Geen platypus, wel kaasjes en opnieuw autopech
Door: Simone
Blijf op de hoogte en volg Simone
04 Maart 2026 | Australië, Melbourne
Blog Sim 15 februari - 21 februari
15 februari
We hebben al flink wat watervallen gezien op verschillende plekken van de wereld en toch is het altijd weer verrassend wat je gaat aantreffen. Russell Falls is de meest gefotografeerde waterval van Tasmanië. Wellicht omdat hij vrij spectaculair is (met drie verschillende niveaus) maar het zal ook geen kwaad kunnen dat Mount Field vanaf Hobart ongeveer een uur rijden is en de waterval met een kleine wandeling te bezoeken is. Desalniettemin vergapen we ons aan het uitzicht, het is prachtig en indrukwekkend. De wandeling er naartoe ook. Grappig genoeg is het exact dezelfde wandeling die we de avond ervoor aflegden, maar in het licht ziet alles er toch anders uit. En vooruit, we lopen ook een stuk sneller nu we niet in het pikkedonker stapje voor stapje richting de waterval moeten schuifelen.
We gaan niet alleen naar de Russell Falls, maar doen de uitgebreide wandeling, drie watervallen en de Tall Tree Walk. De andere watervallen komen wat ons betreft niet boven de schoonheid van Russell Falls uit, maar de bomen doen dat vrij letterlijk wel. Tijdens een wandeling door het stuk bos met woudreuzen krijg je vanzelf nekpijn van het naar boven kijken: Het gaat om de Swamp gum (Eucalyptus regnans), een boomsoort die 70 tot zo’n 110 meter hoog kan worden. Al is de langst levende boom die hier gemeten is zo’n honderd meter.
Na een paar uur wandelen komen we terug bij het visitor centre om snel nog wat te lunchen. Maar nog voor we kunnen bestellen worden we gewezen op een echidna, een mierenegel. Dit schatje is totaal niet verlegen, dus ik kan naar hartelust foto’s maken. De echidna is een van de twee zoogdieren die eieren leggen. De andere is de platypus, die hebben we ook nog gezocht, maar helaas opnieuw niet gevonden.
Hierna is het toch echt tijd om verder te gaan, we rijden een paar uur richting Queenstown, veel westelijker gelegen. Het is een oud mijnstadje en hoewel het qua grootte niet zo indrukwekkend is, is de weg er naartoe dat des te meer. Hij staat bekend als ’99 Bends’ vanwege de vele bochten. Het zijn er naar verluidt niet echt 99, al hebben we ze niet geteld, maar het is een van de hoogtepunten voor roadtrips door Tasmanië en wie houdt van de ‘scenic route’ zal deze zeker kunnen waarderen!
We slapen in een motel dat ik met de beste wil van de wereld niet meer credits kan geven dan basic en middelmatig. Het eten in een nabijgelegen hotel valt zo tegen, dat ik een flink deel laat staan. We duiken dan maar bijtijds ons mandje in.
16 februari
We hadden niet echt een plan voor activiteiten in Queenstown, behalve een mogelijke optie: er vertrekt hier een stoomtrein die je door het regenwoud rijdt. Een van de stops is een waterval en zowel de rit er naartoe als de wandeling bij de waterval zouden erg mooi moeten zijn. Maar helaas, ook hier stelt Queenstown weer teleur: alleen de meest basic treinrit wordt uitgevoerd en als we de recensies online moeten geloven is het erg duur betaald voor een ritje door het woud. Dat kunnen we met de auto en wandelingen ook zien. Dus laten we het maar voor wat het is.
We maken nog wel wat foto’s bij het treinstation en rijden naar een uitkijkpunt vanwaar je de oude mijnsites ziet. Queenstown is een echte mijnstad. In 1883 werd daarmee gestart en vanaf dit uitkijkpunt zie je wat dat met het landschap heeft gedaan. Er is een enorme krater geslagen, waar nu water in staat en ook in het gebergte zie je dat er stukken zijn weggeblazen om waardevolle metalen naar boven te halen. De kopermijn is inmiddels niet meer actief, maar in de buurt wordt nog altijd gezocht naar goud. Als je wilt, kun je deze actieve mijn in, maar ik voel me niet lekker en we moeten nog een heel lang stuk rijden, dus we besluiten het voor gezien te houden bij Queenstown, het was niet helemaal aan ons besteed…
Onze volgende bestemming is Yolla en als je daar nog nooit van gehoord hebt, geneer je langzaam: er wonen 286 mensen en dan ook nogal verspreid, want ze zitten hier niet net als bij ons in flatjes bovenop elkaar gepropt. Om Yolla te bereiken moeten we nog eens ruim twee uur rijden. We maken een korte stop bij een van de meren en de rest van de tijd brengen we zingend door, terwijl we ons steeds weer vergapen aan de prachtige vergezichten.
Yolla heeft dus weinig inwoners en er staan flink wat gebouwen leeg. Verschillende kerken staan te koop, de General Store/tankstation is niet meer operationeel en ook bij de Yolla Tavern staat een te koop-bord voor de deur. We vermoeden zelfs dat het hier ook gesloten is, maar het blijkt dat we achterom moeten. Binnen zitten twee stamgasten en een superlieve gastvrouw. Ze maakt de heerlijkste pizza voor ons, het enige dat ze hier serveren, met zelfgemaakt deeg, saus, alles. Het is heerlijk.
En daarna wordt het pas echt leuk: we rijden Yolla uit, slaan een weg in die steeds meer gravel bevat naarmate we verder komen. We rijden een hek door, naar beneden het pad af, tussen de varens door, voorbij een beekje en komen dan opnieuw bij een hek, met een stuk weiland met een geit. Even verderop staat gastvrouw Kaye en haar ‘Tin Shed’ is waar we zullen verblijven. Nu denken jullie vast dat het enorm afzien is hier, zo afgelegen, maar niets is minder waar. We komen terecht in het tiny house van onze dromen: luxe ingericht, met comfortabel bed, eigen douche, zithoekje om te lezen, open haard en zelfs een bad in de tuin dat verwarmd wordt door houtblokken. Ik doop het liefdevol om tot ons ‘knalpotje’, want het ding maakt een enorm kabaal, maar lekker warm is het wel! Kaye heeft de in verval geraakte boerderij een opknapbeurt gegeven en heeft er wat accommodatie bij gebouwd. Ze leeft volledig off the grid met haar vier honden, kippen, geiten en ga zo maar door. Er zitten zelfs kookaburra’s in de tuin en ze belooft me dat ik die zeker nog ga zien.
Maar eerst gaan we opnieuw op zoek naar de platypus. Een dorp verderop (ongeveer drie kwartier rijden) zit een natuurgebied dat bekendstaat als een van de beste plekken om platypus te spotten. Er is zelfs een hele platypuswandeling! Dus hijsen we ons uit het knalpotje en gaan die kant op zo rond de zonsondergang, dan zou de kans het grootst moeten zijn om platypus te zien. Maar lang verhaal kort: we rijden uiteindelijk in het donker naar huis zonder het vogelbekdier te spotten. We hebben alleen een paar wallaby’s gezien, ook heel schattig, maar niet waar we voor kwamen.
17 februari
Echt uitrusten is er niet meer bij op dit punt van ons Tasmanië-avontuur, want het is de laatste dag dat we onze auto nog hebben en een van de highlights van Tasmanië staat op het programma: een bezoek aan Cradle Mountain. Het is misschien wel een van de bekendste bergen van Tasmanië en een echte toeristische trekpleister. Het gebergte heeft spitse punten en een groot meer ervoor. Er liggen verschillende wandelpaden, die je tussen de varens, bomen en bloemen door laten lopen, terwijl je van verschillende kanten uitzicht hebt op de beroemde berg.
Bijna 16 jaar geleden liep ik hier ook al en het was toen ook al prachtig. Wat sindsdien wel veranderd is, is hoe je bij de berg komt. Toen kon je nog met de auto het National Park in en zelf rijden. Technisch gezien kun je dat nu ook nog een stuk doen, maar daarna moet je uren in het park blijven, want er rijden inmiddels bussen die de grootste hoop toeristen vervoeren. Het was hier op een gegeven moment zo druk, op hele smalle wegen, dat ze besloten dat het beter was als er voornamelijk bussen zouden rijden, in plaats van toeristen die geen idee hebben wat ze doen. Enig nadeel is dat er blijkbaar wegwerkzaamheden zijn gepland, dus moesten we niet alleen vroeg op, maar we moeten ook weer zorgen dat we bijtijds het park uit gaan, want als je niet op tijd bij de bus staat, moet je ruim twee uur teruglopen naar de parkeerplaats.
Van al dat gedoe met het vervoer trekken we ons weinig aan, we vertrekken bijtijds en maken een grote wandeling rondom het meer en met uitzicht op Cradle Mountain. Het is een heerlijke dag. Er was wat regen voorspeld, maar dat blijft in elk geval tijdens onze wandeling uit, dus lopen we deels in de schaduw, deels in de zon en genieten van de uitzichten.
Wanneer we de hoek om lopen, sta ik bijna op iets op het voetpad. Ik kijk nog eens goed en doe dan snel een stap naar achter, terwijl het beest vlakbij mijn voeten snel wegschiet. Het blijkt een copperhead-slang te zijn, een van de drie slangensoorten die op het eiland voorkomen en ja, hij is giftig. Op dagen dat de zon schijnt, warmen ze zich op op de wandelpaden. Er staan wel overal waarschuwingsbordjes, maar de kans dat je een slang ziet, zeker op zo’n druk pad, is vaak best klein. Toch goed om op te blijven letten waar je je voeten neerzet.
De bus terug blijkt inderdaad een grote uitdaging. We zijn er ruim op tijd en gelukkig zijn er extra bussen ingezet, maar uitstappen op een van de tussenstops is er voor ons niet meer bij. Jammer, want er is hier een mooi wandelpad waar je wombats kunt spotten, maar we moeten kiezen: of de wombats en twee uur teruglopen (na al een paar uur wandelen), of in de volle bus mee terug naar de parkeerplaats. We kiezen voor het laatste. Grappig genoeg zien we nog wel een wombat, want de bus moet ineens in de ankers voor een pluizig vriendje dat besluit op het allerdrukste punt de weg over te steken. En waarom ook eigenlijk niet, voor alle bussengekte, liepen zij hier per slot van rekening al rond.
In het café bij de parkeerplaats heeft de gekte ook toegeslagen. We hebben nog niet geluncht en terwijl we in de rij staan zien we voor onze ogen steeds meer eten verdwijnen. Maar de mensen achter ons in de rij hebben het nog slechter: wij bestellen de laatste twee hartige gerechten, daarmee is het café zo goed als uitverkocht en de mensen achter ons lopen gefrustreerd de rij uit.
Net op het moment dat we het park uit rijden, zien we een auto langs de weg staan. Het is in Australië goed gebruik om even af te remmen en te vragen of mensen hulp nodig hebben. Niet dat wij nou zulke techneuten zijn, maar het kan fijn zijn om niet hulpeloos alleen langs de weg te staan. In dit geval zijn het twee Australiërs die gestopt zijn naast een echidna. Wij zetten onze auto pal achter het kleine mierenegeltje, want van alle consternatie is hij in de freeze geschoten en zit stil op de weg. We proberen hem met lieve woorden tot bewegen te brengen, geven voorzichtig een klein zetje en leiden het verkeer eromheen. We vragen zelfs of iemand wil toeteren, maar dat laat het kleintje alleen maar schrikken. Pas als we weer afstand nemen en al het verkeer stilstaat, loopt hij naar de kant van de weg en vervolgen we opgelucht de weg naar huis.
De afgelopen week zijn we namelijk bizar veel roadkill tegengekomen. Sowieso wordt er hier veel aangereden, want er is nou eenmaal heel veel natuur en veel wildlife, maar op Tasmanië is het echt excessief. Op verschillende plekken hebben we er al gesprekken over gehad, want het valt ook andere mensen op. Langs de weg staan borden met het verzoek 65 te rijden, maar zeker niet iedereen houdt zich daaraan. Wij rijden standaard 60-70 zodra het begint te schemeren, maar de limiet is vaak 100 en zo’n kleine mierenegel, overstekende wombat, wallaby of zelfs een Tassie devil is dan snel over het hoofd gezien. Om over de kleine possums nog maar te zwijgen. Je zou zeggen dat er een oplossing te bedenken moet zijn voor dit probleem, maar dit lijkt nog niet gevonden, dus is voorzichtigheid en dierenliefde voor ons het devies waar we maar kunnen.
Terug bij de Tin Shed kletsen we nog wat met Kaye. Ze vertelt ons dat precies toen wij het erf afreden de avond ervoor, twee kookaburra’s voor ons huisje gingen zitten en lachen. Alsof ze wisten dat ik ze graag had willen zien. Ik baal een beetje: geen kookaburra’s en geen platypus was niet waar ik op hoopte, maar goed, je kunt de natuur niet dwingen. Dat blijkt ook wel als de voorspelde storm overwaait en gewoon een flinke regenbui (of buien) blijkt te zijn. Met hoe droog het hier de afgelopen tijd is geweest, zijn de Tasmanen blij met elke druppel die valt.
18 februari
We brengen de auto terug naar Launceston. We hadden hem eigenlijk nog met een dagje willen verlengen, maar volgens de verhuurmaatschappij kon dat niet, ze hebben hem echt vandaag weer nodig voor de verhuur. En hier is iets opvallend te merken aan de Australiërs: ze zijn over het algemeen heel laid back, chill, relaxed, maar op dit soort momenten totaal niet. Aan de telefoon werd al heel gestresst gedaan en ook bij het inleveren krijgen we te horen dat het fijn is dat we er zijn, want nu kan de auto snel door de wasstraat want de volgende persoon staat al klaar, etcetera. Het klinkt als een gevalletje slechte planning, dus wij maken ons er maar niet druk om, dat doen zij al genoeg voor ons allemaal bij elkaar.
Toch kunnen wij niet achterover leunen, we moeten weer naar het vliegveld. Maar uiteindelijk blijkt dat we zeeën aan tijd hebben: het vliegveld is niet groot, onze bagage is al handig ingepakt, dus is het vooral veel wachten op onze vlucht naar Melbourne.
Die vlucht duurt drie kwartier, die ik vul met kletsen met de buurvrouw, Sophia. Een leuke meid van begin 20 die terug naar huis vliegt na een vakantie. We hebben een superleuke klik en wisselen zelfs gegevens uit. Als de landing behoorlijk bumpy verloopt, hebben we het daar gewoon hardop over en kletsen tussen het schudden door verder. Als we weer op de grond staan zegt de man die voor ons zit dat hij naar ons heeft zitten luisteren alsof hij een boek aan het lezen was en dat hij het fijn vond om afleiding te hebben tijdens de vlucht.
Van een huisje off the grid gaan we naar een luxe appartement in het centrum van de stad. We zullen niet lang in Melbourne zijn en het is een grote stad, met ruim 5 miljoen inwoners, dus een beetje centraal zitten is wel lekker. Toch is het ook wel heel gek om ineens weer zoveel mensen om ons heen te hebben. In West-Australië waren we vaak in kleine dorpjes en soms helemaal alleen op campings en uitzichten, in Tasmanië was het op veel plekken ook relatief rustig en nu staan we ineens tussen de wolkenkrabbers, met verkeer, trams, fietsers, voetgangers, stoplichten, neon-reclame. Het is een beetje een cultuurshock.
Midden in al die gekte word ik gebeld door een verhuurbedrijf: ze hebben toch nog een busje beschikbaar voor het moment dat we hier weer vertrekken, fijn! Ik boek het ter plekke. Daarna lopen we een rondje, halen soep en eten dat met uitzicht op de skyline van Melbourne.
19 februari
De vorige keer dat ik in Melbourne was voelde dat echt een beetje als thuiskomen. Ik kwam toen vanuit Sydney, wat echt aanvoelde als metropool en Melbourne had wat meer een Europees gevoel. Inmiddels is Melbourne groter dan Sydney, in elk geval in inwoneraantal, staat het vol met wolkenkrabbers en verblijven we in Chinatown. Er is dus nogal wat veranderd in 15 jaar tijd en toch voelt het wel gelijk weer vertrouwd.
De State Library of Victoria is onze eerste stop, de oudste publieke bibliotheek van Australië en een van de eerste gratis bibliotheken ter wereld. Het is een imposant gebouw, met meerdere verdiepingen en eindeloze rijen met boeken. Waar deze bibliotheek ook om bekend staat, is de leesruimte, die zich bevindt onder de koepel. Houten panelen scheiden bureaus van elkaar, elk voorzien van een oude lamp en een stellage om je boek overeind te houden tijdens het lezen. Er zitten hier daadwerkelijk mensen te studeren, maar er lopen ook veel toeristen rond die een kiekje willen, van zichzelf vooral. Zeker niet iedereen houdt zich aan de stilte die normaal is in bibliotheken. Wellicht dat een goede strenge bibliothecaris daar verandering in zou kunnen brengen…
Ook Flinders Street Railway Station is een must-do in Melbourne: het oude station is iconisch en nog altijd drukbezocht. Harald heeft hier het lumineuze idee om een foto te maken waar hij stil in staat, terwijl de drommen mensen om hem heen lopen en blurry worden. We proberen het uit en het is een bijzonder gezicht.
Het Melbourne Skydeck is een van de stops die hoog bovenaan mijn lijstje staan. In 2010 heette dit nog het Eureka Skydeck, maar de essentie is hetzelfde: een hoog gebouw, waar je met een snelle lift naar de 88e verdieping gaat en panoramische uitzichten hebt over de stad. Er is een balkon, maar de echte trekpleister is de ‘Edge Experience’. Dit is niet gemaakt voor mensen met hoogtevrees: je gaat in een glazen ruimte staan, die uit het gebouw schuift en wanneer dat eenmaal is gebeurd, worden alle glazen wanden in plaats van mat glas, helder glas. Dan pas zie je dat je op zo’n 300 meter hoogte boven de stad staat. Je ziet letterlijk auto’s onder je door rijden. Heel onwerkelijk, een beetje een gimmick, maar net als in 2010 toch bijzonder om te zien. We drinken daarna een cocktail op grote hoogte, je moet toch wat om de adrenaline weer een beetje te laten zakken. We lopen naar huis en met zere voetjes duiken we -opnieuw op hoogte- ons mandje in.
20 februari
De Queen Victoria Market is een van de (toeristische) hoogtepunten bij een bezoek aan Melbourne. Hier staan zo’n 600 stalletjes met alles van boeken en toeristische snuisterijen, tot verse groente en fruit, vis en delicatessen, verspreid over eindeloze meters markt. Je kunt je hier letterlijk een halve dag vermaken. Wij starten met een ontbijtje, waar we aan de praat raken met een andere Nederlander. Dat is op zich al bijzonder, want we zijn tot nu toe maar weinig Nederlanders tegengekomen. Deze mensen zijn met hun kinderen een jaar een wereldreis aan het maken. Australië is voor hen slechts een van de bestemmingen en niet de hoofdbestemming, zoals bij ons.
Na het ontbijt struinen we over de markt, maar vermijden alle toeristische shopjes. Het lijken vooral spullen die gemaakt zijn in China. De opalen trekken wel mijn aandacht. Het gros van de opalen die wereldwijd worden verkocht, komen uit Australië. Toch doet de prijs me aarzelen en later blijkt die twijfel gegrond te zijn: een deel van de opalen die hier worden verkocht blijken synthetisch, niet waar ik naar op zoek ben.
Waar we echt los gaan, is bij de kaasjes. Harald wilde al heel graag een Tasmaans kaasplankje eten en hier slaan we onze slag. We kopen een selectie bijzondere kaasjes, allemaal gemaakt op het eiland. En ik kan vast verklappen: ze smaakten verrukkelijk! Jammer dat ze deze kaasjes niet verkopen in Nederland, al zou het wellicht onbetaalbaar worden als je de importkosten en dergelijke erbij optelt.
Voor we verder gaan met het verkennen van Melbourne lopen we langs het postkantoor. Het horloge dat ik in West-Australië vond in een National Park is al die tijd met ons meegereisd. De producent van dit slimme horloge wilde geen contact opnemen met de eigenaar, maar in de instellingen vond ik de naam van een marathon in Praag waaraan de eigenaar gaat meedoen. Na wat mailcontact met de organisatie, vonden zij de eigenaar en inmiddels hebben hij en ik contact. Omdat zijn ouders niet ver van hier wonen, hebben we besloten dat ik het horloge per post verstuur. Zijn ouders gaan er dan voor zorgen dat het uiteindelijk bij hem in Duitsland terechtkomt, hopelijk nog op tijd voor zijn marathon in mei.
Harald wil graag naar een stadion, dus gaan we naar de Cricket Ground. Een gigantisch stadion, dat voornamelijk wordt gebruikt voor cricketwedstrijden. Australië is nog altijd onderdeel van de Britse Commonwealth en de invloed van de Britten zie je op veel plekken terug: Anglicaanse kerken, het stuur rechts in de auto (en links op de weg rijden) en de populariteit van cricket. Een rondleiding door het stadion vinden we een beetje te veel van het goede, maar de portier is een enorme sportfan. Hij kletst met ons over de medaillespiegel op de Winterspelen en geeft ons dan de tip van de dag: doorlopen naar het café, een koffietje bestellen en vervolgens met uitzicht op het stadion opdrinken. Goedkoopste stadionbezoek ooit.
Hoewel Melbourne zo groot is, is er toch ook veel op loopafstand, al komen onze stappentellers deze dagen toch rond de 15.000 uit. Van het stadion lopen we langs het station richting Federation Square, waar musea en de St. Paul’s Cathedral zitten. Het museum is gratis, maar niet helemaal onze smaak. Er hangt veel moderne kunst en normaal gesproken is dat best mijn kopje thee, maar hier weet het ons niet te grijpen. We worden er ook nog eens uitgewerkt vlak voor sluitingstijd, dus lopen we naar de overkant naar een graffitistraat. In deze straat mág graffiti worden gespoten. Het is een soort levende kunst, want er wordt regelmatig wat nieuws opgespoten (noem je dat zo bij graffiti?). Het is een echte Insta-hotspot, waar we ook ineens veel Aziatische mensen tegenkomen. Grappig, want wij hadden hem totaal niet in het vizier.
Bij de naastgelegen St. Paul moeten we vervolgens plaatsnemen. Een dag eerder probeerden we al naar binnen te gaan, maar zaten de deuren al dicht. Nu staat de deur open, maar is er een dienst bezig. We moeten stil zitten wachten tot die dienst voorbij is. En zo pakken we onverwacht het grootste deel van een Anglicaanse kerkdienst mee. Best bijzonder om te zien.
21 februari
Hier heb ik al heel lang naar uitgekeken: de Great Ocean Road! We gaan ons middenin Melbourne geboekte busje ophalen. Dit keer geen daktent, maar een soort bestelbusje met klein keukentje en volwaardig bed. Nadat het is omgebouwd dan. Het is een busje van Jucy, een maatschappij die Haralds wenkbrauwen telkens deed fronsen, want ze staan bekend om hun kikkergroene busjes met paarse bedrukking. Niet te missen, maar in de mooie Australische landschappen vallen ze op als een zwerende vinger. Wij hebben mazzel: ons busje is wit, met paars-groene bedrukking.
Nadat we het busje hebben opgehaald, stoppen we nog even bij een winkelcentrum. Het is inmiddels vaste prik: water en schoonmaakmiddel halen en voor het gemak ook nog even uitgebreid ontbijten. Harald scoort twee paar nieuwe schoenen, want zijn beide sets sneakers hebben het begeven. We lopen dan ook belachelijk veel.
En dan kan de roadtrip beginnen. Hoe gek het misschien ook klinkt: we hebben hier allebei enorm naar uitgekeken. Het is in WA zo goed bevallen en hoewel we net door Tasmanië hebben gecrosst, is dit toch net even anders. Playlistje aan en gaan. Ik maak zelfs een vrolijke video dat we blij dansend en zingend in de auto zitten en dan ineens, midden op de snelweg, nog geen uur van Melbourne, verliest ons busje vermogen. SHIT! Er staat een waarschuwing in het dashboard, dus naar de kant, alarmlichten aan en auto uit. Dit was niet hoe deze dag had moeten lopen…
Het blijkt dat er een melding is van de koelvloeistof. We hebben wel roadside assistance, maar we willen eerst even kijken wat er nou echt aan de hand is. Gelukkig is er een tankstation vlakbij en als we de klep openen zien we dat het koelvloeistofniveau veel en veel te laag is. Dus halen we een flesje nieuwe koelvloeistof, laten de auto nog wat afkoelen en vullen hem bij. Wel licht balend, want we hebben opnieuw een Chery meegekregen, precies hetzelfde merk als de auto die midden in Kakadu National Park kapot ging aan het begin van onze reis. We hadden gezworen nooit meer een Chery te accepteren en nu staan we weer langs de weg. Maar gelukkig bleek het hier menselijk falen, want na het bijvullen draaien we weer de snelweg op en zien de melding nooit meer terug.
Na zo’n anderhalf uur staan we aan de start van de Great Ocean Road. Een route langs de kust tussen Melbourne en Adelaide van ruim 200 kilometer. Hij staat bekend om de prachtige uitzichten en de weg die vlak langs de kust loopt, maar dat is niet waarom hij gebouwd is. Het startte na de Eerste Wereldoorlog. Er waren heel veel Australische soldaten die daarin meevochten en toen al die duizenden mannen terugkwamen, was er te weinig werk voor ze. Dus werd de Great Ocean Road de werkverschaffing voor 3000 Australische soldaten.
De start van de Great Ocean Road wordt gemarkeerd door een boog waar groot de naam van de route op staat. Het is er een drukte van jewelste, want veel toeristen willen hier een kiekje. Ik ook, want ruim 15 jaar geleden stond ik ook al op deze plek. Op exact dezelfde plaats als toen, maakt Harald een nieuwe foto. En we maken er ook een samen, zodat we weer een nieuwe foto hebben om na te maken, over een tijdje dan.
Dan is het tijd voor het echte werk. De Great Ocean Road rij je niet zomaar af, dat is echt een belevenis. Elke bocht en nieuw uitzicht zijn enorm genieten. De oooohs en aaaaahs schieten tekort en we stoppen veel vaker dan sensibel is. Tegen het einde van de dag, als de zon begint te zakken, lijkt de spray vanaf de oceaan als een mist te blijven hangen. Het is een magisch gezicht.
Bij Kennett River parkeren we de bus op een camping vlakbij de weg en het water. Deze plek hebben we specifiek uitgezocht omdat de kans om koala’s te zien hier heel groot is. Aan het begin van onze reis hebben we twee t-shirts gekocht: die van mij met een platypus, die van Har met een koala. Hij heeft het koalashirt aan vandaag. Niet dat we bijgelovig zijn, maar je kan zo’n koala niet genoeg manifesteren…
Nog voor we goed en wel twintig stappen bij ons kampeerplekje vandaan zijn is het al raak: een koala recht boven ons, gewoon op de camping! Hij ziet ons op hetzelfde moment als wij hem en om de een of andere reden heeft hij geen zin in de aandacht, dus hij zoekt het snel hogerop. Dat maakt ons niets uit, wij kunnen de koala afstrepen van ons lijstje van beestjes die we willen zien. Het enthousiasme op de camping is groot als blijkt dat er een koala zit: andere mensen zijn meer dan een uur gaan wandelen en hebben geen geluk gehad. Ook voor ons blijft het voor nu bij deze ene koala, maar de Great Ocean Road is lang en er is veel te zien. Wie weet wat voor moois we nog meer gaan tegenkomen…
-
04 Maart 2026 - 16:21
Rie:
Alsof ik een beetje met jullie mee reis ;-)
Reageer op dit reisverslag
Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley