Lucky Days op Lucky Bay: de witste stranden van Oz
Door: Simone
Blijf op de hoogte en volg Simone
24 Januari 2026 | Australië, Esperance
11 januari
Er zijn in Australië verschillende ongeschreven regels: je gaat vroeg naar bed (op de meeste campings is het tussen 9 en 10 uur ’s avonds doodstil), staat vroeg op (want dan is het nog lekker koel), restaurants gaan bijtijds dicht (vaak voor 9 uur) en café’s vaak al begin van de middag EN op zondag is er zo min mogelijk open. Heel anders dan Nederland, waar in het gemiddelde dorp de supermarkt elke zondag open is. Hier is het even zoeken, maar gelukkig is er een supermarkt een beetje bijtijds open. We rijden vandaag verder en willen zoveel mogelijk van de dag (en vooral het daglicht) gebruiken om te reizen. Hoe later het wordt, hoe meer kangoeroes en andere beesten en dus ook hoe hoger het risico op aanrijdingen. En dat willen we niet meer.
We gaan verder oostwaarts, maar hebben daarvoor een route uitgestippeld die ons eerst wat meer naar het noorden brengt, naar de Stirling Ranges. Een bergachtig natuurgebied met groene heuvels zover het oog rijkt. We hebben ons laten vertellen dat het hier prachtig is. Bluff Knoll is hier de bekendste bezienswaardigheid, het is de hoogste berg hier. Om hem te beklimmen moet je een hele dag uittrekken, supervroeg vertrekken en koude en warme kleding meenemen, want het weer op de bergen kan ineens omslaan. Nu kan ik hier een heel stoer verhaal gaan ophangen over hoe wij deze berg hebben getrotseerd, maar nee, we zijn niet verder gekomen dan het viewpoint bij de parkeerplaats.
MAAR dat heeft een goede reden: wij rijden de Stirling Range Drive. 42 kilometer dwars door het park over voornamelijk onverharde wegen. Nog voor we goed en wel de bordjes die waarschuwen voor kangoeroes en emu’s voorbij zijn, zien we al emu’s langs de weg lopen. Dus dat belooft wat!
De route is werkelijk prachtig, met die typische rode Australische stofwegen die je kent van televisie, films en foto’s. We rijden de ene na de andere heuvel over en steeds als we de bocht om rijden vergapen we ons aan een nieuw mooi uitzicht. Ook hier komt de drone uit de tas, want dit is DE perfecte plek om wat vette video’s te maken van onze 4WD die over deze stofwegen rijdt. Op @freebirdiestravel op Instagram kun je het resultaat zien.
Bij een van de uitkijkpunten kun je een wandeling doen, helemaal omhoog de berg op. Het is goed dat we toch stevige stappers hebben aangedaan, want we moeten flink wat klimmen en klauteren tussen dichte struiken. Gelukkig komen we geen gekke spinnen of slangen tegen. Of ze laten zich niet zien… En het uitzicht is de klimtocht meer dan waard. Het is oorverdovend stil terwijl we een rondje draaien en de bergen aan alle kanten om ons heen zien. Echt een dikke aanrader.
Aan het einde van de route kom je bij een normaal stuk weg, waar ineens een zoutmeer naast blijkt te liggen. Nu hebben ze er daar hier wel een aantal van, maar het is toch mooi om te zien. Er is geen officieel bordje en een officieel pad naartoe, maar er staan genoeg bandensporen dat we er vertrouwen in hebben. Op de parkeerplaats vind ik nog een duur sporthorloge. Dat neem ik maar mee, om te kijken of ik het bij de rechtmatige eigenaar kan terugkrijgen.
Dan rijden we langs een hek en zie ik een schaap staan. Hij lijkt er een beetje ongelukkig bij te staan, dus ik zet de auto stil en laat Har een blik werpen. Ik vertrouw het toch niet en ga op zoek naar het pad om dichter bij het schaap te komen. Dat is er wel, maar ook dit is geen officiële weg en opnieuw zijn we dankbaar voor onze stevige 4WD. Het schaap blijkt inderdaad vast te zitten, met zijn kop door het hek. Van medeschapen in de buurt is niks te zien en er zit ook geen boer in de buurt, zoals bij de kalfjes, dus besluiten we zelf een reddingsmissie te starten. Waar het schaap eerst nog wat paniekerig is als we aankomen, weten we het er al snel van te overtuigen dat we komen om te helpen en het beestje ontspant. Maar een schaap dat in de hitte staat en op een haast onmogelijke manier de kop klem heeft gekregen in een hek, blijkt een uitdaging. Op een gegeven moment ren ik naar de auto in de hoop dan maar een schaar of iets dergelijks te zoeken, vermoedend dat als ik terugkom, het beestje is gestikt. Maar dan geschiedt een klein wonder: Harald trekt met brute kracht het hekwerk uit elkaar en overtuigt het schaap ervan naar achteren te bewegen en ineens is het beestje los. Het rent keihard weg, zonder om te kijken. Hopelijk op zoek naar water.
We zetten onze tocht voort, want we hebben nog een flink stuk rijden voor de boeg. We zetten ons kamp op bij een farmstay zo’n 20 minuten rijden van Bremer Bay. Want morgen staat er een tocht op het water op de planning.
12 januari
Het mag inmiddels duidelijk zijn dat we graag dieren helpen die het nodig hebben, daarnaast bewonderen we ze ook graag. En vandaag staat er een orka-tour op de planning. Precies hier voor de kust zitten groepen orka’s. Ik zeg voor de kust, maar we moeten zeker een uur tot anderhalf uur varen naar de precieze plek waar de oceaanbodem hard daalt. Daar zit veel vis en ander lekkers voor de orka’s, waardoor ze hebben besloten hier rond te blijven hangen. Het is een verjaardagscadeau van mijn ouders aan Harald. Wie ons kent, weet dat we in IJsland twee keer op zo’n zelfde tour zijn geweest en beide keren niks hebben gezien. Ook geen orka’s. Dus we hopen dat het dit keer beter verloopt.
Harald zei eerder al dat de Zuidelijke Oceaan niet voor watjes is. Dat wordt vandaag eens te meer duidelijk. In de informatie die we vooraf kregen werd wel gewaarschuwd dat als je last hebt van zeeziekte, je beter een pilletje kan innemen. Dat was een understatement. Binnen een kwartier gooit driekwart van de mensen op de boot de maaginhoud eruit. Helaas horen wij daar ook bij. De zee is enorm ruig en er staat ook nog eens een waanzinnig harde wind. Dat zijn omstandigheden die pittig zijn. Het schijnt dat er bij deze tochten dan ook best veel mensen zijn die moeten spugen.
Bij mij trekt mijn maag wat bij zodra we in het diepe water zitten en ik naar buiten kan. De zee blijft heftige golven produceren en de wind is heel hard, dat zeggen zelfs de medewerkers van de trip, maar de orka’s lijken daar weinig last van te hebben. We zien ze door de golven heen omhoog komen en jagen op een lekker maaltje. Maar het is niet zo idyllisch als we bij deze organisatie online zagen. Het gros van de trip sta ik samen met 2 - 5 mensen buiten om te proberen de orka’s te spotten. Het is echt pittig, een trip voor doorzetters.
Maar alle motivatie en doorzettingsvermogen ten spijt: voor Harald betekent de ruige zee het einde van deze trip. Hij kan de rest van de tijd die we op het water zijn (in totaal ruim zes uur) niet meer overeind komen en mist alles. En dat terwijl hij nog nooit zeeziek is geweest! Een keer ziet hij ergens in de verte een vin, maar dat mag geen naam hebben. Dus voor de derde keer voelt het als een gefaalde missie. We spreken met mijn ouders af dat we het geld voor dit cadeau aan iets leukers uitgeven.
13 januari
We worden wakker op de boerderij met nog altijd een soort katerig gevoel. We klappen zo snel mogelijk de tent in en pakken onze spullen om te gaan, we zijn er klaar mee. Dat blijkt achteraf enorme mazzel, want een paar minuten nadat alles in de auto zit, gaan de hemelsluizen open. Ik rij het gros van de 3,5 uur die we moeten afleggen door enorme regenbuien.
Rond half 11 beginnen onze magen toch wat te knorren, dus remmen we af bij Jerramungup. Dat is een klein dorpje, zoals er hier zovelen zijn, met wat huizen, een general store (een soort supermarkt) en een benzinepomp-café-winkel. Je denkt dat ik overdrijf, maar het is hier letterlijk vaak een soort allegaartje van faciliteiten. Ik begon dit blog met wetenswaardigheden over Australiërs, maar vergat er een: ze zijn dol op goede koffie en je kunt in elk gehucht een fantastisch bakkie krijgen. Dat doen we dus ook. De eiren en toast en de koffie doen ons enorm goed en de magen (vooral die van Har) komen eindelijk echt bij van de boottrip. Ik koop in het winkelgedeelte twee armbandjes met schelpen, voor elk van ons één. Vast een mooie kleine herinnering aan deze roadtrip.
Na nog een flink stuk rijden komen we aan op onze bestemming: Esperance. We verblijven op het Pink Lake Tourist Park. Dit is namelijk een van een aantal plekken in Australië waar een roze gekleurd meer is. Of eigenlijk moet ik zeggen: waar een roze gekleurd meer wàs. We zijn er langs gereden voor we het stadje inreden en er staat een groot bord bij, met uitleg over de veranderde kleur. De roze meren danken hun kleur aan een speciaal type alg. Het hoge zoutgehalte in combinatie met de zon en warm weer, zorgt voor de productie van bètacaroteen, zoals ook in wortels zit, en geeft de meren hun kleur. Maar hier is iets in de samenstelling veranderd, waardoor het meer nu gewoon wit en blauw is geworden. Ze hopen hier dat het ooit weer terugverandert, maar voor nu is dit even wat het is.
We zijn nog steeds een beetje aan het bijkomen, dus we doen de was, halen wat boodschappen, koken wat simpels en duiken op tijd ons mandje in.
14 januari
We zijn op een missie: goede stoelen vinden. Er zitten campingstoelen bij onze auto, zes stuks maar liefst, maar ze zijn allemaal uitgeleefd en (zo blijkt vandaag) het goedkoopste van het goedkoopste, dus ook echt niet veel soeps. In een kampeerwinkel hebben we mazzel: we scoren twee heerlijk zittende campingstoelen, met fijne leuning en hogere zit. Kan ik eindelijk ook normaal zitten. Het grappige is ook hier weer dat we een gezellig praatje maken met de verkoopster. Dat overkomt ons op veel plekken. De Aussies zitten niet echt om een praatje verlegen en wij ook niet. Zo vertelt deze dame van de tijd dat ze in Moskou was en over haar twee tantes die allebei naar Darwin zijn verhuisd. De een is een alcoholist, de ander een naakt tuinierende hippie. Ik schrijf het hier mede op, omdat ik het een fantastische bron van inspiratie vindt voor een boek. Ooit.
Goed, terug naar waar het hier om draait: de reis. We stoppen eerst in het centrum van Esperance bij het Museum Park, waar allemaal oude gebouwen zijn neergezet (denk aan een huisartsenpraktijk of een wachterhuisje) die nu allemaal een nieuwe functie hebben. Vaak winkeltjes, maar er zit ook een café en een Visitor Centre. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat er veel dicht is en het niet zo heel spannend is, dus na een pie te hebben gehaald voor de lunch gaan we over naar de belangrijkste bezienswaardigheid van de dag: de Great Ocean Drive. Een lus van zo’n 40 kilometer die ons langs allerlei mooie uitzichten brengt. Denk: heel veel stranden, uitkijkpunten en hier en daar een pier. Het is heerlijk uitwaaien, want het is opgeklaard en het regent niet. De Australiërs vinden het nog wel wat frisjes misschien voor de tijd van het jaar, maar het is meer dan 20 graden, dus wij lopen heerlijk in onze shorts en t-shirts. We stappen tig keer uit, maken foto’s en ook hier gaat de drone weer even de lucht in. Als de zon begint te zakken, vinden we weer onze weg terug naar de camping.
15 januari
Cape le Grand is een bijzonder natuurpark in de buurt van Esperance, op iets minder dan een uur rijden. Hier heb je sommige van de witste stranden van Australië (er is zelfs onderzoek naar gedaan, kijk maar: https://www.australiangeographic.com.au/travel/travel-destinations/2017/12/the-australian-beaches-with-the-whitest-sand/). Dat komt door de grote hoeveelheid kwarts die vermengd is met het zand.
Lucky Bay is misschien wel het bekendste strand hier. Dat komt ook doordat het in 2023 is verkozen tot het mooiste strand ter wereld. Het staat al jaren in allerlei lijstjes van topbestemmingen, maar dat maakt ook dat het er enorm druk is. Je mag hier met auto’s het strand op en dat doen veel mensen dan ook. Reden voor ons om Lucky Bay nog even te skippen en de naastgelegen gravelroad naar Rossiter Bay af te leggen. Lang leve de 4WD! Zonder al te veel moeite komen we aan op Rossiter Bay en we hebben hier het hele strand voor onszelf. Alleen een naar eten zoekende zeemeeuw vergezeld ons. We zitten een uurtje genietend aan het water en eten daarna ook nog onze lunch op dit afgelegen plekje.
Daarna gaan we naar Hellfire Bay. Klinkt ongezellig, maar is in realiteit een prachtig hagelwit strand, met kraakhelder en megablauw water. Echt, de superlatieven schieten tekort om te beschrijven hoe mooi het hier is. Op de rotsen zijn mensen aan het vissen en wij besluiten er vanaf te springen. Dat kan hier heel goed, het is niet te diep, maar ook zeker niet te ondiep en er zijn in de verste verte geen haaien of puntige rotsen te bekken. We snorkelen en zwemmen tot onze handen en voeten gerimpeld zijn en daarna besluiten we op te drogen op de rotsen, net wat meer uit de wind, waardoor we niet gezandstraald worden. Tegen het einde van de middag pakt iedereen zijn spullen in en hebben we ineens het hele strand voor onszelf. We gooien nog snel even de drone de lucht in voor wat foto’s en video’s. We zijn er een beetje conservatief mee op dit soort plekken, om anderen er ook niet te veel mee lastig te vallen. Even later glijdt er ineens een gigantische stingray door het water. Blijft magisch om te zien.
Na het posten van een video op Instagram van opnieuw een leeg strand EN de stingray vraagt een collega me of wij soms belandt zijn in een zombie-apocalyps, omdat we op zoveel plekken alleen zijn. Het antwoord is: nee. Het lijkt erop dat we enorm veel mazzel hebben, maar soms doen we de dingen ook net even anders dan anders. Gaan de meeste mensen eten om zes uur ’s avonds, dan blijven wij nog even zitten en hebben het strand voor onszelf. Maar ik moet bekennen dat we er zelf soms ook verbaasd over zijn dat we op veel bekende plekken, toch weinig tot geen mensen zien.
16 Januari
We gaan opnieuw naar Cape le Grand, maar starten dit keer met een workout: het beklimmen van Frenchman Peak. Op veel plekken waar je gaat hiken liggen paden, hier is het pad vrij kort. Het gros van de wandeling bestaat uit het beklimmen van de berg, heel steil omhoog zonder pad. Het is een forse klim van 260 meter. We nemen zo af en toe even een break om het uitzicht te bewonderen, want we kijken over het hele park heen en zien in de verte zelfs de prachtige witte stranden en helderblauwe zee.
Eenmaal boven blijkt dat de klim het meer dan waard is: er is een waanzinnig uitzicht en een grote grot waarvan uit je over het park kan kijken. Het is echt een unieke ervaring.
Bij de afdaling ben ik maar wat blij dat ik geen hoogtevrees heb EN wandelschoenen met goede grip. Als berggeitjes zoeken we onze weg omlaag, voorzichtig, niet te snel. Ook hier is er geen echt pad, maar wel een aantal bordjes die wijzen dat je de goede kant op gaat.
Hierna is het toch echt tijd om naar Lucky Bay te gaan. Zo’n beroemd strand, daar wil je gewoon zwemmen, heb ik besloten. Er staat zelfs een koffiekarretje, waar we een heerlijk bakkie scoren. Maar nog voor de koffie op is, slaat het weer om. We zijn een flink stuk het strand op gelopen omdat het daar wat rustiger was. We zijn zo’n beetje de enigen zonder auto en dat maakt ons kwetsbaarder. Er komt onweer over, de wind steekt op en dikke regendruppels vallen op ons hoofd. Na het nog heel eventjes aan te kijken, besluiten we dat dit het niet waard is en sprinten naar onze auto toe. Ik overtuig Harald er van nog heel even te wachten. Nat zouden we toch al wel worden tijdens het zwemmen, dat onweer is alleen wat minder.
Zo vlug als het opstak, is het onweer ook weer weg en de zon breekt door. Ook hier hebben we mazzel: de meest mensen hebben het voor gezien gehouden in de 20 minuten dat het weer was omgeslagen, dus ook hier hebben we weinig mensen om ons heen. Maar nog voor we het water in gaan, worden we getrakteerd op een verrassing: kangoeroes op het strand. Google ‘Lucky Bay’ en je zal hier foto’s van zien, maar ze daadwerkelijk spotten is niet zo simpel als de brochures doen overkomen. Er wordt gezegd dat je ze alleen ’s ochtends vroeg of ’s avonds zal zien hier, maar we hebben geluk. Een moeder en haar baby joey hupsen chill over het strand. We maken een paar foto’s en laten ze dan lekker met rust.
We vermaken ons opnieuw met door de golven duiken in het helderste water dat ik ooit heb gezien. Ik ben er een beetje bang voor dat we na deze reis door Australië voor altijd verpest zijn… Het zand is zo zacht en fijn dat het ‘squeekt’ onder je voeten als je snel loopt en het water is zo helder dat je ook zonder duikbril alles kunt zien in een flinke straal om je heen. Het is echt jaloersmakend mooi. Alleen zonde van al die auto’s.
Voor deze avond laten we de tent even voor wat hij is. Het is druk in deze regio, dus we konden met moeite een kampeerplek boeken voor 3 nachten. De vierde nacht was er alleen nog maar een huisje beschikbaar op dezelfde camping. Harald zet de auto voor de deur en ruimt hem op, kunnen we alles weer makkelijk vinden. Ik veeg een flinke berg zand naar buiten. Onze wagen is klaar voor nieuwe avonturen en wij ook, na weer een nacht op een gewoon matras te hebben geslapen (ligt stiekem nog net wat lekkerder dan in ons tentje).
17 januari
We hebben een flinke reisdag voor de boeg: 4,5 uur rijden. We gaan terug richting de westkust. We halen wat boodschappen, zetten een lekkere playlist aan en vermaken ons prima tijdens het rijden. We hebben geen mooie stops onderweg, al had dat wel gekund want we rijden door de Wheatbelt Way. Een gebied waar heel veel boerenbedrijven zitten en heel veel graan wordt geproduceerd. We genieten van de uitzichten, maar besluiten wel door te rijden, want we willen graag door naar de volgende bestemming. Onderweg komen we wel veelroad trainstegen. Dat zijn grote trucks, met 1 tot 4 aanhangers erachter. Gemiddeld zien we ze met drie bakken achter de wagen. Ze kunnen maximaal 42 meter lang zijn en ze manoeuvreren niet zo makkelijk. Soms moeten we dus even moeite doen om ze in te halen, of ze wat extra ruimte geven, want ze zijn niet zo wendbaar.
Ook zien we voor het eerst hele duidelijke tekenen van een bosbrand terwijl we door een natuurgebied rijden. Eerst denken we nog in de verte een regenwolk te zien, maar naar mate we dichterbij komen, zien we dat het anders zit. We ruiken een brandlucht en zien ook wat rook voor ons. De brand is nog ver weg genoeg dat we geen risico lopen, maar het is toch bizar om te zien. Het is voor ons ook een reminder om een paar apps te downloaden die ons waarschuwen voor dit soort rampen.
We verblijven ’s avonds in Hyden, een heel klein plaatsje in de outback. Er is hier weinig water, veel zand, het is stoffig dor en droog. En er is een belangrijke bezienswaardigheid: Katter Kich, ook wel wave rock genoemd door niet-aboriginals. Een steen middenin de outback die de vorm van een golf heeft, doordat hij is uitgesleten. We hebben hier morgenochtend een rondleiding, maar zijn zo benieuwd naar deze beroemde formatie, dat we er toch al even een kijkje nemen. Onze camping ligt er 5 minuten lopen vandaan.
Vlak voor we naar bed gaan, steekt de wind op. We ruiken de brandlucht van de bosbrand weer en ineens staat er rook op de hele camping. We checken onze apps, maar zijn ervan overtuigd dat we geen risico lopen. De bosbrand is ver weg, de wind is gewoon zo sterk dat hij de rook en de lucht ver meevoert. We hopen maar dat de mensen en dieren in de buurt van de brand ook ok zijn…
-
25 Januari 2026 - 15:12
Koos Vogel:
Leuk verhaal, prachtige stranden ik heb op de sites gekeken, top avontuur!.
-
30 Januari 2026 - 17:55
Gerda:
Oh wat jammer van het ruige weer tijdens jullie orka tocht. De foto’s zijn weer hartstikke mooi en de drone beelden een traktatie!
Reageer op dit reisverslag
Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley