderij, om uit te komen bij een gedeelte van de Painted Desert wat bijna niet bezocht wordt, omdat het alleen toegankelijk is vanuit het land van de boer.

Om kwart voor zeven klimmen we zodoende achterin een oude pick-up en de beheerder sjeest weg. We maken een ritje van ongeveer een half uur waarin we de ogen openhouden voor kangoeroes en emoes.

Na een poosje rijden zien we inderdaad een aantal emoes voor ons uit scharrelen, maar ze nemen gauw de benen als ze ons in het vizier krijgen. Kort daarna zien we heel in de verte een (wat later blijkt) vos over de weides rennen, maar het valt wel iets tegen wat we qua wildlife krijgen voorgeschoteld. Maar we klagen niet, de natuur laat zich zoals gewoonlijk niet leiden. Wel krijgen we een leuke wandeling door de woestijn voorgeschoteld. Onze gids vertelt een hoop feitjes over de woestijn en de Pinnacles die ook hier uit het zand steken. Hij doet het nog niet zo lang, en geeft ruiterlijk toe dat hij gewoon veel heeft opgezocht over deze rotsen. Grappend zegt hij nog dat hij de eerste keer dat een geoloog langskomt, hij deze gaat kidnappen om alles te horen te krijgen over deze omgeving.

De Pinnacles die we hier zien zijn af en toe best wel anders dan degen die we de avond ervoor zagen. Wat leuk is om te zien is hoe andere omstandigheden, bijvoorbeeld de weg van regenwater, een effect kan hebben op de rotsen en ze er een paar meter verderop dan anders uit kunnen zien dan daarvoor. We wandelen een uurtje door dit gebied, en zijn blij dat deze rondleiding alleen zo vroeg wordt gedaan, want het wordt al flink warm in de woestijn. Op de terugweg is het verkoelende briesje geen straf, als je achterin de pick-up zit. Simone kroont zich maar weer eens tot de koningin van het wildlife spotten, want ze ziet in dat half uurtje de ene kangoeroe na de andere emoe. Van die laatste zelfs een hele groep, weliswaar schuw want ook deze nemen de benen en duiken de struiken in zodra ze ons gespot hebben. Toch houdt Simone vol, als een volleerd National Geographic-reporter staat ze met haar camera met telelens achterop de pick-up te zoeken naar de wilde dieren.

Terug bij onze tent hebben we zin in een ontbijtje, dus voor we weggaan bakken we een lekker vers eitje van de boerderij waarna we klaar zijn om op pad te gaan. Dit is wel een beetje een issue, want de voorgaande dagen is duidelijk geworden dat er een stevige hittegolf aan komt in dit gebied. Voor 20 en 21 januari worden er temperaturen voorspeld die de 40 graden ruimschoots gaan passeren, en de BOM (het Australische KNMI) raadt aan om inspanning midden op deze dagen te vermijden, rust te houden en schaduw op te zoeken. Dat druist natuurlijk een beetje in tegen wat wij momenteel doen met rondreizen.

We besluiten om daarom naar Jurien Bay te rijden. Dat is het meest dichtstbijzijnde kustplaatsje en we hebben gelezen dat er een goede vakantiesfeer hangt in deze maanden dus misschien kunnen we hier een plekje vinden om de hittegolf ‘uit te zitten’. Want van doorreizen lijkt even geen sprake.

In Jurien Bay vinden we inderdaad een leuke kampeerplek op luttele minuten van het strand. We installeren ons en besluiten vandaag (ook al 38 graden) ook alvast maar even onze rust te pakken. Nadat we nog van kampeerplekje zijn gewisseld (onder de bomen dus meer schaduw) maken we nog een rondje langs de lokale winkeltjes en ontdekken dat er een perfect cafeetje vlak voor onze camping zit, met uitzicht op strand en boulevard. Als het aan het einde van de middag wat is afgekoeld plonzen we nog even in zee en sluiten de dag af met Fish ’n Chips aan de boulevard en een spelletje bij de tent. Zo komen we de hittegolf vast wel door.

20 januari

We worden wakker in onze daktent en voelen al dat het snel opwarmt. Omdat de bovenzijde van onze ’slaapkamer’ zwart is voel je al snel dat deze opwarmt als de zon erop staat en die warmte straalt ook gauw door naar onder, waar wij slapen. Tijd om eruit te gaan dus, want anders worden we gaargestoofd. We starten even rustig op en kleden aan, maar toen we gisteren ons schaduwplekje uitzochten dachten we dat deze ook in de ochtend wat beschutting zou geven. Dat blijkt minder te zijn dan we dachten, dus voor het ontbijt en koffie lopen we naar het café aan de boulevard. Daar zitten we goed beschut maar zelfs dan blijft het gewoon enorm heet. Nog voor elf uur is het kwik gestegen tot over de 40 graden.

Dat belooft niet veel goeds, en we hebben weinig schaduw rondom onze kampeersetup. Tot nu toe geen ramp, maar dit wordt wel problematisch in een hittegolf van deze proporties. Nadat we kort hebben overlegd begeven we ons maar naar de receptie en vragen of we een kleine cabin kunnen krijgen. Er is nog eentje vrij gelukkig, en daarmee hebben we een betere plek om deze extreme omstandigheden uit te zingen, met airco. Niet alleen om overdag ook beschutting te kunnen opzoeken, ook om beter te kunnen slapen vanavond.

Verder voeren we dus niet veel uit vandaag, het is echt even pas op de plaats. We doen nog een snel boodschapje, en als tegen de avond de ergste warmte uit de lucht is en met name er wat meer wind staat die koelte brengt, gaan we zelfs nog een uurtje naar het strand om af te koelen in de zee. We eten lekker, nemen een uitgebreide douche (dat is het voordeel van een huisje) en liggen bijtijds in bed in een gelukkig koele slaapkamer.

21 januari

Hoewel op dag twee van de hittegolf de thermometer nog steeds ruimschoots de 40 graden gaat passeren, hebben we toch besloten om in beweging te komen. Dat heeft twee redenen; Simone heeft al een paar dagen last van een kies, en de volgende stad, Geraldton, is groter en daar kan ze op korte termijn (vandaag) terecht voor een controle. In Jurien Bay lukte dat niet. De tweede reden is dat we toch verder willen, en door deze rit nu te maken hoeven we dat later niet te doen. Bezienswaardigheden zijn er toch niet echt tussen Jurien Bay en Geraldton, dus hoeven we alleen die 200 kilometer af te leggen zonder te stoppen.

Dus gaan we de auto in en zetten de airco goed aan. Hoewel de weg waar we overheen rijden de Indian Ocean Drive heet, is hij weinig memorabel. Uiteraard voert de route ons langs de oceaan, en dat geeft af en toe een mooi uitzicht. Maar verreweg de meeste tijd rijden we enkele kilometers landinwaarts dus zie je de zee niet eens. En dan komt het Australie uit de boekjes snel om de hoek kijken. Een droog en rood landschap met lage begroeiing.

In Geraldton nemen we nog één nachtje onze intrek in een airconditioned kamer. We krijgen zelfs een upgrade naar een groot appartement, niet vervelend. We maken een rondje (in de schaduw) door het kleine centrum van Geraldton, maar het is niet echt een plek die ons kan bekoren. Het kan ook aan de hitte liggen, maar er is weinig leven in de brouwerij. Dat maakt voor ons het leven ook wel weer makkelijk. We doen een boodschap voor het avondeten, Simone gaat naar de tandarts (die gelukkig niets ernstigs vindt) en we besluiten de dag opnieuw op het strand. Dat is in Geraldton in elk geval leuker dan het centrum, zeker als we met een prachtige zonsondergang in het water liggen en op de steeds groter wordende golven deinen. Op een zeker moment worden ze zo groot dat in twee golven op rij, mijn beide contactlenzen in de oceaan verdwijnen… ik heb genoeg reserve, dus ik laat mijn plezier er niet door bederven.

We eten, voor het eerst in meer dan een maand weer eens voor de TV. Dat is eerlijk gezegd ook wel weer eens relaxed. Morgen gaat de temperatuur zakken en gaan we waarschijnlijk weer ons tentje in, dus genieten we maar even extra van de ruimte en het heerlijke bed.

22 januari

Na een ontspannen ochtendje gaan we nog een klein rondje door Geraldton maken. Er is namelijk nog wel wat te zien, zoals het museum, de vuurtoren en een kathedraal. We beginnen in het Geraldton Museum, waar aandacht besteed wordt aan verschillende aspecten in de historie, waaronder de verschillende VOC-schepen die hier in de 17e eeuw zijn vergaan. Iconische namen als de Batavia, de Vergulde Dreack en de Zuytdorp liggen in deze regio(nog altijd) op de zeebodem. Hieraan is een uitgebreide expositie gewijd, die ook nog wordt opgeleukt met een rondleiding door de museumgids. Als hij doorheeft dat we Nederlands zijn roept hij onze hulp in om alle tongbrekers correct uit te spreken.

Pronkstuk van de expositie is de originele poort van Batavia. Deze stenen hadden in de stad Batavia (Jakarta) een toegangspoort moeten vormen en waren met het schip Batavia daarnaartoe onderweg toen deze verging. Inmiddels zijn ze dus allemaal opgedoken en staan in dit museum te shinen. We lopen een ronde door de rest van het museum, met wat informatie over historie van de regio en het wildlife wat je hier kunt tegenkomen. Maar bij de expositie van foto- en videograaf Michael Haluwana raak ik Simone kwijt. Zijn werk is prachtig en brengt de natuur van Australië op een geweldige manier in beeld. Zowel de foto’s als de 3D-video die in hoek wordt afgespeeld zijn geen straf om te bekijken.

Na dit vermaak stappen we in de auto en maken een korte stop bij de eerder genoemde vuurtoren en kathedraal, maar dit vormt geen lang oponthoud. Na al het zand en stof besluiten we wel even een stofzuiger door onze auto/woning te halen bij de carwash en de buitenkant af te spoelen. Niet dat we denken dat er nu geen stof meer komt, maar toch…

We gaan weer onderweg, door richting Port Gregory. Dit is op zichzelf niet zo’n indrukwekkend stadje, maar het meer dat hierbij ligt, Hutt Lagoon, is dat wel. Op 13 januari legde Simone al uit dat er diverse roze meren in Australië zijn en waren, zoals die bij Esperance vroeger roze was. Hutt Lagoon is dat wel nog altijd. De samenstelling en temperatuur van dit meer is zodanig dat de actieve algen hun bètacaroteen afscheiden en het water dus een roze gloed krijgt.

Helaas is het als we daar aankomen best wel bewolkt. De hittegolf van de laatste dagen is voorbij, de temperatuur is gezakt doordat er wat bewolking is ontstaan. Dat zorgt er helaas wel voor dat Hutt Lagoon er niet zo mooi bij ligt als we hoopten. De roze gloed in het water wordt namelijk versterkt door de zon, en die is momenteel dus niet zo fel.

Omdat het inmiddels al het einde van de middag is en we niet zoveel zin meer hebben om verder te rijden, besluiten we bij een leuke farmstay even verderop onze tent op te slaan. Dat geeft ons ook de mogelijkheid morgenochtend mogelijk onder zonniger omstandigheden nog een keertje bij Hutt Lagoon te kijken.

Zo gezegd, zo gedaan. We zetten ons kampje op, relaxen wat en Simone rolt haar yogamatje nog even uit. Een lekker maaltje verder zakt de zon achter de horizon op het platteland van West-Australië.

23 januari

Vanochtend is de zon ons beter gezind bij Hutt Lagoon. Er staan wat losse wolkjes aan de lucht, maar de zon krijgt voldoende ruimte, dus ligt het roze meer er veel mooier bij dan de middag ervoor. We vermaken ons met de drone, die mooie plaatjes schiet van de contrasterende kleuren. Als Simone nog het meer in probeert te lopen voor een foto waarop ze in het roze water staat komt ze wel van een koude kermis thuis, want ze zakt al gauw tot haar kuiten weg in de zwarte drab. Het roze meer verstopt blijkbaar een donkerder kant net onder de bodem…

Overigens zijn er meer mensen die zich hier willen vermaken, maar een Chinese vader en zoon maken het wel bont als ze met hun huurauto (sedan) het duin op willen rijden. Uiteraard komen ze heel gauw vast te zitten, en als we langslopen en even proberen te helpen wordt al snel duidelijk dat ze eruit getrokken moeten worden. Hoewel onze 4WD dat best zou moeten kunnen, doen we dat maar niet met een gehuurd voertuig. Wel geven we ze een lift naar het dorp, zodat ze de juiste hulp kunnen krijgen. Een uurtje later zien we ze elders rondrijden, dus het is ze gelukt…

Na nog wot drone- en fotofun en een schoonmaaksessie van Simone’s voeten zetten we koers richting Kalbarri National Park, een uurtje verderop. Dit is een park waar de rode rotskliffen mooie uitzichten geven over de Indische Oceaan. Meer in het binnenland zijn de uitzichten niet minder mooi, want jarenlange erosie heeft een prachtige vallei gecreëerd waar je van bovenaf naar kan kijken, of doorheen kan hiken. Genoeg reden om hier een kijkje te gaan nemen. De eerste stop heet Castle Cove, ligt vlak aan de kust en stelt niet teleur. Het zijn fenomenale plaatjes die de natuur hier heeft geschapen dus we vermaken ons prima. Ook is het tijd voor de lunch, dus als we uitgekeken zijn warmen we een pannetje bouillon op en smeren een broodje, welke we opeten op de picknickplek uitkijkend op de rotsen en de zee; we hebben het weer goed voor elkaar.

Ook de volgende stops vervelen niet en zo kringelen we langzaam maar zeker de kustweg af, tot in het dorp Kalbarri. Hier slaan we af en nemen de weg naar de vallei in het binnenland. Net als een paar weken geleden boven ‘The Gap’ bij Albany heeft men hier boven de vallei twee grote uitzichtplatformen gebouwd, waarbij je tientallen meters naar beneden kijkt als je er overheen loopt. Het heet dan ook een ‘Skywalk’. Daar vermaken we ons met de uitzichten en opnieuw wat speeltijd met de drone. Als laatste maken we nog een korte wandeling iets verderop, naar een plek die Natures Window wordt genoemd. Hier staat een bijzondere rotsformatie met een gat in het midden, waardoor het lijkt alsof je door een raam naar het achtergelegen, mooie uitzicht kijkt. Erg insta-waardig natuurlijk…

Op de terugweg checken we in bij onze camping en rijden daarna naar de lokale seafood-shack van Kalbarri voor een lekker portie Fish ’n Chips en oesters. Het leven is niet slecht aan de kust.

24 januari

Zoals ik al vertelde kun je een prachtige wandeling door de vallei van Kalbarri maken van zo’n negen kilometer, waar je tussen de vijf en zeven uur voor uit moet trekken omdat er veel klauterwerk bij komt kijken. Dit leek ons erg leuk om te gaan doen, maar bij de toegangsweg in het national park hangt een aankondiging dat deze wandelroute niet kan worden afgelegd, op straffe van hoge boetes. Het blijkt namelijk dat in de vallei de temperatuur meer dan 10 graden hoger kan zijn dan elders, en aangezien het kwik nog altijd ruim dertig graden is, zijn dat gevaarlijke omstandigheden om de intensieve wandeling te maken waarbij er eerder fatale ongelukken zijn gebeurd. Helaas gaat er dus een streep door deze activiteit, maar dat zorgt er wel voor dat we een dag eerder dan gepland weer verder gaan, want in de rest van het park hebben we gezien wat we wilden.

Dus, we pakken in, gaan op weg en zetten de navigatie op Shark Bay, zo’n 375 kilometer verderop. Hoewel, navigatie heb je in deze streken eigenlijk niet meer nodig. We slaan linksaf vanaf de campsite, gaan na 65 en 245 kilometer nog een keer links en voilà, we staan na 375 kilometer in Denham, het enige dorp in de regio Shark Bay. Zo simpel kan navigeren zijn…

Onderweg maken we, naast even tanken, één stopje, dat zijn de stromatolieten bij Hamelin pool. Stromatolieten zijn levende, rotsachtige structuren die worden gevormd door microben. In het zoute water hier gedijen ze goed en groeien ze nog steeds, weliswaar heel langzaam. Helaas is er momenteel geen mogelijkheid om dichtbij te komen, want een cycloon beschadigde vijf jaar geleden het pad, en omdat het gebied op de Werelderfgoedlijst staat is de renovatie een tijdrovende klus. Volgens de dame die de naastgelegen winkel en camping runt zouden ze nog dit jaar het werk moeten gaan afronden. We blijven dus niet al te lang, want er is van grote afstand niet veel aan te zien.

We zijn dan al bijna bij onze bestemming van vanmiddag; Nanga Bay. Op de camping is het heel rustig. We hebben de plekken voor het uitkiezen en we parkeren de auto pontificaal met de neus vooruit naar de zee toe. Toen we deze plannen maakten en we erover praatten om te gaan kamperen schetste ik Simone een beeld van kamperen aan het strand, waarin we letterlijk konden eten en relaxen bij zonsondergang aan het strand. Het heeft even geduurd, maar deze kampeerplek brengt dat idyllische beeld tot leven.

We maken nog een uitstapje naar het naastgelegen Shell Beach. Het stand bestaat hier, niet verrassend, geheel uit schelpjes en niet uit zand. Het wordt saai, maar aan lelijke stranden lijken Australiërs niet te doen. Als we terug zijn op ons droomplekje bellen we even met Rotterdam voor de verjaardag van Rie. Dat is nog eens een setting om felicitaties over te brengen.

Hiermee is weer een dag voorbij van ons avontuur, want dat is het inmiddels wel te noemen. De komende dagen gaan we maar eens kijken of er nog haaien te zien zijn, hier in Shark Bay.


  • 30 Januari 2026 - 17:54

    Koos Vogel:

    Wederom een verslag waardoor je denkt deel uit te maken van de reis, superrrr!

Reageer op dit reisverslag

Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley

Simone

Wij zijn Harald en Simone, twee reislustige Dutchies. Van stedentrips en vakanties in Europa, tot verre reizen met onze backpacks, we zien graag zoveel mogelijk van de wereld. We nemen jullie graag mee op reis.

Actief sinds 25 Mei 2013
Verslag gelezen: 43
Totaal aantal bezoekers 50389

Voorgaande reizen:

14 December 2025 - 18 April 2026

4 maanden in Australië

31 Mei 2024 - 23 Juni 2024

Azie met een speciale reden!

14 Mei 2023 - 26 Mei 2023

Tweede kans IJsland

13 Oktober 2019 - 27 Oktober 2019

IJsland, land van vuur en ijs

22 Januari 2019 - 08 Maart 2019

Backpacken door Argentinië, Bolivia en Peru

17 November 2018 - 24 November 2018

Ierland

11 September 2016 - 29 September 2016

Dominicaanse Republiek

23 Juni 2014 - 19 Juli 2014

Vietnam

30 Mei 2013 - 14 Juni 2013

Marrakech - werken en bijtanken

23 Mei 2013 - 27 Mei 2013

Londen UEFA

Landen bezocht: