Kangoeroe-eiland zonder roo’s, dan maar naar Uluṟu

Door: Simone

Blijf op de hoogte en volg Simone

20 Maart 2026 | Australië, Yulara

1 maart

Er is oorlog in het Midden-Oosten omdat Trump en Netanyahu het nodig vonden om Iran te bombarderen. Als gevolg slaat Iran terug met aanvallen op veel omliggende landen, waaronder ook de Verenigde Arabische Emiraten. Bart en Katrina blijken vlak bij een legerbasis te wonen, die ook zorgt voor afweergeschut. Katrina zit veilig in het buitenland, maar Bart moet samen met kat Lumpia tijdelijk zijn huis uit omdat het te gevaarlijk is. Het voelt heel onwerkelijk om met hem te bellen terwijl hij ondertussen enorm harde knallen om zich heen hoort. We bellen niet alleen ’s avonds met hem, maar ook ’s ochtends vroeg weer direct. Heel fijn om updates te krijgen, maar het blijft angstig.

Door alles wat er aan de hand is, heb ik eigenlijk helemaal geen zin om iets te doen. Maar als Bart eindelijk een tukje kan doen, geeft Harald me toch een por en gaan we de deur uit. We starten bij de Adelaide Arcade, een heel oud winkelcentrum, waar we uitgebreid brunchen. We wandelen wat door het centrum en komen dan nog droog over naar het South Australian Museum. Dit museum omschrijft zich het best als een soort Naturalis, maar dan in Adelaide. Er zijn opgezette dieren, Aboriginalkunst, stenen en meer informatie over het ontstaan van Australië. Een perfecte afleiding voor een paar uur.

De ‘once in a decade’-regen blijft uit. Er valt wel wat, we doen ook onze regenjassen voor het eerst deze reis aan, maar om nu te zeggen dat het buien van ongekend formaat zijn? Nee.

Omdat het zo’n gekke dag is, houden we het ook weer vroeg voor gezien. We bestellen sushi en eten dat op bed, terwijl we series kijken.

2 maart

Kwart voor 6: rise and shine! We moeten vroeg op om de bus te pakken en dat is nog een klein stukje lopen. Ruim op tijd komen we aan en zodra we in de bus zitten, sluit ik mijn ogen weer, om pas twee uur later weer wakker te worden bij Cape Jervis, waar de ferry naar Kangaroo Island vertrekt.

Kangaroo Island (Karta Pintingga voor de natives) is het op twee na grootste eiland van Australië. Het staat bekend om de ongekend mooie natuur en de grote hoeveelheid wildlife. Onder andere koala’s, zeeleeuwen, kaketoes en speciale soorten kangoeroes. Dat is ons dus op het lijf geschreven. Kangaroo Island ligt maar 13 kilometer uit de kust, dus met de ferry doe je er zo’n drie kwartier over, voordat je uitstapt in Penneshaw, op het eiland.

We stappen opnieuw in een tijdelijke huurauto en rijden naar de Pelican Lagoon. Die plek doet zijn naam meteen eer aan: het zit tjokvol met pelikanen, die zich tegoed doen aan al het lekkers dat hier in zee rondzwemt. Er zwemmen ook zwarte zwanen rond. Die hebben we al op meer plekken gezien in Australië, maar hier zijn het er wel heel veel.

Al snel bevinden we ons op een gravelweg. Klinkt oncomfortabel en avontuurlijk, maar op Kangaroo Island zijn maar weinig verharde wegen. Je hebt een paar hoofdwegen die naar de belangrijkste punten gaan, maar zodra je meer wilt zien of afslaat naar een bedrijf, rij je al snel op een gravelweg. Op deze weg (ik weet werkelijk niet hoe hij heet) wil het toeval dat we ineens een harde krijs horen. Die hebben we eerder gehoord, dus we kijken eens goed uit het raam. En dan zien we een wedge-tailed Eagle, een wigstaartarend. De grootste vogel van Australië. Ze kunnen tot 2.8 meter spanwijdte hebben, dus je ziet ze goed vanaf de grond. We stoppen om deze machtig mooie vogels te bewonderen en maken ook wat foto’s.

Dan is het tijd voor een van de stops waar ik al naar uitkeek voordat we vertrokken: Emu Ridge. Hier wordt al tientallen jaren eucalyptusolie gemaakt op het eiland. En ook tea tree en ga zo maar door. Ik kwam hier de vorige keer dat ik in Australië was en de tea tree-olie van hier, heeft ervoor gezorgd dat het eczeem op mijn hoofdhuid is verdwenen. Ik was al even toe aan een refill, maar heb gewacht tot we hier waren.

Wat zo leuk is aan dit bedrijf, is dat het een echt familiebedrijf is. Met mensen die enorm van de natuur houden. Zo worden hier al sinds jaar en dag gewonde dieren opgevangen. De vorige keer was er een kleine joey (een babykangoeroe) die werd opgelapt en nu hupst er een kleine kangoeroe door de winkel heen. Een rescue die de boerderij van Emu Ridge inmiddels ziet als haar thuis.

Ook op de weg naar Emu Ridge (opnieuw onverhard) zien we adelaars overvliegen. Ze lijken wel aan alle kanten om ons heen te zitten, niet normaal! We zien er zo verschrikkelijk veel, dat we op een gegeven moment stoppen met tellen.

Seal Bay verraadt de hoofdattractie onmiddellijk, dus ik zal er niet omheen draaien: een gigantische kolonie zeldzame zeeleeuwen noemt deze baai zijn thuis. De Australian sea lion is een van de zeldzaamste zeeleeuwen ter wereld. Dat komt met name doordat mensen ze in de 19e eeuw massaal afmaakten vanwege hun huid. Ze hebben een vrij dunne vacht, die ook niet waterdicht is, zoals wel het geval is bij de zeehonden.

Op Kangaroo Island is een grote kolonie van de zeeleeuwen te vinden en met een gids mag je er heel dichtbij komen. Een kleine wandeling brengt ons naar het strand. We zien tientallen zeeleeuwen zwemmen, spelen, vechten. We zien mannetjes en vrouwtjes van alle leeftijden en ook kleintjes die bij hun moeder drinken. We mogen tot tien meter in de buurt van de dieren komen, om ervoor te zorgen dat we hun gedrag niet te veel verstoren.

Op de weg terug vanaf Seal Bay worden we nog getrakteerd op koala’s. Er zitten er twee vlak bij elkaar, niet al te hoog in de boom. Een van hen lijkt wel een soort yogaposes aan te nemen, terwijl hij het zichzelf gemakkelijk maakt om een dutje te doen. We hebben inmiddels wel wat koala’s gezien, maar het is nog niet makkelijk ze te spotten. Gelukkig is een van de tourgidsen die dit eiland rijk is een geoefende spotter en weet zelfs tijdens het rijden de koala’s van de bush te onderscheiden. En een hele tourgroep die langs de weg staat -weten we inmiddels- betekent maar één ding: schattige beestjes.

3 maart

Helemaal op het zuidwesten van Kangaroo Island ligt Flinders Chase National Park. Het is nog anderhalf uur rijden van ons verblijf in het oosten (Kingscote). Ongeveer halverwege zien we ineens iets bewegen op de weg en ik rij er voorzichtig omheen en stop. Het blijkt een aangereden possum te zijn. We bellen het noodnummer en krijgen te horen dat er snel een ranger of dierenarts onze kant op wordt gestuurd. Maar zo’n beetje zodra ik ophang, blaast de Possum zijn laatste adem uit. We verplaatsen hem voorzichtig naar de kant van de weg en bellen dat de geplande hulp al geen zin meer heeft. We hebben het natuurlijk al een aantal keer over roadkill gehad en het is hier echt onderdeel van het leven. De meeste snelwegen bestaan uit twee banen, vaak onverlicht en het stikt van de dieren. Maar het blijft verdrietig om een beestje te zien overlijden.

Gelukkig is er ook nog veel moois te zien hier. Dat start met een spectaculair mooie weg. Kringelend loopt hij tussen het landschap door. Extra bijzonder dat wij hem zo groen zien, want een paar jaar geleden zijn er hele heftige bosbranden geweest op Kangaroo Island en een heel groot deel van het bos hier ook afgebrand. Maar de natuur is veerkrachtig: inmiddels zijn we zes jaar verder en staat het er hier weer prachtig bij. Wij genieten ervan en maken een paar leuke foto’s met de weg op de achtergrond (uiteraard wel uitkijkend voor het verkeer om ons heen).

De Remarkable Rocks (in het Nederlands Opmerkelijke Rotsen) vallen in het landschap op als een zwerende vinger. Bovenop een plateau boven een hoge klif, liggen grote, vaak ronde rotsblokken. Ze zijn zachtgrijs van kleur, met hinten van oranje erop. Dat zijn de Remarkable Rocks. 500 miljoen jaar oude stukken graniet, die hier langzaam liggen te vergaan. De wind, regen en spray van de oceaan werken allemaal samen om de stukken steen langzaam af te breken en die stenen bieden daar dapper weerstand tegen. Voor ons is het vooral een prachtig landschap om te zien en tussendoor te lopen.

Tijdens mijn vorige reis door Australië ging ik ook al een paar dagen naar Kangaroo Island en dit was toen een van mijn hoogtepunten. Ik heb hier een aantal grappige foto’s gemaakt, waarvan we er ook hier weer een paar namaken. Maar we nemen ook de tijd om gewoon even te zitten genieten van de golven die tegen de kliffen aan beuken en de wind die om de Remarkable Rocks heen danst.

Rijden door het National Park is een feestje en we worden verwend met het ene na het andere mooie uitzicht. Ons laatste hoogtepunt in het park hier is de Admirals Arch, een hele bijzondere rotsformatie, veel grilliger gevormd. En bonus: hier ligt het helemaal vol met zeehonden. Weer net een andere soort dan we gisteren zagen.

Hierna rijden we zo’n beetje zo ver als je maar kunt rijden op Kangaroo Island: ruim twee uur moeten we onderweg, want we gaan terug naar Penneshaw voor een avondwandeling. En hoewel de naam anders doet vermoeden, is het ons nog niet gelukt om veel kangoeroes te spotten. De teller staat slechts op 2, waarvan eentje de rescue was bij Emu Ridge. Terwijl er hier toch echt zo’n 65.000 rond zouden moeten lopen. Daarvan hopen we er toch nog een paar te zien. Terwijl we onze verbazing uitspreken, zien we niet lang daarna een groepje kangoeroes langs de weg. En daarna nog een paar en daarna nog meer en nog meer! Afijn, je snapt: we zijn opnieuw snel gestopt met tellen.

De fairy penguïn (of dwergpinguïn) is de kleinste pinguïnsoort ter wereld. Voor wie nu denkt: hmmmm, volgens mij heb ik Sim en Har hier al eerder over gehoord? Klopt. Op Tasmanië kun je deze superschattige pinguïns ook spotten. Maar wij waren toen eigenwijs en wilden geen tour doen, dus zaten we in het pikkedonker te verkleumen en zagen we niets. Dus hebben we voor vanavond een tour geboekt. Onze gids neemt ons mee op een korte wandeling langs de haven van Penneshaw. Je verwacht het niet, maar juist op dit superdruk bevaren stuk, nestelen ook de pinguïns. We lopen met zaklampen die rood licht afgeven, gedacht wordt dat de pinguïns daar minder last van hebben. Maar we krijgen wel het verzoek niet massaal onze zaklampen op de pinguïns te richten, dat vinden ze dan weer niet grappig.

Al snel wordt duidelijk dat wij met onze eerdere poging helemaal mis zaten toen we de pinguïns gingen zoeken. Want wat een herrie maken deze kleine beestjes! Ze krijsen er lustig op los. En steken regelmatig hun kopjes uit hun holletjes. We zien meerdere pinguïns lopen en kunnen uitgebreid van ze genieten. Het gaat zeker niet overal goed met deze pinguïnsoort, maar hier doen ze het nog best goed en nemen de aantallen zelfs toe. Het voelt altijd goed om ze in hun natuurlijke habitat te kunnen zien. En als bonus pakken we ook nog even de maansverduistering mee. Die is juist in Australië extra goed te zien, gelukje voor ons.

Er zit wel een heel groot nadeel aan ’s avonds een pinguïntour doen: de rit naar huis is in het pikkedonker en dat betekent veel dieren op de weg. We rijden superlangzaam en dat is maar goed ook. Harald moet afremmen voor een gigantische kangoeroe (zeker 2 meter) die totaal onverstoorbaar over de weg hupst en na even opzij kijken heeft besloten dat hij het ons wel gunt om door te rijden, dus maar even plaats voor ons maakt. We moeten ook afremmen voor verschillende possums en net als we -na een uur ingespannen rijden- opgelucht ademhalen omdat we het dorp inrijden, waar ook lantaarns staan, moet Har nog in de ankers voor een groep wallaby’s. Geen ontspannen ritje…

4 maart

Zo vol als de dag gisteren zat, zo leeg is de agenda vandaag. We zetten onze spullen in de auto en rijden naar Emu Bay. Er lopen hier geen emu’s rond, maar het is wel een prachtig, uitgestrekt strand met wit zand en kraakhelder water. Haralds theorie dat er in Australië geen lelijke stranden zijn, staat nog fier overeind.

We rijden verder richting Stokes Bay, over een grotendeels onverharde weg. Het is prachtig en ongerept. Stokes Bay is in 2023 verkozen tot mooiste strand van Australië. Meerdere locals hebben ons aangeraden er naartoe te gaan, met een dringende tip: LOOP VOORBIJ DE ROTSEN! Online stond deze tip ook overal, dus een beetje verwachtingsvol lopen we het strand op, waar eigenlijk vrij weinig te zien is. Een prima strand, met links en rechts wat rotsen. Maar als we nog wat beter kijken, zien we een bordje ‘Beach’. We lopen erheen en worden inderdaad richting de rotsen gestuurd, over een pad dat steeds smaller wordt. We klimmen over een paar rotsen heen, bukken en dan ineens is er een prachtig strand te zien. We lopen snel terug naar de auto en halen onze zwemspullen, want we hebben razendsnel besloten: dit wordt een stranddag!

Dus we brengen een paar uur door met lunchen op het strand, zwemmen en weer opdrogen. Dat was al een hele tijd geleden, de laatste keer dat we echt lekker konden zwemmen, was op Rottnest Island, aan de westkust. Het water is best lekker warm in de Great Australian Bight (de Grote Australische Bocht). Pas nu we weer zo’n chilldag hebben, voelen we hoe erg we eraan toe waren.

Na Stokes Bay zit ons avontuur erop. We rijden opnieuw naar Penneshaw, waar we erachter komen dat er nergens eten te krijgen is dat ook klaar kan zijn voor we de ferry op moeten. Dus bestaat ons avondeten uit ‘Ferry Chique’: een tosti, twee pies en een gebakje. Het is niet veel, het is niet erg voedzaam, maar het is genoeg voor een goede bodem om de busrit terug naar Adelaide vol te houden twee uur lang. De weg is kronkelig en de buschauffeur rijdt net zo voorzichtig als wijzelf. Hij gaat zelfs een keer dik in de ankers voor een kangoeroe.

5 maart

We zijn weer terug in Adelaide en we slapen heeeeeerlijk lang uit. Ook daar waren we aan toe. Hoewel we hier al eerder een dag doorbrachten en we er op zich niets op aan te merken hebben, weet Adelaide ons niet zo te grijpen als bijvoorbeeld Melbourne. Dus hebben we besloten dat vandaag een regeldag wordt: we gaan naar het postkantoor om souvenirs naar huis te sturen, Harald laat zijn haar knippen en ik koop nieuwe sneakers. De Australische weersomstandigheden en het feit dat we regelmatig 15.000 stappen lopen op een dag, hebben mijn andere sneakers razendsnel doen slijten.

We regelen ook nog even dat onze stemmen voor de gemeenteraadsverkiezingen niet verloren gaan en scannen wat documenten in. Best een gedoe in het buitenland. Emma gaat straks onze stemmen uitbrengen, superlief!

6 maart

Up up and away! We gaan weer een flink stuk afstand afleggen: 1500 kilometer om precies te zijn. Dat kun je rijden, in zo’n 17 uur, maar dat vonden we niet de moeite, dus pakken we het vliegtuig naar Alice Springs. We krijgen zelfs een upgrade en mogen in een exitrij zitten.

Alice Springs ligt in de Outback in het Northern Territory. Aan het begin van onze reis waren we ook al in deze staat, maar toen in het absolute noorden bij Darwin en Kakadu. Nu gaan we naar wat ook wel het ‘Red Centre’ wordt genoemd. Maar daarvan is bij aankomst nog niets te merken, het lijkt eerder het ‘Green Centre’. Het heeft hier de afgelopen tijd flink geregend en dat is te zien. In mijn herinnering was alles hier dor en droog, maar ik was hier in een ander jaargetijde.

We maken een klein rondje door Alice Springs en ik krijg daar weer precies hetzelfde gevoel bij als 16 jaar geleden: het voelt niet fijn. Er wordt veel geschreeuwd op straat, er hangen veel mensen rond en de sfeer is gewoon best shit. Er wordt ook overal gewaarschuwd dat je je auto en je hotelkamer goed op slot moet doen en de sleutel altijd bij je moet dragen, want de criminaliteit is hier fors. Alice Springs heeft ook jarenlang in de top gestaan van gevaarlijkste steden ter wereld. Er zijn allerlei maatregelen genomen, zo wordt er op bepaalde dagen geen alcohol verkocht, en het gaat iets beter. Maar dit is voor ons een plek om 1 nacht te verblijven en dan: snel wegwezen!

7 maart

Dat is dan ook precies wat we doen. We halen onze auto op: opnieuw een 4WD met daktent en tot onze grote verrassing krijgen we een upgrade! Een nieuwer model dan we in WA hadden, met ook een net iets nieuwere daktent en onderdelen die minder gaar zijn. Maar het is wel dezelfde soort auto, dus het voelt gelijk enorm vertrouwd en al snel crossen we over de snelweg die ons verder de outback in brengt.

Omdat het hier nogal afgelegen is, wordt aangeraden om je auto af te tanken wanneer je kunt. Dus na zo’n kleine twee uur rijden remmen we af bij een roadhouse. Ik zie vliegennetten hangen en omdat we al gemerkt hadden dat er best wat vliegen zaten in Alice Springs, nemen we ze mee, hopend dat we ze niet nodig gaan hebben. Maar als we even later stoppen voor een foto weten we al dat die vliegennetten geen overbodige luxe gaan zijn: we worden belaagd door de vliegen. Dat komt ook weer door het natte weer: niet alleen zijn de planten omhoog gekomen, maar de vliegen gaan er ook heel lekker op. Deze bushflies komen af op het vocht op ons lijf en richten zich daarbij niet alleen op het zweet, maar ook op de neus, ogen en mond. Heel irritant. Bovendien zijn bushflies nogal volhardend, dus alleen even met je hoofd schudden is niet genoeg om ze echt weg te krijgen. Met deze netten houden we ze in elk geval weg uit onze holtes…

Na zo’n 450 kilometer en vijf uur rijden komen we aan in Yulara. Een dorp midden in de outback. En eigenlijk is de term ‘dorp’ nog best veel eer: het bestaat hier vooral uit hotels, campings en andere verblijven. Al is er ook een heel klein centrum met een paar winkels en restaurants. Het concentreert zich allemaal om het National Park hier, waar misschien wel de bekendste steen van Australië te zien is: Uluṟu.

Uluṟu is een rode monoliet. Hij is 348 meter hoog. Groter dan de Sydney Harbour Bridge, de Piramide van Gizeh en de Eiffeltoren. Een heel erg grote steen dus, die veel bekijks trekt. Voor de Aboriginals is Uluṟu een heilige plek. Er is rotskunst, plekken om te verblijven, plekken om ceremonies te houden en ga zo maar door. Voor veel toeristen is het een mooie, bijzondere steen. Die ook nog eens van kleur verandert bij zonsopkomst en zonsondergang. Dat laatste gaan wij vandaag zien. We rijden naar een uitkijkpunt en kiezen een plekje uit. Wanneer de zon ondergaat, licht Uluṟu feloranje op. Ik zag het al eens eerder, maar dat maakt het nu niet minder bijzonder. Extra leuk is Haralds reactie, die kijkt zijn ogen uit.

De komende dagen gaan we ons onderdompelen in de rode omgeving en de cultuur hier. En die zonsopkomst komt er ook nog aan, daar gaat Harald jullie alles over vertellen.

Reageer op dit reisverslag

Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley

Simone

Wij zijn Harald en Simone, twee reislustige Dutchies. Van stedentrips en vakanties in Europa, tot verre reizen met onze backpacks, we zien graag zoveel mogelijk van de wereld. We nemen jullie graag mee op reis.

Actief sinds 25 Mei 2013
Verslag gelezen: 141
Totaal aantal bezoekers 54714

Voorgaande reizen:

14 December 2025 - 18 April 2026

4 maanden in Australië

31 Mei 2024 - 23 Juni 2024

Azie met een speciale reden!

14 Mei 2023 - 26 Mei 2023

Tweede kans IJsland

13 Oktober 2019 - 27 Oktober 2019

IJsland, land van vuur en ijs

22 Januari 2019 - 08 Maart 2019

Backpacken door Argentinië, Bolivia en Peru

17 November 2018 - 24 November 2018

Ierland

11 September 2016 - 29 September 2016

Dominicaanse Republiek

23 Juni 2014 - 19 Juli 2014

Vietnam

30 Mei 2013 - 14 Juni 2013

Marrakech - werken en bijtanken

23 Mei 2013 - 27 Mei 2013

Londen UEFA

Landen bezocht: